Bij het Praktijkcentrum komt wel eens een vraag als deze binnen: ‘Wij zijn een kleine kerk en zien al geruime tijd het ledenaantal dalen. Jongeren trekken weg en de gemeente vergrijst. We maken ons zorgen over de toekomst. We praten er regelmatig over op de kerkenraad en er is ook wel eens een gemeentevergadering aan gewijd. Intussen zijn we eigenlijk uitgepraat, wij komen er niet meer uit. Kunnen jullie ons verder helpen?’

Herkenbaar voor jou als ambtsdrager? Statistisch gezien is de kans groot. In de afgelopen twintig jaar hebben een kleine dertig GKv-kerken de deuren gesloten. Een eerste analyse van de ledenaantallen, gebaseerd op de opgaven voor het Handboek GKv, laat zien dat er maar weinig kerken zijn die groeien. De meeste kerken laten een krimp zien, die kan variëren van vijf tot vijftig procent. Jouw gemeente kan daar bij horen. Wij – Jannet en Hayo – zijn allebei als gemeenteadviseur verbonden aan het Praktijkcentrum, Hayo is daarnaast ook docent gemeenteopbouw. Beiden hebben we ervaring met het begeleiden van gemeenten, in het vinden van een antwoord op een vraag zoals hierboven. In iedere gemeente pakt dit antwoord anders uit. Je vindt hierna dus geen stappenplan of succesverhaal: daar heb jij in jouw situatie weinig aan. We hebben ons vertrekpunt daarom gekozen in jullie als ambtsdragers. We zien jullie als degenen die Christus geroepen heeft om voor zijn gemeente te zorgen, totdat Hij komt. Vrienden van de Bruidegom. Dat zet dit artikel vooral in een geestelijk perspectief. Omdat jullie niet de managers zijn van de kerk, maar leidinggevenden. Die voorop blijven gaan, ook als het tegen lijkt te zitten.

Kijken naar de kerk
Onderdeel van onze cursussen is de ‘ecclesiologie’: de leer over de kerk. We kiezen ons vertrekpunt dan vaak in twee manieren van kijken naar de kerk.

  1. Je kunt naar de kerk kijken zoals je haar ziet – zeg maar: ‘hoe het er aan toe gaat in het leven van elke dag (week, jaar)’.
  2. Maar je kunt ook kijken naar de kerk vanuit wat je gelooft – zeg maar: ‘Wat wordt er over de gemeente gezegd in de Bijbel? Wat wil Christus zelf ons vertellen over Zijn Bruid?’

Wat wij vaak zien in de begeleiding van krimpende kerken, is dat we méér spreken over de kerk zoals we die zien en ervaren in de dagelijkse praktijk, dan dat er (nog) vanuit geloof wordt gekeken naar de gemeente en haar mogelijkheden. Met andere woorden: een krimpende kerk kijkt vaak wat meer naar beneden en wat minder ‘omhoog’. Dit is vaak onbedoeld en onbewust – maar het beïnvloedt wel wat je verwacht en wat je doet. Als het over de kerk gaat, is de belangrijkste vraag niet wat je er van ziet, maar wat we er over geloven. Wat je van de kerk gelooft, hoef je (nog) niet te zien. Het zou natuurlijk heerlijk zijn als dat wat je gelooft van de gemeente, ook in haar functioneren zichtbaar is – maar als dat niet zo is, moet je je geloof in de gemeente niet opgeven. Het antwoord op de vraag wat je gelooft over de kerk, is in de kern: ‘Dat Christus zich een gemeente vergadert, beschermt en onderhoudt’. Hij is daarmee begonnen en gaat daarmee door totdat Hij terug komt. En tot die tijd: ‘Vergeet nooit: ik ben altijd bij jullie, totdat de nieuwe wereld komt’. Dit zegt Christus tegen Zijn apostelen toen, ook tegen jou – ambtsdrager – nu.

Dat wat je ziet
Wat je van de gemeente ziet, is vaak een ander verhaal, ook als het gaat om een krimpende kerk. Soms zie je mensen naar een andere kerk gaan zonder dat ze verhuizen. Je ziet ze vertrekken en houdt je vast aan een soort magische grens ‘We zitten nog boven de honderd!’. Of je ziet gemeenteleden ouder worden. Dat het al heel lang geleden is dat er een kind gedoopt is of belijdenis deed.
‘Ja, afgelopen jaar nog één’. Je hoort de zorg van de penningmeester: dit jaar zijn de VVB-opbrengsten weer lager dan vorig jaar. Je hoort gemeenteleden mopperen; ze vinden dat de kerkenraad er te weinig aan doet. Jongeren klagen: er is te weinig jeugd in de gemeente en de erediensten spreken hen niet aan. Anderen willen de diensten liever houden als ze gewend zijn. Er zijn zoveel meningen: ‘Zo lang we in ambten kunnen voorzien, kunnen we zelfstandig gemeente blijven’. ‘Zo lang we diensten kunnen beleggen, moeten we hier in deze plaats kerk blijven’. Of andersom: ‘We kunnen niet meer in de ambten voorzien, nu houdt het op.’ ‘Als de jongeren niet meer willen, kunnen we beter sluiten’. En misschien  ben je als gemeente ook wel uitgekeken op elkaar, heb je elkaar weinig te zeggen en kan het besluit om de gemeente op te heffen, ook een opluchting zijn. Dat is wat je ziet en daar kun je treurig van worden.

Beeld van de kerk
Wat je gewend bent te zien, zit je in de weg om te kunnen kijken. Aantallen kunnen je in de weg zitten. De meeste kerkleden hebben een onuitgesproken verwachting of beeld van hoe een kerk er uit moet zien. Dat beeld kan gevormd zijn door traditie of gewoonte: dan is een kerk pas een kerk als er een dominee is, een kerkenraad, allerlei werkgroepen en commissies. Aan allerlei facetten van het gemeente-zijn wordt op een bepaalde manier gewerkt: de manier die je als gemeente of kerkverband samen ontwikkeld hebt. Deze manieren zijn voor een groot deel bepaald in een tijd dat kerken groot waren, jong en groeiend. Als je gemeente dan kleiner en ouder wordt en die kenmerken ophouden te bestaan (want je kunt geen dominee meer betalen en er zijn maar drie ambtsdragers, de catechese loopt leeg en er is voor diverse commissies niemand te vinden) dan kun je geen kerk meer zijn zoals je gewend was. Maar is dat het einde van de gemeente? Dat is de zaken omkeren: niet de aanwezigheid van ambtsdragers maakt dat een geloofsgemeenschap kerk is, maar de aanwezigheid van gelovigen.

Nu jij, ambtsdrager…
Wat moet jij hier nu mee, als ambtsdrager, vriend van de Bruidegom? Laten we eens kijken naar de apostel Petrus; er zijn twee brieven van hem bewaard gebleven. Hij schrijft ze aan christenen die over heel Klein-Azië verspreid wonen. Die in kleine groepjes samenkomen, tegen de verdrukking in. Petrus schetst een beeld van de gemeente
als een geestelijk huis van levende stenen, gebouwd op het fundament, Christus. Hij houdt de gemeente voor: ‘Laat uw geest daarom voortdurend paraat zijn, wees waakzaam en vestig al uw hoop op de genade die u ontvangen zult wanneer Jezus Christus zich openbaart’ (1 Petrus 1,13).
Ruim tweeduizend jaar later schrijft Stephen Covey over eigenschappen van effectieve leiders: ‘Begin met het einde voor ogen’. Dat is iets wat jou als geestelijk leider kenmerkt: de aandacht richten op de hoop die in ons is.
De gemeenteleden helpen onderscheiden waar het op aankomt. Blijven bemoedigen en aanvuren. De brieven van Petrus kunnen je daarin geweldig helpen, ze zijn namelijk geschreven om gemeenten aan te sporen om Christus voor ogen te houden: kijk omhoog! In de praktijk van een krimpende gemeente kun je gemakkelijk afgeleid worden van waar het om gaat. Je wordt meegenomen in het gemeenschappelijk gesomber en geklaag. Gebruik dan je verstand en wees nuchter, blijf als ambtsdrager voorgaan in de hoop en het geloof in een betere toekomst.
Praktisch gezien betekent dat dat jij als ambtsdrager jezelf bewust blijft van hoe je kijkt naar de gemeente. Kijk je vanuit wat je ziet? Of kijk je vanuit wat je gelooft? Je hoeft er als kerkenraad dus niet voor te zorgen dat de gemeente ter plekke overeind blijft. Waar twee of drie bijeen zijn in de naam van God, daar is Hij ook. En waar dat structureel gebeurt, daar is de kerk. Jouw taak ligt erin dat de gemeente jou in Christus’ naam geroepen heeft om haar bij de les te houden. Dat vraagt volgens ons vooral om een open, geestelijk gesprek.

Open over pijn
De groep gelovigen waar jij ambtsdrager voor bent, hoe kan het eigenlijk dat die somber is geworden over haar toekomst? Vaak zit achter een sombere, negatieve houding pijn en teleurstelling verborgen. Teleurstelling over hoe
het in de gemeente gaat, pijn over het vertrek van mensen of teleurstelling in wat van God werd verwacht. Als daarover niet gesproken wordt, sluiten mensen zich af. Ze raken vervreemd van elkaar. We zeggen hiermee nog niets over waarom zo’n gesprek over pijn niet gevoerd wordt. Dat kan te maken hebben met de manier van omgaan binnen de gemeente, met onwennigheid, met heel persoonlijke karaktertrekjes en met ongeloof: niet verwachten dat de Geest in ieders hart woont en werkt.
Maar door te lang te zwijgen over wat je vindt, wat jij wilt of wat je ziet dat je kinderen nodig hebben (en niet krijgen), verzieken onderlinge relaties. Broeders en zusters verliezen elkaar – het opheffen van een kleine gemeente is dan misschien wel een ‘gemakkelijke’ oplossing.
Als je relatie vastloopt, kan het goed zijn om begeleiding te vragen. Onder begeleiding van een goede vriend, een therapeut of coach kun je niet om de moeilijke vragen heen. En dat is maar goed ook: ze dwingen je om je hart te laten zien. De mooie en minder mooie gedachten die je hebt over elkaar en over je relatie. Een paar voorbeelden:
Er zijn mensen vertrokken uit de gemeente. Het zou mooi zijn als je nog in gesprek kunt komen met de kerkverlaters. Waar gaan ze naartoe? Sluiten ze zich aan bij een andere GKv in de buurt, bijvoorbeeld omdat deze groter is, bruisender, meer biedt voor de jeugd? Of voelen ze zich aangetrokken tot een evangelische of protestantse gemeente? Vertrekken ze vanwege hun werk, studie of relatie? Hoe heeft het lid zijn van een kleine gemeente invloed gehad op hun geloofs- en kerkbeleving? Deze laatste vraag kan ook gesteld worden aan de achterblijvers. Hoe is het
om lid te zijn van een krimpende gemeente? Hoe verklaart men zelf de krimp en hoe kijkt men naar de toekomst? Wat kunnen we daarin van elkaar vragen?
Vervolgens kun je als ambtsdragers vragen stellen aan elkaar over het leiderschap in je gemeente. Kunnen of moeten we de structuur van de gemeente aanpassen? Wat doen we met aardse zaken als een (te groot) gebouw, afnemende
middelen of onze grote spaarrekening? Past de aanstelling van predikant of kerkelijk werker nog bij onze situatie of – als de gemeente vacant is – hoe voorzie je in pastoraat en verkondiging? Kunnen we samenwerken met kerken uit het dorp of kerkverband? Vragen en krijgen we steun en aandacht van hen?
En ook de pijnlijke vragen moeten aan de orde komen. Welke rol speelt een recent of langer geleden conflict in onze gemeente? Hoe gaan we om met bezorgde en boze leden? Zijn wij – ook als we kleiner worden – een veilige en heilige gemeenschap? Wat heb ik als ambtsdrager (ook als predikant!) nodig om de gemeente in deze situatie te leiden? Ben ik eigenlijk wel bereid om dingen op te geven?

Hou roeping voor ogen
Wat je gelooft over de kerk, dat wil je ook graag in praktijk brengen. Met andere woorden: kunnen we als gemeente laten zien wat we geloven? En daarvoor kan het nodig zijn om naast een open gesprek en geestelijke bezinning ook structurele veranderingen door te voeren.
Let wel: een goed gesprek met elkaar in kerkenraad en gemeente betekent niet automatisch groei en bloei in ledenaantal en financiën. Soms kan de uitkomst ook zijn dat fuseren of opheffen de vitaliteit van de gemeente(leden) meer bevordert dan zelfstandig kerk blijven.
We hopen dat bovenstaande vragen je helpen om na te denken over je roeping als gemeente hier en vandaag, en over de vormgeving daarvan. Begin niet te laat, kijk om je heen naar kerken en kerkmensen die je kunnen helpen en wees
open in de onderlinge gesprekken in de gemeente.
Zo wordt de bezinning op de toekomst iets van jullie samen – hoe die toekomst er ook uit zal gaan zien. Dus misschien is krimp wel een reden om je te bekeren: vernieuw uw gezindheid, om zo te ontdekken wat God van u wil (Rom. 12). Dan is krimp een zegen, hoera! Wat ligt er gezien de brieven van de apostelen eigenlijk meer voor de hand? Petrus begint zijn tweede brief met het wensen van genade en vrede ‘in overvloed’ aan allen die ‘hetzelfde kostbare geloof hebben ontvangen als wij’ (2 Petrus 1). Die genade en vrede in overvloed wensen we je toe in je bezinning op de roeping van je gemeente en haar weg in de toekomst.

Download hier het thema nummer van Dienst.

Aanmelden symposium ‘Help/Hoera, we krimpen! klik hier.

The following two tabs change content below.

Jannet de Jong

Adviseur Praktijkcentrum
Maakt graag samen nieuwe plannen die passen bij jouw gemeente. Doet dat het liefst in een duurzaam proces. Studeerde theologie en missionair gemeente-zijn met de vraag: hoe ben je kerk vandaag en wat heb je daarvoor nodig? Werkt aan gemeenteonderzoek en denkt na over krimpende kerken. mail Jannet

Laatste berichten van Jannet de Jong (toon alles)