De Classis Assen bestaat uit 12 kerken. 5 gemeenten in de stad Assen en zeven daarbuiten: Roden, Zuidlaren, Beilen, Hooghalen, Haulerwijk, Oosterwolde en Smilde.De laatste 5 gemeenten zijn sinds 2013 vacant. Ze zijn te klein om zelfstandig een predikant te kunnen beroepen en onderhouden. Beilen en Hooghalen hadden samen één predikant. Oosterwolde had een samenwerkingsverband met Wijnjewoude, maar laatstgenoemde kerk sloot in 2010 haar deuren. De 5 vacante kerken hebben nu de hoofden bij elkaar gestoken en een werkgroep gevormd, het zgn. vijf-kerkenoverleg.

Vijf gemeenten om tafel
Omdat we als Kerkbode graag iets meer willen weten over dit unieke project had ik in het gebouw van de TU in Kampen een gesprek met twee mensen uit dit vijf-kerkenoverleg, namelijk met Hugo Waalewijn, voorzitter van de werkgroep en met Hans Schaeffer, docent aan de Theologische Universiteit in Kampen. Hij zit namens het Praktijkcentrum Zwolle (PC) in de werkgroep.
Verder heb ik gebruik gemaakt van informatie uit diverse rapporten van het PC en de werkgroep. Het idee voor deze werkgroep is niet helemaal nieuw. In het jaar 2000 zaten de 5 gemeenten ook al om de tafel. Redenen voor overleg waren o.a. een teruglopend zielental, weinig jeugd in de gemeenten, een krimpende kas en moeite met de invulling van ambten en taken. Men wilde de geestelijke en kerkrechtelijke moeiten en mogelijkheden van kleine gemeenten bespreken en uitdiepen.

Andere aanpak
In juni 2001 werd in Zwolle een conferentie voor kleine kerken belegd. Hier werd aandacht gevraagd voor de mogelijkheid om als kleine gemeente de dingen anders te doen, door bijvoorbeeld speerpunten te kiezen en taken te verdelen. Binnen de Classis Assen leidde dit tot een voorstel om een werkgroep met afgevaardigden uit de 5 genoemde kerken in te stellen om zo de specifieke problematiek van kleine kerken aan de orde te stellen. Maar er gebeurde weinig. De 5 kerken kregen weer een predikant, maar zijn nu weer vacant. Daarom zat men in januari 2014 weer bij elkaar om te kijken hoe er in de toekomst kan worden samengewerkt.

Zelfstandige werkgroep
Hugo Waalewijn vertelt dat de kerk van Beilen toen is aangewezen als kartrekker en dat meteen besloten is om de Classis Assen erbij te betrekken. Ook was er het plan om een predikant uit de classis te te vragen voor de werkgroep om die te dienen met zijn deskundigheid. Het is een zelfstandige werkgroep, die niet uitgaat van de classis, maar door haar wordt gesteund. Op elke classisvergadering wordt verslag gedaan van de stand van zaken. De classis vindt het een goed initiatief en steunt dit van harte.

Kerk in eigen dorp
Volgens Hugo was bij het eerste overleg al duidelijk dat alle gemeenten, hoe klein ook, graag in hun eigen dorp kerk willen blijven. Aanvankelijk was het de bedoeling een soort federatie te vormen. Men zou bijvoorbeeld twee predikanten voor de 5 kerken kunnen beroepen. Op die manier steunt men elkaar en kan iedere gemeente kerk in eigen dorp blijven. Er werden eerst verkenningen in de gemeenten gedaan om te weten te komen hoe men dacht over het project en wat de mogelijkheden waren. Men hoopte daarmee het draagvlak te vergroten. Maar het primaire doel was en is: werken aan lokaal gemeente zijn want dat willen alle 5 kerken graag.

Steun nodig, ook financieel
In een latere bijeenkomst is er besloten dat het Praktijkcentrum in Zwolle het project met zijn deskundigheid zal steunen. Vanuit het PC zijn Hans Schaeffer als onderzoeker en Jannet de Jong als adviseur aan de werkgroep toegevoegd. Een predikant is er (nog) niet aan toegevoegd, maar dat is nu – met de andere deskundigen erbij – ook minder urgent. Bovendien wordt er immers op elke classisbijeenkomst gerapporteerd en daar zijn genoeg dominees aanwezig die eventueel tips en adviezen kunnen inbrengen. Er is tevens een rapport onder alle kerken van de classis verspreid omdat het initiatief brede steun, ook financieel, behoeft. Naast gebed en steun van de grote kerken zijn een gezamenlijke visie van de kerkenraden en moed om bakens te verzetten van belang.
Er zijn voor de zomer van 2014 een vijftal vergaderingen gehouden. In maart wordt als doel van de samenwerking geformuleerd: de samenwerking is erop gericht dat alle 5 kerken als vitale kerken blijven voortbestaan, in het besef dat de gemeenteleden ieder voor zich en (allen) tezamen geroepen zijn Christus na te volgen.

