Hoe vrij ben je als mens, en als christen? Vragen die opkomen naar aanleiding van een artikel in de Groene Amsterdammer van begin augustus. Stephan Sanders schreef daarin een beschouwing over de autonome mens onder de titel: het Kasboek en de Bijbel. Het gaat in op de perikelen rond de kabinetsformatie. Eerder konden D66 en ChristenUnie tot een vergelijk komen: toen ging het om het kasboek. Nu ligt dat veel lastiger: voor de ChristenUnie en een groot deel van het CDA zijn Bijbelse normen in het geding. Denk aan de discussie rond het ‘voltooide leven’ en de mogelijke experimenten met embryo’s. Er zijn twee zaken uit dit artikel waar ik op in wil gaan. Het eerste is het dogma van de autonomie van de mens en het tweede is de door hem veronderstelde wilsonvrijheid van de christen.

Autonomie en schuld
Sanders noemt de manier waarop D66 het idee van de autonome mens hanteert een dogma, en dat heeft een negatieve klank. Hij ziet een verabsolutering van het idee die de discussie vastlegt en onmogelijk maakt. Hij relativeert de autonomie vanuit zijn eigen leven en vanuit wat anderen op dit punt naar voren brengen. Zijn biologische moeder stond hem af en hij kwam in een kindertehuis terecht als baby, van waaruit hij geadopteerd is. Allemaal ingrijpende dingen waarop hij geen enkele invloed had. Hoezo autonoom? Voordat je zelf een keuze maakt, is er al veel bepaald voor je leven.
Daarnaast wijst hij onder andere op de tegenstelling tussen autonomie en het hardnekkige schuldgevoel dat deze wereld teistert. Als je werkelijk zelf volledig vrij zou zijn om je beslissingen te nemen, hoef je je toch niet schuldig te voelen? Elke beslissing is dan goed. Hij wijst op de filosoof Nietzsche, die dacht dat met de dood van God ook het schuldgevoel wel zou verdwijnen. Maar dat bleek niet te kloppen. Sanders noemt het voorbeeld van de white supremacy, waarover hij (en ik) me schuldig zou moeten voelen. Maar kan ik er wat aan doen dat ik als witte man geboren ben? (Het doet denken aan de titel van het boekje van Aleid Schilder: Hulpeloos, maar schuldig, over haar gereformeerde opvoeding). Het gegeven van de vele schuldgevoelens die er zijn, of die ik zou moeten hebben, is een tegeninstantie tegen het idee van de volstrekt autonome mens. Zelf denk ik hierbij ook aan de commotie rond de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Een erkenning van schuld kan er bij onze overheid niet af, maar de behoefte eraan is springlevend onder de nazaten van de vrijgelaten slaven van indertijd. Op die manier wil Sanders de discussie lostrekken die bij de kabinetsformatie zo’n grote rol speelt.

Vrije wil
Het artikel heeft een opvallende constatering. Enerzijds ziet hij een ontkenning van de wilsvrijheid bij de fundamentalistisch gelovige die het ‘Uw wil geschiede’ heel absoluut opvat en anderzijds ziet hij dat met die mensen van de confessionele partijen best te praten valt, in de praktijk. Hij wijst bijvoorbeeld op het aantal homobewindslieden van het CDA. En als niet-gelovige raakt hij een ook voor gelovigen lastig punt. Zelf moet ik altijd even diep ademhalen als mij gevraagd wordt zondag 49 te behandelen, over die bede van het Onze Vader: uw wil geschiede: geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verzaken en Uw wil die alleen goed is, zonder tegenspreken gehoorzaam zijn. Voor je het weet, geef je de indruk dat mensen niet meer zijn dan marionetten in de hand van God en dat dit ook Zijn bedoeling is. Daarover is heel wat af gediscussieerd in de tijd van de Reformatie: is de wil vrij (Erasmus) of juist geknecht (Luther). Dat lijkt een heel scherpe en absolute tegenstelling. Maar als je je even verdiept in wat er in die tijd meer over gezegd is, komt ook de nuance naar boven. Luther had het over de onmogelijkheid om vanuit jezelf voor God te kiezen. Wie dat doet, komt zover door het werk van de heilige Geest. Daarnaast erkennen de reformatoren dat op het vlak van het ‘gewone’ leven de mens veel keuzevrijheid heeft. Je vindt dat ook terug in de Dordtse Leerregels. Die spreken onbekommerd over het licht van de natuur, dat echter onvoldoende is om mensen voor God te rechtvaardigen. En bovendien beschrijven die hoe het Gods opzet is om die geknechte wil weer vrij te maken. (Hoofdstuk III,IV par 11). Dat hele proces is de wedergeboorte van een mens. Het leert bidden: neem mijn wil en maak hem vrij (Liedboek (1973) 473). Een kind van God beleeft de vrijheid van zijn wil in de toewijding van zijn leven aan de dienst van de Heer. Het vraagt daarbij vertrouwen in de voorschriften van onze Schepper. Dat zit in het ‘zonder tegenspreken’ van de catechismus. En dat is belangrijk in een tijd dat je als je kiest voor: handen af van het leven, bijna voor wreed wordt uitgemaakt, omdat je mensen hun ‘menswaardig levenseinde’ niet gunt.
Ik snap best dat dit heel lastig uit te leggen is aan mensen wie het geloof niets zegt. Ik weet ook dat er christenen zijn met een passieve levenshouding, juist op dit punt. Maar een van de aspecten van het goede nieuws van God is de bevrijding van de wil van de mens.

Moreel kompas?
Om het dogma van de autonomie van de mens te relativeren, wijst Sanders ook op de filosoof Immanuel Kant, die enerzijds heel sterk de autonomie van de mens naar voren bracht, maar ook wist van een moreel kompas. Het ging Kant, met zijn mooie voornaam, er niet om religie af te schaffen. Hij zocht, volgens Sanders, naar de grenzen van het denken en wist die in acht te nemen. Dus: autonomie en tegelijk relativering ervan. Dat mist Sanders in de huidige discussie.
Het roept tegelijk de vraag op: heeft de mens van nu nog zo’n moreel kompas? Wat is er, juist rond de medisch-ethische vragen die er spelen, over van het licht van de natuur? Toen de NOS voor het eerst naar voren bracht dat experimenten met embryo’s een punt zouden kunnen zijn bij de kabinetsformatie, was de toon: kijk eens, hoeveel mensen we zouden kunnen helpen. Nu alsjeblieft niet moeilijk doen over de voorvragen daarbij. Het mogelijke nut is belangrijker dan de eventuele nadelen. Het licht van de natuur uit de gereformeerde belijdenis is echter heel wat bescheidener dan het moreel kompas van Kant. Gods openbaring blijft onmisbaar. En dan wordt het opletten. Is er inderdaad een tegenstelling tussen de Bijbel en het kasboek en hoe speelt die dan een rol, bijvoorbeeld in de discussie rond medische experimenten. Twee mogelijkheden:
– De Bijbel zegt niets over experimenten met embryo’s. Dus: ga je gang. Dat past bij een absolute tegenstelling, waarbij wat er staat, het laatste woord is. Maar in de opvoeding van onze kinderen gaan we die weg terecht niet.
– De Bijbel zegt niets over experimenten met embryo’s, maar wel over het begin van het leven. Dat God onze wil bevrijdt betekent dan ook dat we in de vragen van nu zelf onze weg mogen vinden als mondige christenen. Dat is het karakter van onze verlossing. En over die weg kunnen we dan praten. Als christenen onderling en met niet-christenen.
Terecht signaleert Sanders dat voor christenen de Bijbel het laatste woord is. Maar zijn constatering dat er met christenen soms beter te praten valt dan met de aanhangers van het dogma van de autonomie heeft alles te maken met de manier waarop die christenen de Bijbel gebruiken.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 19 augustus 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko