Laten we de lijnen van de betogen van Hirsch kort even weer neerzetten:

De kerk is klein en zal voorlopig kleiner blijven worden (ook in Nederland)

  • In 2011 is in Nederland zo’n 24% van de inwoners christen en 18% daarvan is kerkelijk. De kerk in heel het Westen, ook in Nederland, zal voorlopig blijven krimpen.
  • De kerk trekt nauwelijks nieuwe mensen.
  • Er verlaten jaarlijks grote aantallen mensen de kerk.
  • Een toenemend aantal christenen wil geen lid zijn van een (traditionele) kerk.

De kerk heeft een strategisch en een missionair probleem

Strategisch: De huidige kerken bereiken met hun boodschap en vormen tot ongeveer 30% van de Nederlandse bevolking. Zo’n 70% van de mede-Nederlanders wordt niet bereikt met traditionele manieren van kerk zijn (en daarbij zet Hirsch katholieke, protestantse, evangelische en andere manieren van kerk zijn allemaal onder één noemer)
Missionair: De kerk heeft de opdracht van God gekregen er op uit te gaan om alle mensen te bereiken met zijn goede nieuws, ook naar die 70% van de mensen die de kerk in z’n huidige verschijning niet ziet zitten. Om die mensen te bereiken en zout te zijn introduceert Hirsch het begrip proximity space‘ (relatiesfeer). Proximity space is ook te vertalen met ‘nabijheidssfeer’ en misschien is dat wel een betere vertaling, maar het past minder goed bij het begrip relatie-evangelisatie, daarom gebruiken we het woord ‘relatiesfeer’.
De kerk dient deze twee problemen systematisch te gaan doordenken en dient deze aanpakken als ze vorm willen geven aan de grote opdracht door bestaande vormen van kerk zijn te blijven voortzetten (en waar mogelijk te verbeteren) en nieuwe vormen van kerk zijn te gaan uitdenken en uitproberen.

Hirsch vindt dat de kerk hierbij lessen van marketing moet verwerken

Concurrentie vermijden of verminderen (rode oceaan strategieën). Wat we zien is dat kerken feitelijk concurreren om een beperkte (30%) groep mensen te bereiken. Dit gebeurt met steeds dezelfde middelen, die op zich goed zijn, maar niet goed meer lijken te werken. Ook worden steeds minder mensen bereikt. Daarom moeten we nieuwe ‘markten’ verkennen en veroveren (blauwe oceaan strategieën) door uit die cirkel van concurrentie weg te gaan en aan het werk te gaan in een gebied waar vrijwel geen kerk zich nu begeeft (70% van de Nederlandse bevolking). Dit kan door nieuwe vormen, middelen en manieren van kerk zijn.

Hierbij hamert Hirsch ook op de EN /EN gedachte: Zet oude en nieuwe vormen niet tegenover elkaar. Beide zijn nodig.

De kerk werd staatskerk en verloor haar missionaire en vernieuwende potentieel

In een tussenstap legt Hirsch vervolgens uit dat de huidige kerk een deel van haar kernfuncties is kwijtgeraakt toen ze staatskerk werd (al tijdens de 3e eeuw na Christus) en dat we daar nu nog steeds de gevolgen van ondervinden omdat enkele kernfuncties wegvielen, nl. Apostel, Profeet en Evangelist (Efeze 4). Alleen de Herder en Leraar bleven over (2 functies!).
Kerkelijke functies en kerkelijk werk werden weggehaald bij de leden / leken van de kerk en Herders en Leraars deden hun werk betaald. De kerk kwam hierdoor terecht in het machts-midden. Ze werd deel van de politiek, de macht, de rijkdom, etc. maar evangelisatie verdween. In heel het rijk was iedereen tenslotte verplicht christen.
Dit ‘verplichte christendom’ veranderde de kerk volledig. Voor het ‘verplichte christendom’, was de kerk vaak een marginale gemeenschap van mensen die leefden (streden) in de verdrukking omdat ze hun Heer volgden. Het gedrag veranderde steeds meer in ‘consumptie christendom’. Voor velen werd het kerklidmaatschap belangrijk en niet een doorleefd geloof met hart en ziel. De christelijk kerk werd staatsgodsdienst en de kerk werd het middelpunt van de maatschappij. Dit had echter tot gevolg dat de kerk feitelijk een reddingsboot werd die steeds maar in de haven bleef liggen en een deel van het noodzakelijke personeel ging missen die het in de periode toen de kerk een marginale gemeenschap vormde wel nodig had!

De functies van de kerk

Hirsch noemt een aantal zaken dat verdween nadat de kerk staatskerk werd. Hirsch noemt dat overigens niet zozeer verdwijnen, maar dat het nu ‘latent’ aanwezig is in de kerk. Ook noemt Hirsch een aantal zaken dat ontstond / juist nu heel zichtbaar is. Hieronder geven we ze kort weer.

De kerk mist / of heeft latent aanwezig haar:

  • virale, aanstekelijke karakter;
  • missionaire drive (mDNA);
  • gezonden karakter (GA er op UIT)
  • besef van urgentie;
  • vernieuwers, waarschuwers en wervers,
    dus apostelen, profeten en evangelisten;
  • Een op God en elkaar betrokken gemeenschap
    van mensen, van heilige mensen;
  • bevlogen, gelovig, actief kernpersoneel
    dat de kerk ‘echt’ kerk maakt;
  • mensen die hun leven met elkaar delen.

De kerk kreeg:

  • een institutioneel karakter;
  • vastgelegde vormen in organisaties, afspraken en te vaste tradities;
  • gebouwen en kerkdiensten als DE plek waar God te vinden zou zijn
  • afwachtend en het werk aan ambtsdragers overlatend grond-personeel
  • herders en leraars die tegenhanger en aanvulling missen in de Apostel, Profeet en Evangelist;
  • mensen die hun geloof met elkaar delen.

De kerk moet weer Ga-kerk worden

De laatste eeuwen was de kerk een KOM-kerk volgens Hirsch, uitreikend en binnen-halend:

The attractional model, which has dominated the church in the West, seeks to reach out to the culture and draw people into the church—what I call outreach and in-grab. This model only works where no significant cultural shift is required when moving from outside to inside the church. As Western culture has become increasingly post-Christian, the attractional model has lost its effectiveness. The West looks more like a cross-cultural missionary context in which attractional church models are self-defeating. The process of extracting people from the culture and assimilating them into the church diminishes their ability to speak to those outside. People cease to be missional and instead leave that work to the clergy.

Twee redenen waarom de kerk weer Ga-Kerk moet leren worden beschrijft Hirsch met twee begrippen

  1. Het begrip relatiesfeer beschrijft dat een christen normaliter een aantal mensen kan bereiken via ‘natuurlijke relaties’. Jouw relatiesfeer: mensen waar jij zinvol en/of inhoudelijk contact mee hebt. Hoe minder christenen in een bepaalde omgeving, des te kleiner de relatiesfeer die de kerk (christenen) heeft. Als we meer en andere mensen willen bereiken dan moet je BUITEN je persoonlijke (culturele, maatschappelijke of geografische) sfeer gaan opereren.
  2. Het begrip cultural distance (link) gaat over de ‘afstanden’ op het gebied van overtuiging, relatie, geografie, cultuur en taal die moeten worden overbrugd. De grootte van de afstand bepaalt op welke manier de kerk of de christen mensen kan bereiken. Op basis daarvan kan een inschatting worden gemaakt of je zult moeten werken met een ‘attractional model’ (uitnodigen, kom, kijk, doe mee), een ‘incarnational model’ (ga er op uit, zoek mensen op, overbrug de afstand, zoek nieuwe vormen voor de betreffende (sub)cultuur) of werk met een tussenvorm.

Dichter bij mensen willen komen / Het Buiten- EN het Gewone

Hirsch zet het boek On The Verge op in vier delen: Imagine, Shift, Innovate en Move.

  • Imagine: Je voor stellen dat kerk-zijn anders kan (moet) voor 70% van de bevolking: Dus er op uit!
  • Shift: Naar deze manier van kerk-zijn toe gaan werken: Bidden, om je heen kijken, contacten leggen
  • Innovate: Zoeken naar nieuwe groepen, daartoe vernieuwen en daarin experimenteren
  • Move: en al doende op nieuwe plaatsen kerk zijn en worden
    (lees drie voorbeelden, hier, hier en hier)

Hirsch noemt deze 4 stappen niet voor niets, want de kerk moet dichter bij mensen komt en dan moet ze doen wat ze doet EN ze moet er weer op uit (Kijk hier voor wat hij vertelt over wat ‘missionair zijn’  tegenwoordig kan inhouden)! Hij zegt:

Missional represents a significant shift in the way we think about the church. As the people of a missionary God, we ought to engage the world the same way he does—by going out rather than just reaching out. To obstruct this movement is to block God’s purposes in and through his people. When the church is in mission, it is the true church.

Bonhoeffer schreef ook al over het buitengewone van het christen zijn:

Een niet-vanzelfsprekende liefde die ver uitstijgt boven de natuurlijke liefde tot hen die je welgezind zijn. Liefde tot de tegenstander en daar heb je God voor nodig. Het is: meer dan het gewone doen (Matt. 5:47) en dit ‘meer dan gewone’ komt van Jezus: Hij genas zijn vijand (Luc. 23:51), bad voor hen (Luc. 23:34) en hij had ons lief toen we nog zondaren waren (Rom. 5:8). Kortom, het is weldoen, juist voor de ander die je niet kent, aan wie je een hekel hebt, die een vijand is.

Chris Wright sprak er afgelopen vrijdag en zaterdag ook nog over: hoe blijft HIS church een ‘speler’ in Gods missie? Door iets van God te laten zien in deze wereld. Maar de kerk van tegenwoordig heeft daar veel moeite mee, volgens Wright, want Gods volk heeft zelf last van afgodendienst. Wright ziet drie afgoden bij Gods eigen volk:

  1. macht en trots,
  2. populariteit en succes,
  3. welvaart en hebzucht.

Dit begint al bij de kerkleiders: mensen die een  positie nastreven, gevierde sprekers willen zijn, bekende auteurs (en bloggers) willen zijn. We hebben met z’n allen heel veel last van consumptiedrang. Die obsessies met macht, status en bezit zijn door de duivel aangereikte verlokkingen. Jezus weerstond deze. De kerk vaak niet, en daarin falen zijn volgelingen. wat tot gevolg heeft dat:

Heel de kerk betaalt de prijs voor dit falen. De kerk verliest haar integriteit en geloofwaardigheid.

Afsluitende blog: Help de kerk verdwijnt?

Hirsch schrijft in al zijn boeken zeer tastend en zoekend over de toekomst. Hij is vooral zoekend over de manieren / modellen die de kerk kan gebruiken om te vernieuwen en zich weer geschikt maakt voor haar functies.
Enkele gedachten van Hirsch werken we volgende week als afsluiting van deze serie in ons blog verder uit. Hieronder alvast een introductie:

  • Evangelisatie is niet als eerste ‘eropuit gaan’, maar beginnen te erkennen dat Jezus Heer is en dat Hij degene is die zegt: ‘Ga er op uit!’
    Laten we ons daarom richten blijven op een op zo goed mogelijke bestaande manier van kerk zijn (met bestaande kerkvormen en met nieuwe kerkvormen).
    MAAR VOORAL: Laten we ook leren nieuwe groepen mensen te bereiken: (door dichtbij te komen, die cultuur aan te nemen en door experimenten, je leven delen). Every disciple is to be an agent of the kingdom of God, and every disciple is to carry the mission of God into every sphere of life. We are all missionaries sent into a non-Christian culture.
  • Werk met een ‘holistische missie’: sociaal actief (het welzijn van de hele mens), hulp én inhoud. Koninkrijks-denken, heet dit tegenwoordig.
    A missional theology is not content with mission being a church-based work. Rather, it applies to the whole life of every believer.
Dus werk niet alleen individualistisch (het heil, de ziel van een ander) maar met het oog op het welzijn van de hele samenleving, de natuur, de mensheid, gerechtigheid: Zoek het welzijn van de stad, daarin ligt uw bloei, staat er in Jeremia geschreven.  Of, zoals C. Wright het zegt: Als Jezus centraal staat zijn de spaken van dat centrale wiel evangelisatie, zorg voor de schepping en maatschappelijke inzet.
  • De potentie voor dit alles zit in elke christen, of zoals Hirsch dat zegt: “Elk kerklid is bij Gods missie ingeschakeld, in heel het dagelijkse leven”. <quote>We need a significant shift in the way we think about church. As the people of a missionary God, we ought to engage the world the same way he does—by going out rather than just reaching out. To obstruct this movement is to block God’s purposes in and through his people. </quote>. Hirsch werkt dat uit in een metafoor: In elk zaadje zit in potentie een boom, in elke boom zit in potentie een bos. JIJ bent zo’n zaadje! IN JOU zit de potentie van een kerk, EN IN ELKE KERK zit de potentie nieuwe mensen voor Christus te winnen en zo een veelheid van kerken en gemeenten te vormen.
If we’re going to impact our world in the name of Jesus, it will be because people like you and me took action in the power of the Spirit. Ever since the mission and ministry of Jesus, God has never stopped calling for a movement of “Little Jesuses” to follow him into the world and unleash the remarkable redemptive genius that lies in the very message we carry. Given the situation of the Church in the West, much will now depend on whether we are willing to break out of a stifling herd instinct and find God again in the context of the advancing kingdom of GodAlan Hirsch, The Forgotten Ways: Reactivating the Missional Church
The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko