Roel Sikkema van het Nederlands Dagblad heeft het er maar druk mee. Via Facebook reageert hij op mensen die verdachte berichtgeving voor zoete koek slikken. Ook als dat zogenaamde nieuws een christelijk tintje heeft. En het levert soms geprikkelde reacties op. Mensen blijken liever te leven met de fictie dan met de feiten. Een van de dingen die daarbij een rol spelen is dat er bij feiten altijd losse eindjes zijn. Er is nooit een verklaring die alle feiten met elkaar in verband brengt. Maar wie in een of andere complottheorie gelooft, weet altijd wel de op het eerste gezicht wat onhandige gegevens in dat kader te drukken. En dat is overzichtelijk Daar houden mensen van. Er is al zoveel onzeker.

Ook in breder verband is er een actie tegen nepnieuws gaande. Het consumentenprogramma Radar bijvoorbeeld heeft op zijn website een aantal tips om in de berichtgeving echt van nep te onderscheiden. En internationaal trekt de beschuldiging aan de Russen de aandacht dat zij met nepnieuws de verkiezingen in de Verenigde Staten hebben willen beïnvloeden. De invloed van Russische propagandamedia speelt ook in Duitsland, meldden de kranten. Soms is er sprake van bewuste verspreiden van dingen die niet kloppen en bij de sociale media blijkt het om de programmering te gaan die feit en fictie niet van elkaar kan onderscheiden. Maar daar wordt aan gewerkt.

Geruchten
Natuurlijk is dit niet nieuw. In elke gemeenschap speelt de geruchtenstroom een rol. Een kerkenraad moet zich soms een weg erdoorheen banen om bij de kern te komen. Zeker bij zaken waarbij de tucht over het leven een rol kan spelen, komt dat naar voren. En ook bij andere zaken: twee mensen komen tot de conclusie dat er tot hun grote verdriet geen toekomst is voor hun huwelijk en voor je het weet slaat hij haar elke week in elkaar en heeft zij allang een ander. Tenminste, in de verhalen. Dan heb je ook persoonlijk belang bij begeleiders die door de stroom van soms wilde verhalen heen kunnen prikken en zich kunnen beperken tot de kern. Nepnieuws kan een heel kwalijke rol spelen. Zeker als mensen je gaan mijden om wat ze van een ander over je gehoord hebben. De Heidelbergse Catechismus is niet voor niets fel op verdraaiing van de waarheid. Je vindt het uiteraard direct bij de uitleg van het negende gebod (geen vals getuigenis afleggen), maar nota bene de uitleg van het zesde (pleeg geen moord) begint ermee: je mag je naaste niet van zijn eer beroven. Geef de ander zijn plek onder Gods zon. Pas dat eens toe op de gretigheid waarmee problemen met een aantal vluchtelingen soms aanleiding zijn om de hele groep maar in een kwaad daglicht te stellen.

Kader
Voor dat laatste: anderen in een kwaad daglicht stellen, is tegenwoordig een Engels woord in gebruik. Dat heet nu framen. Maar het is uitkijken met dat woord. Het komt uit het journalistieke spraakgebruik en betekent dat je de dingen die je waarneemt in een kader plaatst. Vergelijk het met het maken van een foto. Je hebt als je goede ogen hebt een enorm breed blikveld. Maar zodra je je fototoestel pakt, wordt dat beperkt. Je maakt een uitsnede uit de werkelijkheid. Je kunt die mooier laten lijken dan die is: denk aan de prachtige foto’s van het uitzicht uit je hotelkamer op de website. Je kunt dingen weglaten die het plaatje verstoren. Je kunt ook de negatieve dingen naar voren laten komen. Denk aan de portretten van jezelf: er zijn er die je rimpels en ribbels wel heel prominent laten zien en er zijn er ook die je flatteren. Een goede fotograaf laat zien wie je echt bent – en hij of zij moet daarvoor framen. Op zich niets mis mee. Ook niet als je je uitsnede uit de nieuwsfeiten gaat maken. Maar wat is je bedoeling ermee? Wordt je frame, je kader, een soort filter waarmee je de dingen weglaat die niet bij je beeld passen? Zie je op de duur alleen de dingen die in jouw straatje passen? Of helpt je frame om de dingen in hun juiste perspectief te zien? Je hebt het nodig om nep van echt te onderscheiden. Goed beschouwd is het jammer dat zo’n term als framen die iets zegt over het journalistieke vakwerk, nu zo negatief gebruikt wordt.

En de profeten dan?
In de Bijbel vind je genoeg voorbeelden van onbeschaamde framing. Neem de boeken Samuël en Koningen. Wij noemen die de historische boeken; voor de Joden zijn het profetische boeken. Als zij die lange geschiedenis van de koningentijd beschrijven valt op dat ze vaak maar één invalshoek hebben: niet het succes van de economische of buitenlandse politiek, maar de vraag of die koningen deden wat goed is in de ogen van de Heer. Soms staat er niet meer over hen vermeld. Dat levert soms vragen op. Vooral als er een buitenbijbelse bron is die iets over zo’n koning vertelt wat je niet in de Bijbelboeken leest. Zo’n bron heeft dan een ander frame: de grootheid van de koning van dat land bijvoorbeeld. In de Bijbel gaat het dan om de kernvraag: hoe is je relatie met de Heer. Dat heeft dan – uiteraard – ook gevolgen voor de praktische politiek. Het ging die profetische schrijvers er niet om de werkelijkheid naar hun hand te zetten, maar om het licht van Gods woord over die werkelijkheid te laten vallen. Dan komen andere dingen naar voren dan wanneer de NOS verslag had kunnen doen van de gebeurtenissen lang geleden.

Geen verzinsels
Opvallend in het nieuwe testament is de waarschuwing tegen het je bezig houden met verzinsels en speculaties. Die waarschuwingen vind je in de brieven van Paulus aan Timoteüs en Titus. Hij verwacht van zijn medewerkers inzet voor de waarheid en ziet niets in het bezig zijn met verzonnen verhalen en fantasieën, bijvoorbeeld rond geslachtsregisters. Daar smulden de mensen van zijn tijd van. Ook in Paulus’ eigen leven speelde dat een rol: hij vertelt in Filippenzen 3 dat hij uit de stam Benjamin kwam. Hij heette dan ook niet voor niets Saul, naar de eerste koning van Israël. Dat hoorde bij de dingen waarop je trots kon zijn. Maar hij heeft het allemaal bij het grof vuil gezet, om maar bij Christus te horen. Hij is de Waarheid.
In Matteüs 28 is een mooi voorbeeld te vinden van het belang om echt of nep te onderscheiden. De evangelist vertelt hoe de wachters bij het graf omgekocht zijn om het verhaal door te geven dat het lichaam van Christus gestolen zou zijn. En in de tijd dat het evangelie geschreven is, kun je dat nog steeds horen, zegt hij. Denk aan de nepnieuwsfabriek van de Russen. Maar het gaat hem om de ongelooflijke waarheid over Christus, die opgestaan is. Dat heeft niemand kunnen bedenken, maar het gebeurde wel, in onze werkelijkheid.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 7 jnuari 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18