In de afgelopen maanden schreven we een serie artikelen over de fases van opgroeien en een serie over het thuisgevoel van jongvolwassenen. Beide series beklemtoonden het belang van goede communicatie tussen volwassenen (jeugdwerkers) en jongeren. Goede communicatie is in de praktijk echter vaak een hele uitdaging. Daarom volgt nu een serie artikelen over communicatie.

Hoe communiceer je met tieners? Een jeugdwerker zei eens tegen me dat hij niet zo goed uit de voeten kan met die vraag: ‘Alsof tieners wezens zijn van een andere planeet. Het makkelijkste antwoord is volgens mij: luister naar ze en geef ze het kostbaarste, misschien wel het schaarste wat je tegenwoordig hebt, namelijk tijd en oprechte liefde. Maak het niet te ingewikkeld, dat is het gewoon.’ Ik herken me wel in dat antwoord, maar tegelijkertijd valt er veel meer over te zeggen, want mijn ervaring is ook dat goed communiceren met tieners en jongeren een flinke inspanning vraagt. Een belangrijk aspect dat we in dit eerste artikel willen uitwerken, is de juiste basishouding. Een goede basishouding wordt gekenmerkt door drie elementen: motivatie, luisteren en relaties.

Motivatie

Jongeren zijn weliswaar geen buitenaardse wezens, maar de communicatie met jongeren in het kerkelijke jeugdwerk is meestal anders dan de onderlinge communicatie tussen volwassenen. Veel van wat we doen in het jeugdwerk heeft een vormend of lerend karakter. Het is uiteraard nodig dat er sprake is van wederkerigheid tussen jeugdwerkers en jongeren, maar er zit ook een vorm van ongelijkheid in de relatie.

Het is dan ook erg belangrijk dat je als jeugdwerker eerlijk bent tegenover jezelf over de motieven waarom je actief bent in het jeugdwerk. Wil je tieners en jongeren helpen? Wil je hun iets leren? Word je gedreven vanuit een frustratie vanuit het verleden? Of wil je ‘gewoon’ jeugdwerk doen, is het nu eenmaal jouw taak in de kerk? Wat je motivatie ook is, de kans is groot dat je alleen iets voor jongeren kunt betekenen als ze je werkelijk aan het hart gaan.

Luisteren

Juist als jongeren je werkelijk aan het hart gaan, kan dat voor problemen zorgen. Het zou zomaar kunnen dat je als jeugdwerker de problemen van ‘jouw’ jongeren wilt oplossen of dat je er vooral op gericht bent om hen bij de kerk te houden. Ik herken dat in ieder geval soms bij mezelf. Wat we scherp voor ogen moeten houden, is dat we hen helpen te ontdekken dat er een God is die van hen houdt. We mogen jongeren bij Christus brengen en hen helpen bij het ontdekken en ontwikkelen van hun talenten. We mogen naar jongeren luisteren, met hen onderzoeken wat hen ten diepste beweegt, en hun laten zien wie God wil zijn in hun persoonlijke situatie.

Deze luisterende houding kan er inderdaad voor zorgen dat jongeren praten over de dingen die hen bezighouden en waar ze mee worstelen, maar dat wil niet zeggen dat de jeugdwerker degene is die deze problemen moet oplossen. Wel kun je hen bijstaan en helpen om hun weg daarin te vinden. Cruciaal daarbij is dat je als jeugdwerker betrouwbaar bent. Jongeren zullen je alleen in vertrouwen nemen als ze dat zeker weten.

Relaties

Het opbouwen van een vertrouwensband is dus erg belangrijk voor een jeugdwerker. Persoonlijk vind ik dit altijd een complex onderwerp, want wanneer heb je die band en hoever moet je daarin gaan? In de loop van deze serie komen we hier nog op terug, maar in beginsel staan bij zo’n vertrouwensband drie relaties centraal: jouw relatie met Jezus, de relatie van de jongere met Jezus en jouw relatie met de jongere.

Als je weet dat je zelf leeft vanuit genade en dat je alleen bestaat in Jezus’ liefde en geduld, dan geeft je dat de juiste houding jegens jongeren. Als je Jezus goed kent, weet je ook hoe Jezus zou omgaan met de jongere tegenover je. Dan ontdek je wanneer je uitnodigend of juist uitdagend kunt zijn. Uitnodigend, dat wil zeggen bemoedigen, veiligheid bieden, luisteren zonder te oordelen. Of uitdagend: de waarheid van Gods Woord laten horen, geloofsgroei aan de orde stellen, vragen wat het geloof mag kosten.

In alles mag je je gesteund weten door het feit dat God zelf aan het werk is in de levens van de jongeren. Hij wil hen werkelijk veranderen. Je mag erop vertrouwen dat jij daar niet op jezelf mee bezig bent, maar dat Christus via jou werkt.

Dit artikel is geschreven door Anko Oussoren i.s.m. Paul Smit en Karen Scheele. Gepubliceerd in OnderWeg  

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko