Zo ergens tussen het negende en het twaalfde levensjaar rolt een kind de puberteit in. De periode waarin hij in een achtbaan van ontwikkelingen komt. Alles is er op gericht om een eigen ‘ik’ te ontwikkelen. Een eigen mening vormen, afzetten tegen ouders, ontluiken van seksualiteit… het hoort er allemaal bij.

Het tempo van allerlei veranderingen wisselt sterk per tiener. De ene tiener lijkt op zijn dertiende al haast volwassen, terwijl de ander vooral nog kind is. Dé tiener bestaat dus niet. Het is dan ook, in contact met tieners, de uitdaging om steeds weer te willen ontdekken welke unieke tiener je voor je hebt. Zo kun je het best aansluiten bij waar hij staat. Om je op weg te helpen, vind je hier- onder een aantal typeringen die in veel gevallen herkenbaar en/of toepasbaar zullen zijn. (Waar in dit artikel ‘hij’ staat, kun je dit ook vervangen door ‘zij’.)

Identiteit
In de puberteit vindt de omslag van kind naar volwassene plaats. In deze periode moet de tiener hard aan het werk met zijn identiteit. Wie wil ik zijn? Wie ben ik? Kan ik van mezelf houden? Waar wil ik voor staan? Om door de tiener te laten ontdekken wie hij is, zal zijn leefomgeving groter worden, om de balans op te maken wat er wel of niet bij hem past. Ook het ontwikkelen van een seksuele identiteit hoort hier bij. Aan het eind van de kindertijd merk je dat de vriendschappen met het eigen geslacht sterker worden en dat vanaf de puberteit het contact met het andere geslacht meer beladen en spannend wordt. Daarbij mogen tieners vanaf 12 jaar, wettelijk gezien, naar filmpjes en tv-programma’s met seksuele handelingen kijken. Echter het is niet alleen dat de aantrekkingskracht van het andere geslacht meer prominent wordt, seksuele identiteit gaat ook over welke rol de tiener heeft en krijgt als man of vrouw.

Emoties
In deze periode gebeurt er van alles in het leven en lijf van een tiener. Geproduceerde hormonen lijken hen volledig in beslag te nemen. Deze hormonen zorgen niet alleen voor lichamelijke, maar ook voor emotionele veranderingen. Zo kunnen tieners bijzonder gevoelig zijn, zonder vaak zelf te snappen waarom, en heftig reageren op het onbegrip daarover bij anderen. Emotioneel zijn ze kwetsbaar en kunnen ze flinke stemmingswisselingen ondervinden. Tieners hebben de overtuiging dat alles wat zij meemaken uniek is. Anderen kunnen onmogelijk begrijpen hoe het voelt wanneer je vriendje het heeft uitgemaakt of wanneer je die voor jou belangrijke wedstrijd verloren hebt. Daarbij lukt het hen nog niet goed om zaken te relativeren.

Egocentrisch
Tieners zijn erg naar binnen gericht. De gedeeltes in de hersenen die te maken hebben met zelfgerichtheid zijn overactief in deze periode. Een tiener wordt eigenlijk asocialer (om zich uiteindelijk verder te kunnen ontwikkelen als een sociaal wezen). Ze hebben het gevoel dat iedereen naar hen kijkt en een mening over hen heeft. Ondanks dat ze erg op zichzelf gericht zijn, zijn goede vriendschappen erg belangrijk in deze periode.

Meningsvorming
In het begin van de puberteit hoor je in de uitlatingen van de tiener veel terug van de mening van hun ouders. Een tiener moet zich van zijn ouders los maken om vervolgens een eigen mening te ontwikkelen. De rol van leeftijdgenoten en oudere identificatiefiguren wordt voor de tiener dan ook steeds belangrijker. Via hen hoort de tiener nieuwe meningen en doet hij nieuwe inzichten op.

Hersenontwikkeling
Tieners leren te plannen, organiseren en impulsen beheersen. In de praktijk blijkt dat ze dit alleen toepassen wanneer ze hier de motivatie voor hebben. Het tienerbrein kan deze vaardigheden prima aan, zolang ze maar het nut daarvan in ziet. Dit nut wordt sterk bepaald door de invloed van vrienden. Zo zijn jongeren in de aanwezigheid van leeftijdsgenoten sneller geneigd hun grenzen te verleggen en/of tot het uiterste te gaan. Dit omdat de sociale beloning (waardering, respect, erbij horen) ontzettend belangrijk is voor hen. Het horen bij een groep is voor een tiener van grote waarde, sociale uitsluiting doet letterlijk pijn aan de hersenen.

Kennisontwikkeling
Aan kinderen en jonge tieners kun je veel kennis kwijt, tot aan ongeveer het veertiende levensjaar. Daarna gaan ze meer bezig met het zoeken naar verbanden en hebben ze duidelijk specifieke interesses ontwikkeld. In plaats van één grote vergaarbak worden ze kritisch over wat ze leren en vinden ze sommige zaken (op dat moment) niet interessant genoeg waardoor deze (tijdelijk) buiten spel komen. Van leergierig naar nieuwsgierigheid.

Buiten de kaders
Ten opzichte van volwassenen hebben tieners de mogelijkheid om breder te denken. Volwassenen hebben in gedachten al bepaalde richtingen gekozen, bijvoorbeeld over wat ze ergens van vinden of wat ze ergens mee willen. Bij tieners ligt dit (ook letterlijk in de hersenen) allemaal nog niet zo vast. Ook al is in het begin van de tienertijd die mening en het handelen van de ouder(s) nog zeer leidend, uiteindelijk gaat de tiener toch op zoek naar het bredere kader om zijn eigen kaders te gaan bepalen. In de ogen van volwassenen kan dat nog wel eens leiden tot impulsiviteit en het nemen van veel risico’s, maar het levert ook prachtige dingen op. Het boek ‘Denk groot, doe sterk’ van de broers Alex en Brett Harris beschrijft hier tal van mooie voorbeelden van.

Einde tienertijd
Zo ergens tussen het veertiende en zestiende levensjaar sluit de tienertijd af, bij meiden is dit vaak eerder dan bij jongens. Je merkt dan dat hun zelfgerichtheid overgaat in meer naar buitengericht zijn. Ze leren zich in te leven in een ander en kunnen vanuit verschillende gezichtspunten onderwerpen, hun omgeving en zichzelf kritisch bekijken.

Leefwereld van tieners

tienersDigital natives
De huidige generatie jongeren wordt wel de ‘digital natives’ genoemd. Deze term wil zeggen dat de jongeren van vandaag geboren zijn in een wereld waarin internet en de computer altijd al een plek hadden. Zij kennen het leven niet zonder. Dat maakt dat zij er anders naar kijken dan volwassenen. Die kunnen zich bijvoorbeeld ergeren aan jongeren die alsmaar met hun mobiel bezig zijn, terwijl dit voor hen de normaalste zaak van de wereld is. Jongeren zijn vliegensvlug wat betreft technische vaardigheden. Zij lopen voorop in het gebruik van (mobiele) internetapparaten. Meer dan 85 procent van de jongeren gaat inmiddels ook online via de smartphone. Wikipedia en andere bronnen zijn dus altijd dichtbij. Het is dan ook niet per se interessant om veel te weten; het wereldwijde web biedt namelijk alle informatie en kennis. Het is goed je te realiseren dat internet in veel gevallen de eerst gebruikte bron is om informatie te verzamelen. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van seksualiteit en problemen rondom identiteit.

De waarheid
Tieners groeien op in een andere tijd dan de volwassenen van nu. De samenleving is veranderd, er zijn andere waarden en nieuwe gewoontes. Zíj groeien op in een postmoderne samenleving, terwijl het merendeel van de gemeenteleden opgegroeid is in een moderne samenleving. In een moderne samenleving is kennis heel belangrijk en wordt er uitgegaan van een bepalende waarheid die leidt tot bepaalde normen. In de huidige maatschappij kan echter iedereen zijn eigen waarheid vormen en hebben. Wat jou aanspreekt, mag je verkondigen. Wanneer jij diep van iets overtuigd bent en dit ook kunt overbrengen, dan mag het er zijn. In plaats van ‘het grote verhaal’ van de groep te volgen, zal een tiener er – veel meer dan vroeger – voor zichzelf over moeten nadenken wat hij bijvoorbeeld wil met God en kerk. Tieners worden uitgedaagd om zelf na te denken over hun waarheid, over hun bron van zingeving. Zij zijn dan ook wel degelijk bezig met spiritualiteit. Sterker nog: geloven mag weer. Er is dus ruimte bij tieners voor Christus. Maar ook voor Boeddha, Mohammed of Shiva. Dat betekent dus ook, dat het voor hen veel moeilijker is om exclusief voor het christelijk geloof te kiezen.

Identificatie
Voor jou als kerkelijk werker (overigens net zo goed als ieder andere broer of zus in het geloof) ligt hier dan ook een mooie taak. Om aan de tiener, in deze levensfase van volop zoeken naar de eigen identiteit, voor te houden dat hij zijn identiteit in Christus mag vinden. Door dit zelf voor te leven, uit te dragen, te getuigen van wat het voor jezelf betekent kind van God te mogen zijn!

Dit artikel is gepubliceerd in ‘Dienst‘ nummer 3 2013

The following two tabs change content below.

Moniek Mol

Weet als enthousiaste en gedreven adviseur de verschillende kanten van een zaak te belichten. Heeft door diverse banen binnen kerkelijk én niet-kerkelijk jeugdland een brede kijk op verscheidenheid van generaties. Houdt van Zijn kerk en wil graag bijdragen aan een bloeiend Koninkrijk. Wil Hem volgen en ziet dit als een groot avontuur. Mail Moniek