De GKv krimpt. Sinds ruim een decennium is dit een terugkerend bericht. Voor een aantal kleine krimpende kerken is inmiddels het doek gevallen, andere bezinnen zich op hun toekomst. In dit artikel willen we inzicht geven in de getallen en een aantal belangrijke vragen rond de krimpende kerk benoemen. Dit kan helpen in de bezinning op krimp en de toekomst van de kerken – om gericht concrete stappen te zetten.

Voor wie is dit artikel bedoeld?
Allereerst zullen kleine krimpende kerken zelf belang hebben bij een artikel dat de cijfers en de vragen bespreekt. Tegelijk kunnen ook gemeenten die zich wel zorgen maken maar nog niet direct in een gevarenzone zitten hiervan profijt hebben. Tenslotte hopen we dat kerken die niet te maken hebben met krimp zich realiseren dat we in een kerkverband aan elkaar verbonden zijn.
Meedenken en mee zoeken naar een richting waarmee kleine krimpende kerken verder kunnen, is niet alleen een zaak van praktische oplossingen maar ook van gezamenlijk gebed. Als een kerk zichzelf moet opheffen, kan dat immers betekenen dat in een bepaald gebied in Nederland een vorm van orthodox-christelijk kerk-zijn uit beeld verdwijnt.

Waarom schrijven we dit artikel?
De vragen waarmee kleine krimpende kerken te maken hebben, zijn niet uniek voor kerkelijk Nederland en evenmin voor de GKv als geheel. Wel vermoeden we dat zij de gevolgen van allerlei grote veranderingen vaak meer voelen dan grotere gemeenten. Kleine krimpende kerken zijn de voorhoede van de kerk als geheel. Deze gemeenten verdienen het dat wij als kerkverband hun problematiek serieus nemen.

Kleine kk - Krimp per classis

De cijfers
Om een begin te maken met de bezinning op krimp, is het goed om wat cijfers paraat te hebben. De cijfers die we in dit artikel hanteren, gaan vrijwel allemaal over de periode 2004 tot 2014. Vanaf 2004 kun je spreken van een afname in de kerken. In 2003 zijn de GKv op hun grootst: 126.949 leden totaal, daarna wordt het kerkverband kleiner. Hoewel in 2010 het aantal belijdende leden nog groter is dan ooit, daalt daarna ook dat getal. Sinds 2004 zijn de vrijgemaakte kerken met 4,3% gekrompen in ledenaantal (120.688 leden in oktober 2014). Dat percentage is echter een  gemiddelde: per gemeente en classis verschillen de cijfers behoorlijk. De classis Axel bijvoorbeeld heeft een krimp van 16,6% te verwerken. Er is in deze classis geen enkele kerk gegroeid. De
classis Stadskanaal kromp met 20,7% en ook hier zien we alleen maar krimpende kerken, waarvan er één werd gesloten. Positieve uitschieters zijn er eveneens: de classis Utrecht heeft een groei doorgemaakt van 13,7% ondanks (of dankzij?) het samenvoegen van een aantal gemeenten. Als we iets meer uitzoomen, zien we een beeld dat ook op sociaal-demografisch niveau bekend is: Nederland krimpt aan de randen. Als we kijken naar de noordelijke provincies en Zeeland geeft dit het volgende beeld. De Particuliere Synode (PS) Groningen is als geheel gekrompen: sinds 2004 is de GKv er 13,2% kleiner geworden. In absolute aantallen is dat een krimp van 18.625 naar 16.165 leden. Er zijn kerken gesloten of samengevoegd, de gemeente Boerakker sloot het meest recent haar deuren. In de PS Friesland is de vrijgemaakte kerk met 10% gekrompen van 7520 naar 6766 leden. Ook hier zijn kerken gesloten met Ferwerd-Hallum als meest recente voorbeeld. De PS Zeeland-Noord Brabant-Limburg kromp met 10.7% van 6602 naar 5894 leden. Hier zien we echter een gemengd beeld: kerken die flink groeien en die fors krimpen1. Sinds 2004 zijn in Nederland 16 vrijgemaakte kerken gefuseerd met een of meer andere GKv’s (6) of opgeheven (10). Bovendien zijn 13 gemeenten verder gegaan als combinatiegemeente (met CGK en/of NGK). In de hierboven genoemde cijfers is geen onderscheid gemaakt in belijdende en doopleden. Toch is hier wel iets over te zeggen. Over het geheel van de GKv is het percentage belijdende leden gestegen van 61,8% in 2004 naar 65,2% in 2014. Het zou dus bijvoorbeeld kunnen zijn dat de kerken in het noorden van het land niet alleen te maken hebben met krimp, maar ook met (sterke) vergrijzing. Dat zou voor de nabije toekomst kunnen betekenen dat de krimp er gaat versnellen.

Kleine kk - Krimp in zielen 2004 2014

Kleine krimpende kerken
In de aanloop naar het symposium is het belangrijk duidelijk af te bakenen hoe we een ‘kleine krimpende kerk’ definiëren. Wij noemen een kerk ‘klein en krimpend’ wanneer er een paar objectieve criteria van toepassing zijn. Zo moet het aantal leden 200 of minder en de gemeente in de afgelopen tien jaar gekrompen zijn. Zeer kleine kerken zijn kerken van 100 leden of minder. Van de 270 GKv-gemeenten zijn er 64 met 200 leden of minder en daarnaast 9 met minder dan 100 leden. Bij elkaar opgeteld zijn er dus 73 kleine kerken, waarvan de meeste in het afgelopen decennium zijn gekrompen, 60 om precies te zijn2. Zestig kleine kerken krimpen. Een op de vijf gemeenten is dus én klein én krimpend. Een aantal ervan is bezig met het ontwikkelen van nieuwe initiatieven of zoekt samenwerking met andere kerken. Met een aantal hebben of hadden we vanuit het Praktijkcentrum contact in hun bezinning op de toekomst. Van anderen weten we dat ze zelfstandig of binnen de classis hun weg zoeken.

Heel veel vragen
Het is de vraag hoe de krimp van deze gemeenten te verklaren is. En vervolgens hoe we er lokaal en landelijk mee omgaan. Om hierover verder in gesprek te komen, kunnen nog heel veel vragen gesteld en beantwoord worden. Daarbij moeten we ervoor waken dat we krimp niet alleen als een probleem zien. Wellicht biedt de krimp ons ook kansen? Van belang is allereerst om te kijken naar de oorzaken van krimp. Grofweg kun je de volgende oorzaken onderscheiden:

  • Secularisatie. Dit leidt tot afname van het aantal gelovigen als geheel en heeft dus ook effect op de GKv.
  • Sociaal-demografische ontwikkelingen. Vergrijzing en ontgroening, maar ook de bevolkingskrimp in delen van Nederland (zoals het oosten van Groningen, Zeeuws-Vlaanderen, de Achterhoek). Kerken als geheel vergrijzen dus en in bepaalde gebieden krijgen zij met krimp te maken.
  • Niet-kerkelijke spiritualiteit. Geloof zonder kerklidmaatschap, verminderde betrokkenheid en/of bereidheid om een gemeente in stand te houden.
  • Conflicten, crises. Een conflict op leiderschapsniveau, verschil in opvattingen over de koers van de GKv, wensen rondom de liturgie of een pijnlijke (tucht)zaak leiden tot vertrek van leden

In al deze gevallen kun je je afvragen of de krimp in een gemeente per definitie ongewenst is. Misschien is een kleine kerk met een sterkere identiteit juist wel beter af of kan een kerk in een vergrijzende omgeving van grote betekenis zijn. Misschien is het soms beter om na een slepend conflict uit elkaar te gaan – om de aandacht opnieuw op de kern te kunnen richten. Wel kan krimp verandering noodzakelijk maken. Dat betekent dat je naast de oorzaak van krimp, ook de voortgang ervan in kaart moet krijgen. Hoeveel krimpen we, hoe snel en waar? Hebben we het over een tijdelijk kleiner worden van de gemeente of is het van belang om voor de toekomst ingrijpender maatregelen te nemen?

Belijden…
De cijfers maken ons ervan bewust dat we krimp niet kunnen bestrijden maar veeleer moeten belijden en begeleiden. Grootte hoeft dus niet het grootste probleem te zijn. Mits de gemeente onderzoekt hoe ze vitaal blijft en de afstemming met andere gemeenten zoekt. Dat kunnen omliggende gemeenten zijn maar ook partnergemeenten elders in het land. Concreet zien we voorbeelden van samenwerking met omliggende gemeenten in een gedeelde middagdienst, samenwerking in catechese tussen dorpskerken of regionale diaconale en missionaire taken.
Kleine kerken in krimpregio’s op het platteland hebben de neiging om te blijven denken in oude patronen. Kleine kerken in stedelijke groeiregio’s zijn geneigd dynamische nieuwe vormen uit te proberen. Beide zouden elkaar uitzonderlijk goed kunnen aanvullen en opscherpen. Juist omdat de verschillen tussen stad en platteland wat betreft mentaliteit ook weer niet zó groot zijn. Dan kan een kleine kerk in Drenthe van zeventig leden een prima kans op overleven hebben. In een grote stad vinden we zeventig leden heel wat – waarom dan niet op het platteland? Zo’n kleine kerk op het platteland kan vrij gemakkelijk in een partnerschap kennis uitwisselen met een gemeente of gemeentestichtingsinitiatief in de stad. Voortbestaan als huiskerk – zonder betaalde predikant – is een reële optie. Alleen moeten we dan wel nadenken en begeleiden hoe deze ommezwaai praktisch gestalte kan krijgen. Kerken zullen moeten leren om heel gericht hun belijden om te zetten in manieren van kerk-zijn die passen bij henzelf en hun context. Een kleine gemeente die niet alles draaiend kan houden zoals ze dat in het verleden of binnen het kerkverband gewend is, mag zich gedwongen voelen om opnieuw na te denken over haar roeping hier en nu. Dat brengt niet alleen verandering van structuur, maar ook van geloven en doen.
Deze zelfbeproeving kan leiden tot een des te sterker bewustzijn van de afhankelijkheid van de kerk van haar Heer – en daarmee een krachtig getuigenis zijn.

…en begeleiden
Voor kerken, classes en het landelijke kerkverband liggen er dan alsnog vragen voor de omgang met krimp. De kleine krimpende kerken vormen samen een vijfde deel van het kerkverband. Daarnaast zijn er kleine en grote groeiende gemeenten, maar ook grote gemeenten die soms fors krimpen. Ook deze cijfers zijn interessant en roepen vragen op. Bijvoorbeeld naar hoe predikant en kerkenraad functioneren in een snel krimpende gemeente – en of dat goed is. Of naar de slagingskans van samenwerking tussen gemeenten die zonder die samenwerking geen professional kunnen betalen. Naar hoe grote krimpende gemeenten reageren op snelle afname van het aantal jongeren. Of hoe binnen de classis kerken elkaar kunnen bijstaan. Daarom is het van belang dat de bezinning in de kerken hand in hand gaat met gesprek tussen kerken, opleiders en kerkelijke organisaties. In dit themanummer van Dienst, maar ook op het symposium dat het Praktijkcentrum
organiseert, hopen we aan dit gesprek
een (nieuwe) impuls te geven.

Dit artikel is geschreven door Hans Schaeffer en Jannet de Jong en verschenen in DIENST, download hier het thema nummer.

Aanmelden symposium ‘Help/Hoera, we krimpen! klik hier.

The following two tabs change content below.

Jannet de Jong

Adviseur Praktijkcentrum
Maakt graag samen nieuwe plannen die passen bij jouw gemeente. Doet dat het liefst in een duurzaam proces. Studeerde theologie en missionair gemeente-zijn met de vraag: hoe ben je kerk vandaag en wat heb je daarvoor nodig? Werkt aan gemeenteonderzoek en denkt na over krimpende kerken. mail Jannet

Laatste berichten van Jannet de Jong (toon alles)