Kerken krimpen, niet alleen bij de PKN en rooms-katholieken, ook in de kleine reformatorische kerken begint het een vraagstuk te worden. Het Praktijkcentrum van de vrijgemaakte kerken organiseerde op 18 maart het symposium ‘Kansen bij krimp!’ om met elkaar ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Hoofdsprekers waren Henk de Roest, hoogleraar gemeenteopbouw aan de PThU, en Mees te Velde, emeritus-hoogleraar kerkrecht en gemeenteopbouw van de TU Kampen.

Volgens Henk de Roest is de kwestie van krimp in de PKN al een aantal decennia onderwerp van bezinning. Deels vanuit de gevolgen voor de financiën en personele mogelijkheden, de laatste tien jaar ook vanuit de vraag hoe het evangelie verkondigd kan blijven. De PKN investeerde in honderd pioniersplekken en veel aandacht voor de missionaire taak van de kerk. Dat geeft wel enige spanning tussen de bestaande structuren en kerkelijke regels enerzijds en de noodzaak om dingen anders te gaan doen anderzijds. De Roest: ‘We hebben opnieuw ontdekt dat het unieke van het kerkzijn is dat we dankbaar zijn voor de gemeenschap die God met ons wil aangaan’.

Heroriëntatie

Mees te Velde herkende dat in de vrijgemaakte kerken. Vanaf ongeveer de jaren negentig van de vorige eeuw kwamen de kerken in een proces van heroriëntatie op het eigen verleden en de positie te midden van andere gelovigen en kerkgenootschappen.

Rond 2010 kwam daarbij het bewustzijn van de krimp door afnemende ledentallen. Kleinere gemeenten gingen sluiten of fuseerden met naburige gemeenten; soms vanwege gebrek aan menskracht of financiële middelen, maar soms ook om nieuw elan te ontwikkelen met elkaar, nieuwe massa te krijgen. Wat in de vrijgemaakte kerken ontbreekt, is een typologie van ‘kleine gemeenschappen’: kun je kerk zijn, ook als er geen ouderlingen zijn of maar één? Kun je kerk zijn als er waarschijnlijk nooit een eigen predikant zal zijn?

Hoe kunnen kleine kerkgemeenschappen als nieuwe bronnen van verkondiging en genade gaan functioneren? En waarom zou je niet gewoon een kleine kerk kunnen zijn die trouw in een traditie staat en zo een veilige schuilplaats vormt?

De Roest benadrukte dat ook die continuïteit tussen de generaties van belang is, ‘doen aanhaken’ van jongeren via grootouders bijvoorbeeld. Herontdekken van de kerk betekent waarderen wat er is, investeren in talenten van gelovigen, werven door getuigen te zijn van het heil van Christus, samenwerken over gemeentegrenzen en kerkgrenzen heen en zo synergie zoeken in de verkondiging.

Rol van predikant

Voor beide sprekers is de rol van de predikant in de heroriëntatie tijdens een situatie van krimp wel van belang. Predikanten moeten hun meerwaarde tonen door mensen weer gericht ‘voor het aangezicht van God’ te brengen. Geen onbenullige preken houden waar niemand aanstoot aan kan nemen. Geen vernieuwing om de vernieuwing. Maar laten zien dat er iets op het spel staat in de kerk. De verbazing, vernieuwing, geraaktheid als bestrijding van onze innerlijke secularisatie.

Voor De Roest moeten we daarbij wel in de gaten houden dat de kerken de laatste jaren hun geloofwaardigheid voor veel mensen verloren hebben, door bijvoorbeeld de misbruikschandalen.

Waarachtigheid in het spreken en preken is een voorwaarde, liever geen te grote woorden alsof in de kerk alles koek en ei is. Te Velde vroeg daarbij aandacht voor rustig en genadig leven met de gaven die ieder mens van God heeft gekregen, te midden van je medemensen; in de eigenheid van je buurt, wijk, dorp, stad.

Tijden van nood

De PKN zet in op goede communicatieve middelen om de boodschap van de kerk voor het voetlicht te brengen. Centraal geld vrijmaken voor verkondiging in media en in missionaire projecten en ook in kleine gemeenschappen is een taak van het landelijk kerkverband. Gelden zijn ooit bijeen gezameld voor tijden van nood: nu zijn die tijden van nood aangebroken, aldus De Roest. Dus nu moeten de gelden verzilverd worden in de aanstelling van veel predikers en andere evangelieverkondigers.

In de vrijgemaakte kerken is er minder centrale regie op dit vraagstuk en zijn er minder centrale boegbeelden die hiervoor aandacht kunnen blijven vragen. De vrijgemaakte kerken zijn typische ‘van- onderop-kerken’. Te Velde kan zich voorstellen dat gemeente-adviseurs een tijdlang aan een regio gekoppeld worden om als coach een proces van herstart en oefening om kleine gemeente te zijn te begeleiden.

De Roest bevestigt dit: in het Nieuwe Testament zie je duo’s langs gemeenten gaan, er een poosje wonen en het leven delen en dan weer verder trekken. Zoiets geeft uitwisseling en delen van ervaringen.

Dit artikel is geschreven door Henk Geertsema en gepubliceerd in Dienst.

The following two tabs change content below.
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk