Door de Bijbel te vertalen, verlies je onherroepelijk iets van de oorspronkelijke tekst. Maar dat geldt evenzeer voor de andere culturen waaruit de Bijbel stamt, en voor wetenschappelijke inzichten die het moeilijk maken ‘te lezen wat er staat’. Predikanten die er een gewoonte van maken alternatieve vertalingen te berde te brengen, maken het er ook niet beter op. Hoe kun je nog gewoon Bijbellezen?

Is het nog mogelijk onbevangen de Bijbel te lezen? Wie in Genesis begint te lezen, komt meteen al voor problemen te staan. Het verhaal over de schepping is immers al lang achterhaald door de wetenschap. En dan is daar de kwestie van de vertalingen. Het lijkt soms wel alsof er eigenlijk iets anders staat dan je zou zeggen. De Bijbel lezen alsof je naar God luistert, is moeilijk geworden.
In nummer 12 van dit blad besprak professor Eep Talstra de problemen waarvoor vertalers en uitleggers zich geplaatst zien bij teksten die niet goed duidelijk zijn. Talstra pleitte voor een bescheiden omgaan met de Bijbeltekst, omdat ook onduidelijke teksten ons misschien wel iets tonen over de kwetsbaarheid waarmee God met ons wil omgaan. Enkele weken geleden vroeg de theoloog Adrian Verbree in het Nederlands Dagblad aandacht voor zo’n moeilijk te vertalen tekst in de nieuwe vertaling van Genesis 1:2. Stond in de Statenvertaling (SV) en de ‘vertaling 1951’ (NBG) nog dat de Geest van God over de wateren zweefde, in de nieuwe Bijbel in Gewone Taal (BGT) wordt dit vers vertaald als: ‘een hevige wind waaide over het water’.
In een uitgebreide verantwoording en verwijzing naar onder andere de kanttekeningen bij de SV beargumenteren de vertalers hun keuze (www.bijbelingewonetaal.nl, > Verdieping). Vertalen is altijd kiezen en vaak gaan er betekenisnuances verloren. Daarom is kennis van andere talen zo belangrijk en hechten theologische opleidingen zo aan kennis van Hebreeuws en Grieks.

Wetenschap
Toch is met de constatering ‘vertalen is lastig er gaat altijd iets verloren’ de kwestie niet helemaal weg in zijn consequenties. Bekend is dat predikanten nog wel eens in een preek opmerken dat ‘X’ er wel staat in de vertaling, maar dat er ‘eigenlijk Y staat’ in de grondtekst. Vervolgens bouwen ze op deze, voor de meeste gemeenteleden oncontroleerbare bewering, dan het vervolg van hun redenering. De vraag doet zich dan voor of ‘er staat X, maar eigenlijk staat er Y’ niet ook voor veel meer dingen in de Bijbel geldt. In de wetenschap wordt immers keer op keer bewezen dat Genesis 1-3 niet zo gebeurd kan zijn, er zijn onweerlegbare bewijzen voor een evolutie die miljarden jaren in beslag heeft genomen. En decennia terug schreef de theoloog Rudolf Bultmann al dat we de opstanding niet al te letterlijk moeten nemen, want we weten dat doden niet weer levend kunnen worden. Objectief waarneembare gegevens dienden te worden ingeruild voor subjectieve,  existentiële vraagstukken die vooral gericht waren op vragen over de manier waarop wij tot ons recht kunnen komen.
De kwestie ‘er staat X, maar het betekent eigenlijk Y’ is niet meer dan een variant op de andere boodschap. In beide gevallen is de vraag ‘verstaat gij wat ge leest’ (Hand. 8:31) vooraf al door de spreker beantwoord met ‘nee, u begrijpt het verkeerd en ik zal u uitleggen wat u wel moet begrijpen’. God, geloof in God, het begrijpen van Gods woorden en een relatie krijgen met God, wordt daarmee afhankelijk van de bemiddeling van deskundigen, en in ieder geval niet meer het zelfstandig handelen van de beminde gelovigen voor wie de deskundigen hun goedbedoelde en wetenschappelijk verantwoorde werk doen.
Eens in de zoveel jaar maak ik een interviewreis langs allerlei predikanten en andere sleutelinformanten over de vraagstukken waar zij in hun dagelijks werk tegenaan lopen. Tijdens deze ronde valt op dat mijn respondenten zorgen krijgen over de plaats die de Bijbel inneemt in het leven van de gemeenteleden. Veel gemeenteleden lijken nauwelijks in de Bijbel te lezen, Genesis wordt
door veel gemeenteleden als achterhaald beschouwd, het Oude Testament is moeilijk toegankelijk met alle bloed en geweld die het gevolg zijn van opdrachten van God zelf. En het Nieuwe Testament is óf niet geloofwaardig door de wonderen, of cultureel achterhaald. Bijbellezen is moeilijk geworden. Deels door de opvatting dat de wetenschap uitmaakt wat we wel of niet als geloofwaardig moeten aanmerken in de Bijbel, deels door de gedachte dat we ook afhankelijk zijn van deskundigen om goed te begrijpen wat er dan in dat restant van de Bijbel staat.

Moeilijk
Als het allemaal zo onduidelijk is, waarom zou je dan ook nog de Bijbel lezen? Zeker als hij ook nog voor je eigen culturele gevoel een aardig eind van je af staat. Bijbellezen als luisteren naar de stem van God is moeilijk geworden. En daarmee spreken over God, zingen voor God. Het vraagstuk van onze tijd lijkt te zijn: hoe krijgen we de mensen weer tot begrijpen dat
God echt, als een Persoon bestaat. Dat Hij de maker is, de Eigenaar. Dat Hij voor de puinhoop die wij er van maken door Jezus een uitweg en toekomstig herstel heeft geboden. Dat Hij er iedere dag voor zorgt dat de zon weer opgaat, dat de zwaartekracht blijft werken, dat de zonnestelsels hun baantjes blijven draaien, dat de natuurwetmatigheden hun regelmaat voor onze waarneming  blijven houden. Dat Hij niet een projectie is om onze bestaansangsten onder controle te houden (Freud), geen verdovingsdrug is tegen de onzekerheid van de dagelijkse economische verhoudingen (Marx), geen vastigheid voor zielige mensen (Nietzsche), geen toevalligheid voortkomend uit een Big Bang of een oerknal die net zo goed anders had kunnen aflopen (Darwin), geen bijproduct van onze hersenschors (Schwaab). Maar dat Hij bestaat. Net zo realistisch als u en ik bestaan. Dat je als mens gehoord wordt als je tegen Hem praat. Dat wat Hij in de Bijbel zegt niet
een verhaaltje is, een sprookje, een vertelsel dat je eigenlijk niet serieus hoeft te nemen, maar dat Hij dat echt meent. Dat Hij het echt meent wanneer Hij zegt dat we inderdaad ooit met Hem in gesprek zullen raken, dat wij Hem dan vragen stellen (Matt. 25) en dat Hij ons dan ook vragen zal stellen: ‘Wat heb je gedaan met wat ik vertelde in de Bijbel? Wat heb jij gedaan tegenover je medemens? Wat heb je gedaan om de aarde te verzorgen? Wat heb jij gedaan met de steun die Jezus je wilde geven? Wat heb jij gedaan met de mogelijkheden die Ik geboden heb door je de kerk te geven, door je de Geest aan te bieden om wijsheid en vernieuwing van je leven te krijgen, door je een hele Bijbel in je eigen taal te bieden zodat je zelf kon lezen? Dacht je nu echt dat ik je een verhaaltje vertelde dat niet betrouwbaar was, dat ik een beetje zat te liegen?’

Tweede naïviteit
Hoe helpen we de mensen om ons heen om een antwoord te vinden op de vragen die God zelf aan ons gaat stellen in een wereld waarin God mythe, projectie of metafoor is, of anders uitgelegd moet worden? Is het mogelijk om terug te gaan naar een kinderlijk Bijbellezen, een kinderlijk verstaan in onze tijd? Volgens de filosoof Ricoeur is het mogelijk om tot een ‘tweede naïviteit’ te komen, een vorm van kinderlijk-openstellend lezen, ook al weet je dat er allerlei wetenschappelijke en culturele en psychologische fenomenen een rol spelen, zowel in de Bijbel, als in ons verstaan van de Bijbel. In die tweede naïviteit speelt de verwondering een centrale rol, waardoor we de analytische, wetenschappelijke reductie van ons bestaan tot wetmatigheden en verklaringen overstijgen. De theoloog Joseph Ratzinger, beter bekend als paus Benedictus XVI, schrijft soortgelijk in de trilogie Jezus van Nazareth. Hij spreekt van het vertrouwen waardoor we enerzijds met de historisch-kritische benadering van de Bijbel rekening houden, en anderzijds de waarheid van de openbaring van God durven aanvaarden en toe-eigenen. In nog wat andere woorden: juist met een wetenschappelijke instelling dat we open staan voor wat er kan zijn, ook al zien we het niet, dat er een werkelijkheid kan zijn die onze werkelijkheid overstijgt en omvat, kunnen we weer terug naar de woorden van God en die aanvaarden als betrouwbare woorden. Dan kunnen we zeggen dat het best mogelijk is dat de aarde in zes dagen is geschapen, in tegenstelling tot wat de huidige wetenschappelijke inzichten zeggen. Een zesdaagse schepping kán dan mogelijk zijn, ook al spreekt de huidige wetenschap dit tegen. Het kan ook zijn dat de huidige wetenschap gelijk heeft. Het kan zelfs zijn dat noch de huidige wetenschap, noch de traditionele lezing van zes dagen helemaal correct zijn. Ik wil dat naast elkaar laten staan. Dan kunnen we zeggen dat de sterren zingen tot
eer van God, samen met de geweldige zeedieren en de mensen (Ps. 148), ook al is het een taal die we slechts bemiddeld door wetenschap en techniek kunnen horen. Dan kunnen we met een open geest en verstand diepgaand wetenschappelijk onderzoek doen en tegelijk weten dat dit open verstand nog steeds het beperkte verstand is van het schepsel dat gemaakt is door een geweldige God die ook de sterrenstelsels en het heelal gemaakt heeft en nog steeds in werking houdt.

Voor een mooie en vrolijke bespreking van Psalm 148 en wetenschappelijk onderzoek, bekijk onderstaand fragment

Dit artikel is geschreven door Henk Geertsema en gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 10 juli 2015

The following two tabs change content below.
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk