41 Zijn ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem. 42 Toen hij twaalf jaar was, maakten ze weer hun gebruikelijke pelgrimstocht. 43 Na afloop van het feest vertrokken ze naar huis, maar Jezus bleef in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het wisten. 44 In de veronderstelling dat hij zich bij het reisgezelschap bevond, reisden ze een hele dag voordat ze hem overal onder hun verwanten en bekenden begonnen te zoeken. 45 Toen ze hem niet vonden, keerden ze terug naar Jeruzalem om hem daar te zoeken. 46 Na drie dagen vonden ze hem in de tempel, waar hij tussen de leraren zat, terwijl hij naar hen luisterde en hun vragen stelde. 47 Allen die hem hoorden stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden.48 Toen zijn ouders hem zagen, waren ze ontzet, en zijn moeder zei tegen hem: ‘Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.’ 49 Maar hij zei tegen hen: ‘Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ 50 Maar ze begrepen niet wat hij tegen hen zei. 51 Hij reisde met hen terug naar -Nazaret en was hun voortaan gehoorzaam. Zijn moeder sloot alles wat er met hem gebeurd was in haar hart. 52 Jezus groeide verder op en zijn wijsheid nam nog toe. Hij kwam steeds meer in de gunst bij God en de mensen.

Startvragen (als groep: -wissel je ervaringen uit)
Herken je de volgende -situaties?

  1. Je kwam toen je puber was later thuis dan je ouders wilden. Want je wilt je eigen regels, je eigen leven leren maken. Je wilt jezelf ontdekken.
  2. Je verwacht dat een ander iets zal doen op een bepaalde manier (bijvoorbeeld iets voor je meebrengen, op tijd zijn, echt rekening met je houden). Je bent erg teleurgesteld of erg bezorgd als die ander iets heel anders doet, andere prioriteiten kiest.
  3. Zijn er dingen waarmee je een ander heel erg teleurstelt of die een ander echt niet kan begrijpen, maar die je doet omdat je christen bent?

Lezen en overdenken van Lucas 2: 41-52
Een opmerkingen bij de tekst:
Vers 42: Joodse jongens beginnen zich op hun 12e voor te bereiden op hun eigen plek in de religieuze maatschappij in het komende levensjaar. Vers 49: ‘Maar hij (Jezus) zei tegen hen….’. En dan volgen de eerste eigen woorden van Jezus die in de Bijbel worden vermeld, als je chronologisch de evangeliën leest.

Reflectievragen over de tekst

  1. Vers 41-42: Wat was de betekenis van dit jaarlijkse feest in Jeruzalem? Lees Deut. 16:1-6
  2. Vers 43-51: Welke karaktertrekken van Jezus kun je in dit gedeelte ontdekken?
  3. Vers 48 en 49: Let op het woordspel: je vader, Mijn vader… Wat valt je daarin op?
  4. Vers 49: Wat vind je: zijn Jezus’ eerste woorden karakteristiek voor de rest van zijn optreden en spreken?
  5. Hoeveel weet Jezus al over zijn missie, zijn doel in het leven? En hoeveel weten zijn ouders?
  6. Waarom zou Lucas juist dit stukje van Jezus’ leven hebben opgenomen?

Reflectievragen voor jezelf (en als groep)
Hier zie je een jongen van 12 jaar die zijn eigen weg gaat zoeken, zijn eigen prioriteiten gaat stellen, zijn ouders wil gehoorzamen maar ook zijn Vader in de hemel. En dat levert onbegrip en problemen op.

  • Is je verlangen om Gods wil te doen wel eens verkeerd begrepen of bekritiseerd door je familie of vrienden
  • Herken je in je eigen leven dat je om de wil van God te doen problemen krijgt? Met wie eigenlijk? Met jezelf?Met vrienden? Met kerkmensen? Met niet-christenen? Bedenk een aantal voorbeelden.
  • Wat weet jij al over je missie en het doel van je leven? Kennen anderen jouw doel ook?
  • Hoe houd je een gezonde balans tussen dagelijkse verantwoordelijkheden en God dienen?