Samen voor een doel
Als je een federatie vormt behoudt iedere kerk zijn vrijheid, visie, geborgenheid en veiligheid, maar samen ga je naar een doel. Als dat doel goed omschreven is, komt de rest ook wel. Op de vraag of zelfstandigheid en vrijheid ook inhoudt dat je met kerken van andere gezindten zou kunnen samenwerken, antwoordt Hugo bevestigend. Het is inderdaad mogelijk om als zelfstandige kerk met andere kerken of organisaties in het dorp samen te werken. De federatie zal dan zorgdragen voor professionele inzet binnen de gemeenten, in de vorm van een of meer predikant(en) en/of kerkelijk werkers. In Beilen – de gemeente waar Hugo zelf toebehoort – heeft men bijvoorbeeld eerste, verkennende contacten met de PKN.

Groeiproces
In de voortgang van het project wordt regelmatig tijd genomen om te kijken hoe de afzonderlijke gemeenten erin staan. Tot nu toe zijn alle 5 gemeenten nog potentiële samenwerkingspartner, hoewel één gemeente een iets lager tempo wil aanhouden. Maar die gemeente blijft in elk geval participeren in de werkgroep. Iedere betrokkene moet zich realiseren dat het een groeiproces is. De werkgroep vormt als het ware een traject dat ze samen gaan en dat is best spannend. Dat groeiproces maakt concretisering wat lastig. Er werd daarom door Jannet de Jong een handout gemaakt voor alle gemeenten waarin duidelijk wordt omschreven wat er tot nu toe is gedaan en hoe men de toekomst ziet. Om nog meer advies in te winnen is er in juni 2014 overleg geweest met Ruurd Kooistra van het Steunpunt Kerkenwerk (SKW) en in augustus met Mees te Velde, docent kerkrecht aan de TU. Het SKW blijft graag in gesprek met de werkgroep en wil eventueel ook wel bemiddelen in het zoeken naar geschikte interim-predikanten. Het overleg met Mees te Velde had tot doel: het bespreken van de casus tot dan toe en de mogelijkheden voor een eventueel vervolg. Wanneer ik in Kampen met Hugo Waalewijn en Hans Schaeffer spreek, is er al een stukje van het traject afgelegd. Er is veel informatie ingewonnen en ook gegeven aan de gemeenten, de overige kerken en de classis en er zijn doelen gevormd en fasering afgesproken.

Hoe zijn we kerk
Hans Schaeffer denkt dat het gaat om de vraag hoe de kerken op lange termijn kerk blijven. ‘Je kunt wel denken dat als er weer een dominee is, het probleem is opgelost, maar dat is niet zo. De aanleiding voor dit project was: de 5 genoemde kerken die te klein zijn om zelfstandig een eigen predikant te kunnen beroepen. De gemeenten zijn vacant en getalsmatig, dus financieel, lukt het niet meer om een predikant te onderhouden. Als er ergens een nieuwe gemeente gevormd is, of een bestaande gemeente raakt vacant, is de volgende fase: het beroepen van een dominee. Maar dan staan we lang niet altijd stil bij de vraag wie we zijn als kerk, als gemeente. We zouden ons eigenlijk eerst dienen af te afvragen: wat is ons bestaansrecht? En de grootste uitdaging moet zijn: hoe zijn we kerk? We proberen in dit project de rol van de predikant helder te krijgen en de taak van de gemeente. Ik proef dat het ook een geestelijke zoektocht van iedere gemeente is naar Gods roeping in deze plaats. Het plan is nu niet meer om een federatie te vormen, maar om twee interim-predikanten aan te trekken voor de duur van drie tot vijf jaar. Zij kunnen het zoekproces op een goede geestelijke manier begeleiden. Gemeenten moeten als het ware tijd kopen om zich te bezinnen en om te kijken waar ze staan. In deze periode kunnen de gemeenten een idee krijgen over hoe ze verder willen. Het is belangrijk om hier de tijd voor te nemen zodat de gehele gemeente kan worden meegenomen in het plan. En het is van belang dat je aansluit bij de talenten en gaven die er zijn in de gemeente.’

Wat is onze roeping
Hugo sluit daarbij aan. ‘Het is dus in het ongewisse waar we uitkomen. De gemeenten hebben dit ook helder voor ogen. We moeten de tijd nemen, elkaar niet onder druk zetten, dat is van geestelijke waarde. En er speelt meer problematiek die we kunnen delen. Zo kunnen we dingen combineren om elkaar te helpen.’ Hans benadrukt dit. ‘We hebben eerst gekeken naar: wat kunnen we? In het najaar van 2015 willen we proberen om met de 5 kerken predikanten te beroepen. In elke gemeente zijn gemeentevergaderingen gehouden om helder te krijgen: wat gaan we doen? We nemen, zoals gezegd, rustig de tijd, maar we beginnen wel dit voorjaar en willen dan in september starten. We proberen voor 1 mei een voorstel van de projectgroep naar de 5 kerken te sturen. Dit is het eerste concrete voorstel dat op tafel komt. Dat is slechts de proceskant van het geheel. Want dat moet dienend zijn aan de diepere vraag van de kerken in Nederland. De vraag die alle kerken zich moeten stellen is: wat is onze roeping? Maar ook naar binnen toe moeten ze zich vragen stellen als: hoe gaan we om met onze jongeren? Dat is niet uniek, maar wel de manier waarop deze 5 kerken het nu doen, in hun context en dat is anders dan bijvoorbeeld in Assen-Kloosterveen, een gemeente van ruim 1200 leden. Ze moeten opnieuw een geestelijk lichaam vormen.’

Brandende lampen
Hugo vult aan. ‘De vanzelfsprekendheid moet eraf. Er komt een moment dat je je moet afvragen: is dit wat God van ons wil? Maar dat kost tijd en inzet. We moeten ons realiseren dat we vreemdelingen zijn hier op aarde en hoe gaan we daarmee om? We zijn tegelijk vreemdeling, maar ook bekend in eigen dorp. We zijn nog niet te klein om iets te kunnen betekenen. We moeten de lamp brandende houden en tegelijk kijken naar waar nog meer lampen zijn. Samenwerken met andere kerken, niet doen alsof we de enige kerk in de gemeente zijn. Dat hoort ook bij het ontdekken van die roeping. Aan de ene kant is het positief dat we andere christenen opzoeken, maar we moeten ons ook realiseren dat er een generatie aan komt die niet meer precies weet waarom we vrijgemaakt zijn. Onhelderheid over die vraag zorgt namelijk óók voor openheid naar andere kerken toe en dat stelt ons weer voor de vraag: wat is nu de roeping van onze kerken? Er is natuurlijk wel een geschiedenis geweest die je niet zomaar moet weggooien en geringschattend zeggen: wat is waarheid? Nee, we moeten ons bewust zijn van die waarheid.’

Kerkverband benutten
Hans geeft aan dat het probleem van te kleine kerken en hoe daarmee om te gaan niet alleen speelt bij de protestanten. Ook de RK-kerk worstelt ermee. Bisschop De Korte is voorstander van het behouden van kleine kerken en bisschop Eijk vindt dat parochies moeten fuseren. Hans zegt: ‘Maar hoe dan ook, het proces geeft wel aan dat wanneer je de verantwoordelijkheid neemt voor dit project, je het kerkverband benut om lokaal de roeping weer te ontdekken. Uit een probleem groeit dan weer iets moois.’ Hugo stelt: ‘Als de laatste kerk uit het dorp verdwijnt, verdwijnt er ook veel sociale samenhang. Als ons voorstel wordt aangenomen worden twee predikanten aangetrokken om ons gedurende een bepaalde periode (3 à 5 jaar) te helpen. Aan het vinden van zulke predikanten zal nog wel een zoektocht vooraf gaan. Maar de competenties om dit te kunnen zijn er wel. Het is ook een zaak van gebed en vertrouwen dat de Here hierin zal voorzien. We willen er in geloof op vertrouwen dat deze weg gezegend zal worden. En daarbij is de vraag: ‘hoe ben je kerk’ belangrijker dan ‘hoe krijgen we zo gauw mogelijk weer de ambten vervuld.’

Werfkracht
Hans voegt er nog aan toe: ‘Het project zal ook een bemoedigende functie hebben naar andere kerken die met hetzelfde probleem worstelen. In grote steden, zoals Amsterdam hebben ze grote projecten, maar dit werk is net zo belangrijk. Het zijn gemeenten die ook gewaardeerd worden en plaatsen waar God ook mensen roept om zijn kerk gestalte te geven. Een probleem van tegenwoordig is wel de mobiliteit van mensen, die hen in staat stelt om een gemeente te kiezen die hen ligt, die bij hen past. Grote gemeenten zijn voor veel mensen aantrekkelijk, ze hebben veel werfkracht. Dat is prima, maar we hebben ook de roeping: wat doe je in het concrete leven in je eigen woonplaats? Daarvoor is nodig dat je in de lokale gemeenschap durft te worstelen. Niet te snel meegaan in de tendens grote gemeenten te vormen of ’s zondags naar grotere gemeenten gaan.’

Verbondenheid
Hugo zegt: ‘Mensen in kleine kerken zijn vaak meer aan elkaar verbonden dan in grote kerken. Laten we kijken naar de gaven die er zijn en naar wat de nood is. En laten we vooral mensen betrekken bij de vraag: hoe staan we in ons geloof? Want daar gaat het om. ’Hans is blij dat hij vanuit het PC betrokken is bij dit project. ‘Ik voel me bevoorrecht dat ik mag meewerken in zo’n project en helpen mag bij dit proces. Het is een onderzoeksproject en tegelijk een experiment. Dit proces kan stimulerend werken voor andere kerken in Nederland. Er is vaak een dubbele relatie met het woord ‘gemeente’. Iedereen wil terug kunnen vallen op een gemeente, maar je wilt ook je vrijheid behouden. De christelijke boodschap werkt echter bevrijdend en dan voel je je verbonden. We hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn, maar vinden elkaar in Christus. In kleine kerken zijn de spanningen soms wel sneller merkbaar. Maar belangrijk is dat je oog hebt voor elkaar. Door te bundelen als kleine kerken word je sterker en je eigenheid verdwijnt er niet door.’

Proces begeleiden
In één van de rapporten was te lezen dat een voorwaarde was: gezamenlijke visie van de kerkenraden. Ik vraag of die visie nog steeds gezamenlijk is. Hugo antwoordt: ‘In het voorstel komt één lijn en daar moeten de 5 kerken zich achter scharen.’ Hans vult aan:‘Wat je moet delen is: welke visie hebben we? Dat kan plaatselijk wel een andere kleur krijgen. Het PC heeft daarom gevraagd om specifieke kenmerken van de 5 kerken, het werk dat in een gemeente gedaan moet worden kan verschillend zijn. We zoeken predikanten die zich kunnen oriënteren op de 5 verschillende kerken en hun vragen. Het gaat vooral om begeleiders in het proces van gemeenten in de zoektocht: wie zijn wij? Een pastoraal oog en oor is uiteraard ook van belang en ze moeten goed kunnen toerusten. Goed met allerlei mensen kunnen omgaan en managementkwaliteiten hebben.’

Vertrouwen
De realiteit is dat je niet op dezelfde manier kerk kunt zijn als vroeger. De GKv zijn ontstaan als kleine betrokken groepjes. Iedere kerk was een groep die hetzelfde dacht, maar dat is niet meer zo. Er is verschillende intensiteit en snelheid van kerkzijn. De vraag daarbij is: hoe verhouden die groepen zich tot elkaar? Maken ze ruzie of verdragen ze elkaar? Hans zegt: ‘We moeten elkaar leren vertrouwen, dat is één van de kernwaarden van het Christen zijn. Je kunt je afvragen: vertrek ik of neem ik de ruimte om te kijken naar wat er gebeurt en wat ik vervolgens kan bijdragen om te helpen.’

Sleutelrol voor kerkenraad
Er wordt nog even doorgesproken over de rol van de interim-predikanten. Deze is vooral coachend en opbouwend. De gemeente is zelf begaafd om allerlei taken te vervullen. De predikant zal in de meeste gevallen dus niet het eerste aanspreekpunt zijn. Dat kan ook niet omdat je met 5 kerken te maken hebt. Tegelijk zal de predikant sensitief genoeg moeten zijn om de noden en wensen in de gemeente aan te voelen en erop bij te sturen. De kerkenraad speelt hier uiteraard een sleutelrol en de samenwerking staat of valt met de houding en communicatie van dominee en kerkenraad.
Voor de 5 gemeenten betekent dit eenstuk verzelfstandiging en werken aan bewustwording van eigen verantwoordelijkheid.

Met veel belangstelling nam ik kennis van de inhoud van dit project en spreek de wens uit dat het traject door de Heer gezegend mag worden.

Janny Kremer-Staal

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 4 april 2015. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl