Wat is het nut van nieuwe missionaire opleidingen en waarom komen er opeens zoveel te voorschijn? Wat kenmerkt deze nieuwe opleidingen? Is er misschien iets veel groters in beweging dan alleen nieuwe opleidingen voor beroepskrachten? Deze vragen staan centraal in een blog over drie recente publicaties…

  1. De Reformatie (24-8-2012 ; nr 22): Missionaire opleidingen. Waarom zou je er één volgen, en wat heeft de gemeente eraan? De vraagstelling van de special is: Waarom doen steeds meer predikanten een extra opleiding op het terrein van evangelisatie, kerkplanting of  missionaire gemeenteopbouw? En zijn deze opleidingen ook nuttig voor leken?
  2. Robert Doornenbal publiceerde juni 2012 zijn docoraalthesis CrossRoads – an Exploration of the Emerging-Missional Conversation with a Special Focus on Missional Leadership and It’s Challenges for Theological Education. Een hele mond vol, maar razend interessant (als boek te koop en hier te downloaden als pdf)
  3. Ed Stetzer, researcher en auteur, schrijft een serie weblogs over Lay-people and the mission of God. Te vinden op zijn zeer volle weblog in o.m. deze series…
    Lay-people education e.v.
    Women and mission e.v.
    Transformational small groups e.v.

Vanuit steeds een ander perspectief wordt nagedacht over -de opleidingen voor- missionair werk… en de grotere patronen die de auteurs (en ik) waarnemen. Onderstaand eerst de hoofdgedachten per publicatie.

De Reformatie

Wat beweegt predikanten om een extra opleiding te gaan doen? Waarom vinden ze het nodig? Vier predikanten geven aan dat de kerk te veel naar binnen is gericht (geweest). Omdat de kerk in de 21e eeuw in een ‘nieuwe wereld’ een marginaal bestaan leidt, willen deze predikanten voor hun werk in de kerk -én voor het getuigenis daarbuiten- specifiek toegerust worden.

Volgens mij (zo lees ik in De Reformatie tussen de regels door) droeg de opleiding aan de TUK (en ik denk ook aan de TUA en andere Theologische Universiteiten) in  het verleden niet echt bij aan wél een buitenwaartse focus van kerk of voorgangers. Daarnaast blijken de opleidingen weinig gericht te zijn op persoonsvorming of de praxis oefenen.
De opleiding bereidt a.s. beroepskrachten voor om de kerk zoals we deze tot nu toe kennen te ‘dienen’. De klassieke kerk dus, met kerkgebouw, kerkdiensten, preken, pastoraat, catechese e.d.. Daar doet de beroepskracht zijn en haar werk, ondersteund door en onder verantwoording van een team ambtsdragers en betrokken kader.

Maar steeds meer mensen beseffen dat de kerk haar focus (ook) op de wereld hoort te hebben. Heeft ze dat niet, dan is het zelfs de vraag of het wel kerk is! Daarom zijn er predikanten die willen leren hoe ze anders kunnen kijken en werken, lees je in De Reformatie.

De geïnterviewde predikanten beseffen dat hun eerdere opleiding niet adequaat was t.a.v. de vormgeving van vernieuwing en verandering van de kerk, noch tegen de weerstand die deze gedachten en praktijken in de kerken oproept.

Praktisch vormgeving en het managen van weerstand maakt(e) geen onderdeel uit van een theologische universitaire opleiding.

Crossroads

Het boek begint met o.m. dit motto

God help us to change.
To change ourselves and to change the world.
To know the need for it.
To deal with the pain of it. To feel the joy of it.
To undertake the journey without understanding the destination.
The art of gentle revolution. Amen.

De dikke thesis (434 pagina’s Engelse tekst met een Nederlandse samenvatting) gaat over het gesprek met de kerk-vernieuwingsbewegingen. In de laatste hoofdstukken vind je vervolgens een onderzoek naar de reformatorische theologische opleidingen in Nederkand en België. Doornenbal schrijft daarover in hoofdstuk 10 (Nederlandse samenvatting op blz. 431).

De vijf belangrijkste conclusie (van hfdst 10) laten zich als volgt samenvatten:

  1. De nadruk in de drie onderzochte instituten ligt duidelijk meer op het opleiden van theologen in de zin van academici/wetenschappers dan op het toerusten van toekomstige leiders.
  2. Heel weinig docenten en studenten blijken te weten wat er de laatste jaren gaande is in het Emerging-Missional milieu buiten Nederland, inclusief experimenten met en reflecties over missionair leiderschap en het opleiden van leiders, gemeenschapsvorming, spirituele vorming, en worship.
  3. Binnen de onderzochte opleidingen en hun (kerkelijke) achterbannen lijkt er vooralsnog weinig besef van urgentie als het gaat om het rekruteren en selecteren van toekomstige missionaire leiders.
  4. Qua onderwijsmethoden lijkt er vooral een lacune te bestaan wat betreft methoden die specifiek gericht zijn op het integreren van theoretische reflectie, het leren van ervaring, en persoonlijke leiderschapsontwikkeling.
  5. De onderwijsfilosofie van de drie instituten kan nog nader worden geëxpliciteerd.

En je leest even later (in de samenvatting van hoofdstuk 11) tegen de achtergrond van de sterk toenemende vraag om een duidelijker focus in opleidingen voor predikanten en voorgangers op (a) het thema leiderschap en (b) het opleiden voor missie in een context van post-Christendom (geformuleerd voor de PThU):

  1. Hanteer ‘leiderschap’ als een integratieve focus van het curriculum. Onderkend wordt dat dit weerstanden zal oproepen – alleen al vanwege de terminologie, alsook omdat men niet vertrouwd is met recent wetenschappelijk onderzoek over leiderschap.
  2. Geef inhoudelijk meer aandacht aan het thema leiderschap, bezien vanuit sociologische, psychologische, theologische en missiologische invalshoeken, alsook vanuit inzichten uit de complexiteitstheorie en organisatietheorie, en in verbinding met thema’s als missionaire verbeelding en innovatie, creativiteit en kunst, en metaforisch taalgebruik. Wat bovenal aandacht behoeft, is theologische visievorming voor de kerk in de 21e eeuw en de implicaties daarvan voor leiderschap in de kerk.
  3. Neem het thema ‘missionair leiderschap’ en de consequenties daarvan serieus, onder andere voor wat betreft de rekrutering en selectie van toekomstige (creatieve, innovatieve, en pionierende) leiders in de kerk; opgemerkt wordt overigens dat dit vooral een taak is van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) zelf, in samenwerking met de PThU.
  4. Geef meer aandacht aan spirituele vorming, bijvoorbeeld rondom de vraag hoe academische kennis te integreren met persoonlijke spiritualiteit, zoals de beoefening van het gebed.

Doornenbal geeft aan dat, volgens de Emerging-Missional churches (kerkplantingen, missionaire groepen, huiskerken, etc.) een veranderde, steeds sneller veranderende wereld ook andere en steeds veranderende kerken vraagt (God help us to change, ourselves and the world).
Kerken die zo (willen gaan) werken hebben dan andere voorgangers nodig. Doornenbal is duidelijk over dat nieuwe profiel: Meer leider dan voorganger, meer ondernemer dan docent. Mensen die zichzelf goed kennen en bereid zijn te pionieren en af te zien, spiritueel gevormd, mannen en vrouwen die communicatief sterk zijn met mensen in én buiten de kerk.

Vanuit zijn onderzoek trekt hij conclusies en geeft hij aanbevelingen: de opleidingen voor predikanten dienen te veranderen. Deze conclusies herken ik. In De Reformatie kun je lezen dat er kerkelijke beroepskrachten zijn die deze noodzaak voor andere scholing zelf zijn gaan voelen. Daarom zijn ze extra opleidingen gaan volgen om ontbrekende bekwaamheden en kennis aan te vullen. Eén van hen studeert aan de Theologische Universiteit Kampen, de anderen deden respectievelijk Bamboo, Porterbrook Learning Network en Nederland Zoekt. Vier mannen die de noodzaak voor een kopstudie al een aantal jaren geleden voelden.

Ed Stetzer en z’n commentaar op de scheiding tussen CLERUS en LEKEN

Stetzer schrijft:

I don’t like the word Lay-People. The word actually can be applied to any non-professional population as it relates to any profession (doctors, lawyers, etc.). But most often it is applied to church, including its primary definition.

Hij schrijft momenteel (augustus 2012) een serie blogs over lay people and the mission of God met als doel: “that you will see and do things differently for His mission.” Hij is vrij fel als hij schrijft dat alleen al de gekozen terminologie twee typen mensen in de kerk creëert: de professionals op nummer één en de leken op de tweede plaats (the second class and I meant to say that“). Hij vindt dit on-Bijbels en denkt dat het de missie van God VOOR AL GODS MENSEN ondermijnt! Het leert leken dat zij degenen zijn die niets of weinig hoeven te doen en ook weinig bij te dragen hebben. Stetzer ‘angst’ gaat diep:

It’s  that we have created a class system in the body of Christ comprised of the “called” and the “not so much called.” <BUT> Lay people are not to be customers of religious goods and services served by the storekeeper clergy. We are all called, although our current assignments may vary dramatically.

Het punt dat hij wil maken is dat de tweedeling weg moet, want elke volgeling van Christus is in dienst van God voor Gods missie. Ieder kerklid (christen) hoort voor God aan het werk te zijn of te gaan. Betaald of niet. De werkelijkheid die Stetzer ziet (in Amerika) is heel anders:

We cannot miss the reality that, in most churches, there are many more passive spectators than there are active participants in the mission of God.

Hier raakt de werkelijkheid van Stetzers Amerika mijn Nederlandse werkelijkheid, zijn ‘evangelical beliefs’ mijn gereformeerde denken. Is het bij ons anders? Misschien wel! Ik zie zelf twee verschillen:

  1. De tweedeling in onze reformatorische kerken is niet zoals Stetzer dat schrijft. Het zit niet tussen betaalde en onbetaalde krachten. In onze kerken is de tweedeling er tussen actieve en niet-actieve christenen. Dit is een andere tweedeling, maar blijft nog steeds een verdeling! Het ambt van alle gelovigen wordt door deze twee groepen dan ook zeer verschillend beleefd en (al of niet) vorm-gegeven.
  2. De missionaire gerichtheid van kerken, van voorgangers en leden is in Nederland klein. Initiatieven op dit terrein beginnen zelden bij de betaalde krachten. Missionair-zijn is iets voor een commissie (van de kerkenraad) door predikant en kerkenraad uitbesteed en weggezet. Ik constateer dan ook al jaren dat in de meeste kerken geen nieuwe mensen binnen komen. Het lijkt me een teken aan de wand. De meeste voorgangers besteden nauwelijks tijd aan de missionaire functie van de kerk.

Stetzer schrijft dat in Amerika predikanten voorop lopen in de aandacht voor missionair kerk zijn. Ze krijgen alleen hun kerk vaak niet mee. Dat is in Nederland anders, volgens mij.
Hier komt missionair kerk zijn veel meer van ‘onderen op’ en speelt het zich af in en buiten de marge van kerken. De nieuwe missionaire opleidingen zijn daarom gestart voor niet-theologen én theologen want in Nederland, Duitsland en Engeland is het werk van kerkplanting vrijwel altijd het werk van leken. In de huiskerkbeweging en in de kerkplantingen zijn in elk geval de leken in grote meerderheid aanwezig. En af en toe werken er ook extra-geschoolde theologen mee.

Vooral samengestelde teams zijn nodig, constateren Noort, Paas e.a. in ‘Als een kerk (opnieuw) begint’. Werken in teamverband, met vele  skills en opleidingen, waaronder de benodigde theologische expertise en bezinning (een punt dat Simon van der Lugt in De Reformatie maakt) is gewenst. Succesvolle kerkplantingen hebben allemaal een team aan hun basis gehad.

Het nut van nieuwe missionaire opleidingen

Maar wat is het nut van nieuwe missionaire opleidingen? Waarom komen er opeens zoveel te voorschijn? Wat kenmerkt deze nieuwe opleidingen? Is er misschien iets veel groters in beweging dan alleen opleidingen voor beroepskrachten?

  1. In De Reformatie-special krijg je een kijkje in het denken en verlangen van GKv voorgangers: Meer missionair zijn als kerk, en als voorganger daartoe moet je jezelf (vaak in teamverband) toerusten.
  2. Doornenbal concludeert dat de theologische opleidingen dienen te herfocussen. Hij geeft aan dat er ook ándere skills nodig zijn, dan die je in een universitaire omgeving aangeboden krijgt: leiderschap, spiritualiteit (o.a. Jos Douma benadrukt ook het belang hiervan) vernieuwingsmanagement en creativiteit bijvoorbeeld.
  3. Stetzer gaat nog een stap verder en zegt dat een missionaire opleiding niet vooral bij de predikanten terecht hoort te komen. Wil een kerk echt missionair zijn dan is dat een taak van álle leden van een kerk. De predikant zou als taak moeten hebben juist dat christelijke potentieel te ontsluiten, wendbaar te  maken. Hij of zij moet mensen uitdagen van hun stoel en uit hun bank te komen. De missie van God wordt uitgevoerd door de mensen van God, niet vooral door betaalde ambtsdragers.

Het nut van de nieuwe opleidingen zal de komende jaren zichtbaar worden. Wanneer de afgestudeerden wel of niet hun verlangen beter kunnen vormgeven in hun werk en omgeving.

Ook de aanbevelingen van Doornenbal zullen we in de komende jaren wel of niet geïmplementeerd zien worden. Volgens de auteur zal er zeker weerstand zijn tegen de voorgestelde veranderingen in het curriculum op de universiteiten. Die weerstand zie je ook al werkelijkheid worden in publicaties van o.m. Bram van der Beek. Volgens hem moet de kerk NIET DIE missionaire richting op veranderen, en dus de opleidingen ook niet. De kerk is juist al teveel naar die wereld opgeschoven, te dicht bij gekomen. De kerk dient juist heilig te zijn en heiliger te worden. 

Het meest basale commentaar komt van Stetzer. Predikanten die extra opleidingen doen, worden daartoe gedreven door hun verlangen naar een missionaire kerk, die daartoe vervolgens moet worden veranderd. En deze mannen beginnen daarom bij zichzelf: opleiding. Maar Stetzer ziet die noodzaak nog veel breder: de leken die, om zelf in de missie van God beter te kunnen meewerken, zelf een andere attitude moeten leren. Die ‘leken zijn belangrijk. De kerk bestáát vooral uit leden. En die leden zijn allemaal geroepen door God voor zijn eer en zijn missie.

Conclusie

Wat is het nut van die nieuwe missionaire opleidingen? Ze zijn, hoop ik, zo’n wolkje ter grootte van een hand. Teken van de bui die komt, van milde regen, voor een Nederland dat God vergeten heeft. Hier en daar een beter geschoolde ‘betaalde druppel’ richt voor ons land niet veel uit.

De echte verandering van de wereld (op bevel van God) begint bij onszelf, de niet-betaalde, anders geschoolde, de leek: gewone volgelingen van Christus. Zo gewoon zijn we tenslotte niet!

En, concludeerde een onderzoeker van de TUK als gewone gemeenteleden zich écht allemaal inzetten én missionair gericht zijn.. dan kómen er ook daadwerkelijk meer mensen tot geloof. Cijfers. Feiten. Zegen. Want…

‘als we dicht bij mensen komen, komt God dicht bij mensen’ (C.J. de Ruiter)

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko