Het enige verhaal in de Bijbel over Jezus’ jeugd is, op z’n zachtst gezegd, een vervelende gebeurtenis. Jezus is nog maar twaalf jaar oud als zijn ouders ontdekken dat hij vermist is.

Het jaarlijkse feest in Jeruzalem is afgelopen en massa’s mensen stromen de stad weer uit. Jozef en Maria veronderstellen dat hun zoon samen met vrienden of andere bekenden bij het reisgezelschap is. Maar na een dag reizen is het toch vreemd dat ze hem nog niet zijn tegengekomen. Ze gaan op zoek en de ongerustheid neemt snel toe; hij is nergens te bekennen. Wat kan er zijn gebeurd? Is hij ontvoerd, verdwaald of ergens vast komen te zitten? Amber Alert was er niet; ze besluiten om terug te gaan naar de stad.

Angst in het hart

Met angst in het hart zoeken Maria en Jozef dagenlang naar Jezus. Niet elke ouder maakt gelukkig zoiets vreselijks als een vermissing mee. Maar ook als je kind niet letterlijk ‘kwijt’ is, kun je het gevoel hebben alsof hij of zij ‘zoek’ is. Ouderen snappen vaak niet waar jongeren mee bezig zijn want het lijkt of ze helemaal hun eigen gang gaan, zoals Jezus deed. Dat kan zorgen baren; wat doen tieners allemaal zonder dat je het weet? Waarom willen ze niet meer naar de kerk en gaan ze een andere weg? We zoeken ze overal, maar het lijkt er niet op dat we ze vinden.

Bijna brutaal

jezustempelEn dan… eindelijk, na drie uitputtende dagen vinden Maria en Jozef hun zoon terug!
Je kunt je voorstellen dat ze ontzettend opgelucht waren, maar tegelijkertijd ook ontzet: ‘Kind, wat heb je ons aangedaan?’. En alsof hij hun onvermoeide zoeken niet waardeert, antwoordt hij bijna brutaal: ‘Waarom hebt u naar me gezocht?’. Met andere woorden; waarom waren jullie bezorgd want dat was helemaal niet nodig! Wisten jullie niet waar ik kon zijn? Nee, blijkbaar niet. Ze hadden zoveel zorgen dat ze niet bedachten dat Jezus misschien wel op een hele veilige plek was; in de tempel.

Vertrouwen nodig

Jozef en Maria moesten hun zoon leren loslaten want hij ging zijn eigen weg. Ze begrijpen dat niet (2:50). En dat geldt voor ons ook vaak. Natuurlijk zijn onze jongeren geen Jezus, maar we kunnen uit dit verhaal wel iets leren. Dat tieners hun eigen weg gaan, we soms op verkeerde plekken naar hen zoeken en dat ze misschien wel vaker op veiliger plekken zijn dan we denken. We zijn bang dat ze allemaal verkeerde dingen doen, maar ze hebben juist vertrouwen en vrijheid nodig zonder ‘gezocht’ te worden of bezorgde blikken te krijgen. En dan kom je ze op hun weg vanzelf wel weer tegen.

Dr. Almatine Leene is werkzaam bij de Academie Theologie van de Gereformeerde Hogeschool te Zwolle.

Dit artikel is gepubliceerd in ‘Dienst‘ nummer 3 2013