Nee, ik wil de kinderen van prof. H.J.Schilder niet hun herinneringen afpakken aan de manier waarop in de jaren zestig de kerk van Kampen scheurde en wat dat betekende voor hun gezin. Ze mochten dat nog een keer vertellen in de televisieserie Ondersteboven, Nederland in de jaren zestig. De aflevering van 2 april was gewijd aan de veranderingen in de kerk. Vooral in de Rooms-katholieke kerk. Maar terzijde kwam ook de scheuring binnen-verband/buiten-verband aan de orde. En die werd gethematiseerd als: open (buiten-verband) tegenover gesloten (binnen verband). NGK tegenover GKv om de nieuwe aanduiding te hanteren. Toch denk ik dat het iets ingewikkelder ligt.

Omgang met de belijdenis
Dat kwam misschien wel vooral omdat ik die uitzending terugkeek nadat iemand mij erop geattendeerd had – en nadat ik de column van prof.dr. Ad de Bruijne in het Nederlands Dagblad van 9 april gelezen had. Die ging over iets vergelijkbaars: hoe hanteer je eigenlijk de belijdenis. Is die een soort formule waarmee je waar en vals van elkaar kunt onderscheiden, of zit daar meer dynamiek in. Hij signaleert dat dit een rol speelt in het gesprek met gereformeerde kerken in het buitenland en in de kerkgeschiedenis van de jaren zestig. De GKv zou toen staan voor een massieve benadering en de NGK voor een meer dynamische. In de praktijk van nu zijn we naar elkaar toegegroeid. Dat was zijn punt

Het was een column en de bedoeling daarvan is vooral te prikkelen, ook in de overdrijving en de versimpeling van dingen. De werkelijkheid ligt gelukkig meestal wat ingewikkelder. Overigens besef ik dat ik zelf ook maar mijn kijk op die ingewikkelde werkelijkheid kan geven en dat die, net als bij de kinderen Schilder, gekleurd is door mijn eigen levensgang.

Extra-calvinisticum
Intussen komt de omgang met de belijdenis wel als vraag op de kerk van nu af en ik zou het jammer vinden als die gestempeld wordt door de hierboven genoemde dilemma’s. Ik werd me daarvan bewust aan de hand van een paar voorbeelden uit de belijdenis zelf. Onlangs kreeg ik weer de vraag om te preken over zondag 18, de hemelvaart van Christus. Daarin staan twee vragen en antwoorden die heel direct verwijzen naar de theologische discussie van de zestiende eeuw tussen Luthersen en Calvinisten: op welke manier is de opgevaren Christus tegenwoordig in deze wereld? Lichamelijk? Of door zijn Geest. Best een belangrijke vraag. Prof.dr. B.Kamphuis ging daarop in in zijn afscheidsrede en legde nieuwe accenten rond de belijdenis van de tegenwoordigheid van Christus. Waar het om gaat: de Luthersen ontstaken in woede over de ideeën van Calvijn hierover en vonden dat hij en de zijnen iets toevoegden aan de geloofsinhoud. Vandaar de aanduiding: extra-calvinisticum, gedacht vanuit de tegenstanders. Calvijn vond zijn overtuiging in overeenstemming met wat al in de oude kerk geleerd werd. De catechismus kiest helemaal voor de opvatting van Calvijn, maar de gereformeerden in die tijd hebben dat punt beslist niet op de spits willen drijven. Ze hebben altijd hun hand uitgestoken naar de Luthersen. Ondanks de heldere stellingname werd de catechismus dus niet gehanteerd als gemakkelijk ijkpunt. Een Luthers opgeleid geleerde was als buitenlands afgevaardigde aanwezig op de synode van Dordrecht 1618. En het afscheidscollege van prof. Kamphuis laat zien dat met de woorden uit de catechismus nog niet het laatste woord over dit geloofspunt gezegd is.

Katholiek
Zelfde kun je vinden bij de omgang met de apostolische geloofsbelijdenis. Misschien nog een centraler deel van het belijden van de kerk. Niet alleen gaf Calvijn en in zijn spoor de catechismus een heel nieuwe inhoud aan de woorden’ neergedaald in de hel’, maar ook de tekst van de belijdenis zelf is in de reformatie gewijzigd: we belijden ’s zondags geen katholieke kerk meer, maar een algemene, met toevoeging van Luther: christelijke kerk. Immers: niet de ene bisschop in Rome maakt de kerk algemeen, maar de enige echte bisschop van de kerk, Jezus Christus.
Vanuit de kerkgeschiedenis zit er meer dynamiek in de omgang met de belijdenis dan de praktijk waarin die functioneert als een meetlat laat vermoeden.

Gesprek
Vandaar dat het zeker in de tijd waarin we nu leven, met kerkelijke toenadering op een tot voor kort ongedachte manier, belangrijk is om door te vragen. Wat bedoel je allemaal met wat je naar voren brengt. Enerzijds verneem je soms de echo van de catechismus. Dat kwam bij mij boven naar aanleiding van een interview met prof.dr. Jan Muis, die een boek geschreven heeft over God. Wat hij daarin zei over de verhouding God in de hemel en God als Vader deed mij sterk denken aan de zondagen 9 en 46 van de catechismus, over God de Vader en de Schepper.
Anderzijds kan ik ook de gevolgen onderkennen van het wel hanteren van de belijdenis als meetlat. Er zit een hele geschiedenis tussen de dynamiek van de zestiende eeuw en de statische manier waarop de belijdenis later is gaan functioneren. Mensen hebben daaronder geleden. Dat bewaar ik voor een ander artikel. Nu ging het erom dat het belangrijk is om binnen en buiten de kerk waarvan je lid bent met elkaar in gesprek te gaan over de inhoud van het geloof en over de vraag wat je nu precies bedoelt met de binnen de gereformeerde kerken afgesproken binding aan de belijdenis.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 16 april. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18