De positie van de kerk is veranderd en die van de predikant ook. Wat moeten de werkers in de kerk doen? Specialiseren of generaliseren? Het laatste, zegt Hans Schaeffer. Net als de huisarts. Gemeentes hebben mensen nodig die overzicht hebben en hen helpen bij de zoektocht naar hun identiteit.

De maatschappelijke en culturele context waarin kerkelijke voorgangers werken is in de afgelopen decennia sterk veranderd, evenals de positie van de kerk zelf. Voorgangers zullen hun positie en die van hun gemeente binnen deze context moeten bepalen. Deze zoektocht vindt meestal plaats tussen twee uitersten: aanpassing aan de context of verzet tegen de context. Met allerlei tussenposities tussen die uitersten in.
Eén van de manieren om als voorganger met deze veranderde context rekening te houden, is specialisatie. Dit was ook één van de aanbevelingen van de PKN-commissie Veerman (2008). Echte professionals specialiseren zich en werken vervolgens in teamverband met kerkelijke vrijwilligers. Dit is een oplossing die ook rekening houdt met krimpende financiële middelen. Recent pleitte ook praktisch-theoloog Ruard Ganzevoort voor zo’n specialisatietraject in de opleiding voor theologen.
De termen ‘professional’ en ‘specialist’ lijken geschikt om het intensieve werk van voorganger in een sterk geïndividualiseerde context aan te kunnen. Differentiëring van de religieuze markt wordt werkbaar doordat de voorgangers zich gaan specialiseren.
Theologisch gezien dreigt daarbij echter iets wezenlijks verloren te gaan. Ik besef dat in de theologische opleiding allerlei professionele specialisten nodig zijn. Maar wanneer de opleiding zelf vervolgens voornamelijk gespecialiseerde professionals aflevert, ontstaat gemakkelijk een ruilverkaveling van het beroep van voorganger. Het perspectief op het geheel van theologie en kerk zal dan vrijwel verdwijnen.
De dynamiek van het specialiseren is immers eindeloos. Ook heeft elke specialist de neiging zijn eigen specialisme te verdedigen en de behoefte aan haar of zijn specialisme te cultiveren.
De reactie op de sterk toegenomen differentiatie in kerk en cultuur, en de roep om gespecialiseerde professionals is dan ‘aanpassing’ aan de maatschappelijke en culturele context.

Overzicht
Mijn gedachten gaan echter een andere kant uit. Ik zou willen pleiten voor de voorganger als generalist. Ik bedoel niet dat een predikant (m/v) alles doet wat er in kerkelijke praktijk gedaan moet worden. Alsof zij/hij de leider is die komt vertellen wat er nodig is en dat vervolgens zoveel mogelijk zelf doet.
De voorganger moet volgens mij wel werken als de general practioner van een gemeente. Zij of hij moet overzicht hebben op het geheel van het kerk-zijn. Twee redenen voor deze keus noem ik hier.
De eerste is dat ‘de voorganger als generalist’ volgens mij de enige manier is om de vraag áchter de vragen te stellen en de behoefte áchter de behoeften te peilen. Een voorganger is vaak de enige die vragen over het geheel van het kerk-zijn stelt. Die méér overziet dan de deelterreinen van kerkdiensten, pastoraat, missionair-diaconaat, gemeenteprojecten.
Er moet iemand zijn die zich richt op het geheel van kerk-zijn. Anders laten we het kerk-zijn oplossen in het complex aan netwerken van mensen die elkaar op de verschillende deelterreinen ontmoeten, en verdwijnt het overzicht.
Bovendien gaat de tendens om zich te richten op het complex van kerkelijk-specialisten uit van een vergaand gespecialiseerde en professionele theologische wetenschap. Praktisch theoloog Gerben Heitink stelde acht jaar geleden al dat de tijd van zo’n uitgewaaierde theologie voorbij is. Geld en middelen ontbreken om zo’n gedifferentieerde wetenschap in de lucht te houden.
Hij pleitte daarom voor een ‘vereenvoudigde theologie’. Daarbij past volgens mij ook het profiel van de voorganger als generalist. Zoals ook in de zorg een belangrijke nadruk ligt op de huisarts als general practitioner, zo kan de voorganger als generalist in de kerk werken.

Analyseren
De voorganger als generalist benut daarbij ten volle waardevolle tendensen die in cultuur en kerk zijn aan te wijzen. Goor geldgebrek moeten taken op allerlei deelterreinen van het kerk-zijn door niet-professionals gedaan worden. De generalist heeft voldoende in huis om toerusting te geven en aan visie- en beleidsvorming te doen.
De generalist is verder geen autoritaire leider maar iemand die vanuit het over-all-perspectief in staat is de juiste waarnemingen te doen, zorgvuldig te analyseren waarom dingen gaan zoals ze gaan, theologisch hierop te reflecteren en aanbevelingen voor oplossingen aan te dragen.
Niet omdat hij de waarheid in pacht heeft, maar omdat zo juist de inzet en betrokkenheid van gemeenteleden serieus genomen wordt. Zo’n generalist-voorganger trekt zich niet terug op een eilandje van zijn toevallige specialisme maar wil de gaven van gemeenteleden ten volle tot bloei laten komen in het geheel van de kerk.
Het leiderschap dat zo’n generalist-voorganger kenmerkt, is denk ik ook gewenst. Met name in gemeentes waarin gemeenteleden actief participeren, ontbreekt het niet aan denk- en werkkracht. Wat nodig blijft is iemand die, samen met de gemeente, het geheel blijft voorzien van de broodnodige spirituele verdieping.
Recente publicaties over kerk-zijn benadrukken thema’s als discipelschap, spiritualiteit, ‘terug naar de kern’, ‘robuuste kerk’. Ik denk ook aan de visienota’s van de PKN over ‘verwondering’ en de ‘hartslag van het leven’.

Bron
Dergelijke belangrijke notie’s vragen om een stevige verworteling in de spirituele kern van de christelijke kerk. Wie de participatie van gemeenteleden wil bevorderen, en weet hoe onze cultuur lijdt aan onverbondenheid en opdroging van onze bronnen (Charles Taylor), zal middelen zoeken om gemeenteleden te verbinden met de Bron.
Maar is hiervoor werkelijk zo’n generalist-voorganger nodig? Kunnen gemeenteleden dat niet ook zelf? Hebben we toch niet meer behoefte aan specialisten die op onderdelen vakinhoud kunnen aanleveren waar we op verschillende deelterreinen gewoon goed mee aan de slag kunnen?
Ik begon met te wijzen op de grote veranderingen in de samenleving die het kerk-zijn daarin sterk beïnvloeden. Zo sterk dat wel gesproken wordt van een ‘transitie van kerk-zijn’.
Eén van de gevolgen hiervan is dat kerken diepgaand op zoek zijn naar hun identiteit. Het zoeken naar identiteit van de gemeente is gebaat bij voorgangers die enerzijds theologische ruggengraat tonen en anderzijds flexibel genoeg zijn om in te spelen op de actuele situatie.
Daarvoor is een all-round-voorganger nodig die in elk geval all-round-theoloog is. Het leiderschap dat hierbij hoort, is gericht op de vorming van de sociale identiteit van de gemeente.
De hiervoor benodigde hermeneutische competenties vragen om méér dan bekwaamheid op deelterreinen. De kerk op weg naar Gods toekomst heeft vandaag voorgangers nodig die zich geroepen weten als all-round-voorganger de zoektocht naar identiteit vanuit de verbondenheid met de christelijke traditie vorm te geven.

Dit artikel is gepubliceerd in CW Nieuws- en opinieblad voor gelovig Nederland 3 april 2015

The following two tabs change content below.

Hans Schaeffer

Post-doc onderzoeker Praktische Theologie Theologische Universiteit Kampen In het onderzoek richt ik me op de verzameling en analyse van empirische gegevens over de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Daarnaast houd ik me bezig met onderzoek in de deeldiscipline gemeente-opbouw. De analyse van kerkelijke praktijken geeft inzicht in de manier waarop kerkleden het kerk-zijn beleven. Door hierop theologisch te reflecteren kunnen de aandachtsvelden worden benoemd waarop verder moet worden doorgedacht.

Laatste berichten van Hans Schaeffer (toon alles)