Vooropgesteld: als binnen de kerk een nieuwe belijdenis geboren wordt die voor de mensen van deze tijd helder de waarheid van de Bijbel onder woorden brengt, ben ik intens dankbaar. Zolang dat niet het geval is, kun je alleen maar tot je schade de oude laten liggen.
Ik werd daar weer bij bepaald bij het lezen van een boek van Tom Wright: Verrast door hoop, is de Nederlandse titel en ik wil dat graag laten zien aan de hand van dit boek. Het boek biedt veel punten om over na te denken die in het kader van dit artikeltje niet naar voren kunnen komen. Ik licht er een uit: de toekomstverwachting.

De andere zijde
Tom Wright constateert dat veel christenen nog steeds, of weer, een soort Platonisch wereldbeeld aanhangen. De Griekse filosoof Plato geloofde in een ideeënwereld die de echte zou zijn. Wat wij hier zien en ervaren, is slechts een flauwe afbeelding daarvan. Ook lang na zijn dood hadden zijn ideeën veel invloed. En het zingt na in de huidige aandacht voor spiritualiteit, waarin het erom gaat in hoger sferen te komen. Typerend hiervoor is de bij spiritisten gebruikelijke aanduiding als iemand sterft, dat hij ‘ overgegaan is naar de andere zijde’ Wright ziet dat terugkomen in het idee bij veel christenen dat je na de dood in de hemel komt en dat dit een eindstation is. Maar vanuit de Bijbel laat hij zien dat onze toekomstverwachting niet iets is voor alleen na dit leven: wij verwachten een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Hij laat zien dat de opstanding van de doden een eindstation is en een nieuw begin. En dat hangt weer samen met de lichamelijke opstanding van Christus. Juist hierdoor krijgt ons werken en leven vandaag zin. Vaak kom je de vergelijking tegen de sterven te zien is als een vlinder die uit zijn cocon komt, waar vervolgens niets mee gebeurt. Je lichaam is dan de cocon. En daarmee is wat je hier op aarde doet, gereduceerd tot een wegwerpartikel. Zie echter het laatste vers van hét hoofdstuk over de opstanding, 1 Korinte 15, “ Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn”.

Accenten uit de catechismus
Ik heb er nog even de belijdenis van de Church of England op nagekeken. Die kerk heeft een belijdenis uit de jaren veertig van de zestiende eeuw, geschreven door Thomas Cranmer. Het was de beginperiode van de reformatie in Engeland. Hoewel het geschrift niet behandeld wordt in het handboek gereformeerde confessies onder redactie van prof.dr. M. Te Velde, is het toch een gereformeerd document. Waarschijnlijk, omdat het ‘geen vrucht is van de definitieve formatieperiode van het gereformeerde protestantisme’ een criterium voor de wel behandelde belijdenissen. In zijn voorlopigheid geeft het de stand van zaken in Engeland rond die tijd weer. Maar het kent geen artikel over de opstanding uit de doden en de wederkomst. Wel, uiteraard, over de lichamelijke opstanding van Christus. Wright werkt als theoloog binnen de Anglikaanse kerk en kent dit geschrift dus. Hij heeft ermee moeten instemmen.
In onze eigen catechismus daarentegen kom ik veel dingen tegen die ik ook in het werk van Wright onder ogen kom. Ik noem er drie:

  1. In Zondag 17 gaat het onder andere over de opstanding van Christus als pand van onze eigen opstanding. Dat maakt de tijd tussen sterven en opstanding een tussenperiode. Uiteraard kom je na dit leven thuis bij de Heer, – en het is vanzelfsprekend dat dit een geweldige troost is voor wie afscheid heeft moeten nemen van een geliefde – , maar dat is nog maar het begin.
  2. In Zondag 22, over de opstanding van het lichaam, zit een climax: ik ben niet alleen na mijn sterven direct bij God; ook dat lichaam van mij wordt opgewekt en aan het heerlijk lichaam van Christus gelijkvormig. Ik citeer even de manier waarop de catechismus dit aanduidt: dit mijn vlees. Je wordt als het ware uitgenodigd om in je arm te knijpen en te beseffen dat God daarmee plannen heeft. Vlees is in de Bijbel de aanduiding van wat zwak is. Vergankelijk. Of het nu de gespierde arm van een bouwvakker is of het verrimpelde armpje van een oud vrouwtje, maakt daarbij niet uit. Helemaal in de lijn van Paulus: dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. Maar wel een geweldige boodschap, die opeens zin geef aan ook het lichamelijk lijden van ons.
  3. In Zondag 38, over de betekenis van het vierde gebod, eindigt de catechismus met een ten tweede, dat we alle dagen van ons leven ophouden met de boze werken en zo de eeuwige sabbat in dit leven begin. In onze gehoorzaamheid aan God begint de toekomst. Vergelijk ook weer zondag 22 over het begin van de eeuwige vreugde in het eeuwige leven dat we nu al hebben en ook zondag 44 over een begin van gehoorzaamheid. De toekomst is geen wortel die ons voorgehouden wordt en waar we tevergeefs achteraan rennen, maar begint in het concreet luisteren naar de geboden van de Heer.

Mijn gedachte daarbij: terecht zet Wright zich in voor een concrete toekomstbeleving en verzet hij zich terecht tegen een reductie van ons vertrouwen in Gods toekomst. Voor Nederlandse christenen lag het echter al voor een groot deel klaar in hun eigen omschrijving van de betekenis van het geloof. Je doet jezelf, de kerk en de waarheid over God tekort als je de belijdenis laat liggen.

Wat is de hemel?
Je kunt je echter afvragen of die oude papieren zo’n impact hebben op de geloofsbeleving van de Nederlandse christenen. Daarom haal ik graag een ouder gereformeerd werk onder het stof vandaan Het gaat om K.Schilder’s werk: wat is de hemel. En als ik daaraan terugdenk, vallen me dezelfde accenten op. De overtuiging dat straks hemel en aarde samenvallen, omdat Gods woonplaats bij de mensen is. Zo eindigt de Bijbel. Maar ook de aadacht die Schilder vraagt voor de geschiedenis van hemel en aarde, samengevat in de derde bede van het Onzevader: uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel. Het gaat ook hierin om het concreet luisteren naar Gods geopenbaarde wil. Zoals de engelen in de hemel het al doen. Prachtig is deze concrete toekomstverwachting onder woorden gebracht in liedboek 747 (oud: 288):

Eens komt de grote zomer
waarin zich ’t hart verblijdt.
God zal op aarde komen
met groene eeuwigheid

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 29 augustus. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18