“Ik voel me belazerd door de kerk”. Een van de reacties op het besluit dat genomen is door de synode van de GKv over de openstelling van het ambt voor vrouwen. Een reactie van een vrouw. En niet vanwege inhoudelijke moeite met het besluit zelf. Maar omdat ze vanaf haar jeugd vanaf de kansel en op andere manieren een aantal standpunten ingepeperd kreeg die achteraf toch niet het zoveelste kenmerk van de ware kerk bleken te zijn. Ook op dit punt.

Iedereen kent daar wel meer voorbeelden van. De Nederlands Gereformeerde Kerken waren hard op weg naar de vrijzinnigheid, en dat moest je dertig jaar geleden nog vinden, maar nu gaan we daadwerkelijk werken aan eenheid. En, in de persoonlijke levenssfeer, denk aan de veranderde opvattingen rond geboorteregeling. De opmerking liet me nog eens beseffen dat ook emoties een rol spelen in het kerkelijke debat, naast de zorgvuldige afweging van argumenten. En die emoties trekken zich van normen niets aan. Maar hoe geef je ze een plek in het gesprek? En kan dat wel?

Niet bij verstand alleen
Marinus de Jong, onderzoeker aan de Theologische Universiteit te Kampen, bezwoer ons in het Nederlands Dagblad van 3 juli 2017, om niet te vervallen in feministisch triomfalisme nu het besluit rond m/v gevallen is. Dat was hij namelijk al tegengekomen in persoonlijke reacties. Laat het gesprek gaan over de motivering vanuit de Bijbel zelf. Herkenbaar. Je zou het ook aan het adres van de tegenstanders kunnen zeggen: laat je ideeën over de vrouw in het ambt niet beïnvloeden door mogelijk mannelijk chauvinisme (Wie het Engels kent, weet dat bij iemand die daar last van heeft, een toevoeging hoort: varken.) Het feminisme komt ook weer niet uit de lucht vallen.
Dat zo’n waarschuwing in de pers verschijnt, laat merken dat die nodig is. En tegelijk vermoed ik dat die iets laat zien van de worsteling bij het begrijpen van de wil van God voor ons leven. Aan de ene kant het verlangen om het gesprek zuiver te houden en aan de andere kant de soms bittere erkenning dat je zelf ook kind van je tijd bent. En kun je dat buiten het gesprek houden? Ik denk even aan de inzet in de Verenigde Staten van Amerika, rond het hoogste gerechtshof. De rechters staan boven de politiek, maar in de praktijk is het opeens heel belangrijk welke politieke kleur ze vertonen. Het ontkennen van de invloed van je persoonlijke instelling betekent alleen maar dat die onderhuids des te meer invloed heeft. En, in tegenstelling tot bij computers en andere apparaten, kun je tijdens je leven niet teruggaan naar de ‘fabrieksinstellingen’. Je neemt je eigen levensgeschiedenis mee. Ik ben het helemaal eens met Marinus de Jong, maar proef de verwevenheid tussen beide aspecten. Ook de theologie leeft niet van verstand alleen.

De theorie in de praktijk
Even een voorbeeld uit de strip Asterix op Corsica. Een aantal dwangarbeiders is er onder leiding van een officier in het leger van de romeinen bezig met de aanleg van een weg. Bij het zien van hun tempo roept hij vertwijfeld: zo duurt het nog jaren. De reactie van de voorman van de arbeiders: de baas zegt dat er geen haast bij is. Een wel heel grote kloof tussen de officiële boodschap en de vertaling ervan bij de mensen.
Binnen de GKv zijn daar ook voorbeelden van te vinden. De officiële ‘leer’ bij het oude Gereformeerd Politiek Verbond was dat het geen kerkgebonden organisatie was. Maar in de praktijk was dat wel zo en vielen de ressorten van de kiesverenigingen soms samen met de grenzen van de kerk, en niet met die van de burgerlijke gemeente. Als de theorie in praktijk gebracht wordt, kan er zomaar een verschuiving optreden. Soms zo sterk dat het oorspronkelijke verhaal onherkenbaar wordt. Houden theologen/voorgangers daar voldoende rekening mee? Hoe leg je de link tussen een oprechte inzet om de betekenis van Gods woord voor deze tijd te ontdekken en aan de andere kant de praktijk waarin die betekenis tot uiting moet komen? (Dit is geen nieuwe vraagstelling: de inleiding op de Dordtse Leerregels heeft het al over het verschil tussen de officiële leer van de kerk, neergelegd in de kerkelijke papieren, en wat mensen, soms ook theologen en voorgangers ervan maken.)

Gelijkwaardig
Daarom ben ik zelf bijvoorbeeld op mijn hoede als het gaat om de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen voor God, in onderscheid van de gelijkheid van beide. Dat idee speelde een rol op de synode. Ik snap de bedoeling ervan: allerlei verschillen die je zou kunnen aanwijzen hebben misschien iets met de schepping te maken. Ik snap ook de vraag daarachter: heeft dat gevolgen voor de positie die je inneemt als kind van God in deze wereld en in de kerk? Ik zou me echter ook kunnen voorstellen dat je zo’n idee gebruikt om je eigen positie veilig te stellen.
Vergelijk het met de apartheidsideologie: daar zat een op zich sympathiek verhaal achter, waar we als gereformeerden voor gevallen zijn. Gescheiden ontwikkeling. Maar in de praktijk kwam er veel van de scheiding en weinig van de ontwikkeling. Het verhaal van de gelijkwaardigheid gaat al langer rond in de kerken en de reactie van de vrouw waarmee ik begon laat op zijn minst vermoeden dat er in de praktijk meer aan opgehangen is dan de strikte inhoud van het idee zelf. Had je als vrouw wel een stem in de kerk? Ik denk daarbij ook even aan de vorige synode, die vrouwen nog niet wilde toelaten tot de ambten, maar wel de onbehaaglijke overtuiging had dat de kerk ook zonder openstelling van de ambten te weinig deed met de talenten van vrouwen.

Diverse facetten
Een week nadat het besluit rond m/v gevallen was, kwam de synode weer bij elkaar. Vanuit de overtuiging dat je zo’n besluit niet kunt droppen bij de kerken, maar die kerken hulp moet aanbieden bij het voeren van het gesprek erover in de plaatselijke kerk.
Ik proef daarin de erkenning dat er bij zo’n gesprek meer komt kijken dan de correcte optelsom van Bijbelse gegevens. Het gaat ook om de beleving van kerkleden bij zo’n besluit, om de geschiedenis die we met elkaar hebben. Er komen allerlei dingen bij naar boven.
Dat is niet alleen in de kerk zo. Ik ben een tijdje betrokken geweest bij de praktijk rond externe veiligheid in Drenthe. Daarin worden risico’s rond gevaarlijke stoffen afgewogen in samenhang met andere factoren. Wat daarbij opviel was dat de echte deskundigen heel precies konden aangeven dat er bijvoorbeeld rond de opslag van CO2 in de ondergrond geen risico’s van betekenis waren, maar dat ze weinig konden met de emoties die het onderwerp bij de mensen opriep. Ook bij de overheid is het dus een lastig punt. In de kerk is het dure plicht om het complete verhaal te vertellen. Omdat de heilige Geest niet alleen het verstand geneest van de zonde, maar de complete mens met zijn emoties en levensgeschiedenis nieuw maakt.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 8 juli 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18