Conferenties en symposia met titels als ‘Kerken moeten ook op Hyves’ en ‘Kerk zijn op het web’ halen steevast de (christelijke) media. Kerken staan niet echt bekend als ¬internetpioniers. De ‘twitterende pastor’ Boele Ytsma stelde vast dat internettende kerken zich meestal beperken tot een website met informatie over de kerk en de diensten en tot het online publiceren van preken.
tekst: Martijn Arnoldus / beeld: NASA-images
Kerken kunnen op een aantal manieren participeren op internet. Ze kunnen ‘zenden’: zichzelf en hun boodschap presenteren zonder zich te bekommeren om de ontvanger. Kerken kunnen ook ‘verbinden’: relaties aangaan en relaties mogelijk maken met andere internetgebruikers. Als kerken actief communiceren met internetters is er sprake van ‘converseren’. Het is belangrijk dat kerken zich verdiepen in de ontwikkelingen op het web. Internet biedt kerken mogelijkheden anderen met het evangelie te bereiken.
Kerken die het internet op gaan zullen moeten starten met zelfreflectie: hoe kan en wil de kerk zich presenteren. Wie websites van kerkelijke gemeenten bekijkt ziet vaak foto’s van lege kerkgebouwen en meldingen van activiteiten. Maar een kerk is een gemeenschap van levende stenen, van mensen die delen in de genade van Vader, Zoon en Heilige Geest, om elkaar en de buitenwereld lief te hebben. In die verrijkende context staat het zenden, verbinden en converseren van kerken op internet.
1. ZENDEN: PRESENTATIE VIA INTERNET
Bij de eerste vorm van participatie op internet, het zenden, laten kerken zien wat hun drijfveren zijn en welke boodschap ze hebben zonder dat er interactie ontstaat tussen zender en ontvanger. Deze vorm, die niet statisch hoeft te zijn, stamt uit de begindagen van het internet. Toch is in een interactieve internetomgeving, waar bezoekers reacties plaatsen en met elkaar in gesprek gaan, juist behoefte aan een vaste webstek; een website, weblog, Hyves- of Facebookpagina. Kerken zijn zelf de baas over zo’n plek.
‘Welkom op de website van…’ is een typische opening van een ‘kerkelijke’ website. De informatie op websites varieert. Het -vaak lege- gebouw wordt gepresenteerd. Bij veel websites ontbreekt het aan informatie waarvoor de kerk staat of wat zij verkondigt. Andere websites worden juist volledig in beslag genomen door het evangelie. Kerken publiceren op hun website vaak hun activiteiten, maar weinig kerken staan stil bij de mensen die in een kerk actief zijn.
Ook brengen de sites nieuws voor insiders, in kerkelijke taal. Op sommige websites wordt uitvoerig de organisatiestructuur beschreven. En af en toe lijkt het alsof je op de persoonlijke website van een voorganger terecht bent gekomen in plaats van op de website van een kerk.
Tips voor presentatie
De kerk kan zich op twee manieren ¬presenteren: gemaakt en authentiek. Die twee gaan goed samen. De kerk is op internet een afspiegeling van de levende gemeenschap offline, waarbij de webmaster zich steeds bewust is van de gewenste uitstraling, het zogenaamde gemaakte online gezicht van de kerk. Er kan worden verteld dat de kerk een geloofsgemeenschap is van christenen die onderweg zijn met God. Nog beter is het om onder een kopje ‘over ons’ te vertellen hoe de kerk een gemeenschap wil zijn, waarom ze gemeente is en wat gemeenteleden delen. Plaats foto’s en video’s met gemeenteleden in de basis-opmaak. Publiceer (geschreven) portretten van gemeenteleden op de website. Maak op internet gebruik van de wij-vorm: ‘Wij komen zondag bij elkaar.’ Vergeet niet dat de website openbaar is, dus niet geschikt voor vertrouwelijke zaken. Vermijd kerkelijk jargon dat buitenstaanders niet begrijpen.
Het internet is een verlengstuk van een gemeenschap waarin gemeenteleden zelf kunnen meewerken aan een site. Dat is het zogenaamde authentieke online gezicht van de kerk. Schrijf met verschillende personen teksten voor de website waarbij gebruik wordt gemaakt van pasfoto’s of eigen profielpagina’s. Maak het mogelijk te reageren op bijdragen. Geef de website een blog¬structuur waarop gemeenteleden hun bijdragen kunnen posten. Link op de website naar eigen groepspagina’s op bijvoorbeeld Hyves en Facebook of geef een overzicht van de laatste activiteiten op die pagina’s. Maak zichtbaar waar gemeente¬leden ¬namens de kerk actief zijn door een link op te nemen naar de nieuwste berichten.
2. VERBINDEN: ZICHTBARE CONNECTIES AANGAAN
Een kenmerk van internet is de netwerkstructuur, een ondoorzichtige en complexe kluwen van knooppunten en verbindingen, waarbij de nadruk tegenwoordig ligt op sociale netwerken. Het begrip ‘vriend’ heeft hierdoor een bredere invulling gekregen.
De individuele internetgebruiker bouwt aan een online netwerk waarin hijzelf centraal staat. Hij bepaalt met wie hij connecties aangaat en of deze vluchtig of intensief zijn. Kwantiteit gaat vaak boven kwaliteit. Ook bestaan connecties met mensen waarmee al jaren geen contact is. Deze connecties zijn op internet zichtbaar voor anderen.
Het aantal kerken met een groepspagina op Hyves of Facebook groeit. Vaak zijn ‘de vrienden’ van de kerk de leden van de gemeente. De kerk maakt online zichtbaar dat zij een netwerk was nog voordat sociale netwerken op internet bestonden.
Sociale netwerken online zijn geen vervanging van offline contacten, maar een aanvulling daarop, die ook effect heeft op contacten in de fysieke wereld. Internetgebruikers verwachten trouwens niet dat hun sociale netwerkconnecties allemaal relaties zijn ‘van hart tot hart’.
Kerken die optreden als netwerkpartner gaan zelf actief connecties aan. Op internet lopen sterke en zwakke verbindingen tussen individuen en organisaties kriskras door elkaar. Dit vraagt een omslag in het denken, van formele verbindingen naar het verbinden van gemeenschappen of netwerken. Connecties van de kerk bieden kansen anderen met het Evangelie te bereiken.
Kerken die beseffen dat de kerk een gemeenschap is van mensen kunnen haar gemakkelijker zien als verbinder. Het is belangrijk dat er een breed draagvlak is om online connecties aan te gaan, dus ruggespraak is onontbeerlijk. Ook is openheid over de internetconnecties binnen en buiten de christelijke wereld belangrijk. Daarnaast lopen formele en informele connecties op internet door elkaar, dat maakt het netwerk van de kerk meer dan een optelsom van de netwerken van individuele leden.
3. CONVERSEREN: COMMUNICEREN MET INTERNETGEBRUIKERS
Het internet is te vergelijken met een drukbezocht feestje waar gesprekspartners en gespreksonderwerpen elkaar snel afwisselen. Converseren op internet is een sociale bezigheid die niet per se een inhoudelijk doel heeft, en conversaties blijven lang bewaard. Er zijn altijd mensen die meeluisteren.
Spontaan converseren op internet is lastig voor veel kerken. Zo beperken kerken zich op Twitter vaak tot het aankondigen van een samenkomst. Kerken ‘volgen’ geen mensen, gaan geen contacten aan en reageren niet op anderen. Ze zenden en ze wachten of ze ‘volgers’ krijgen. Toch heeft juist de conversatie nut omdat je dan aanspreekbaar bent en je boodschap kunt verduidelijken.
Er zijn drie routes voor het converseren op internet:
1. De veilige route, waarbij kerken op een afwachtende manier de conversatie aangaan en pas antwoorden als anderen contact leggen. Veel kerken hebben een antwoordformulier of mailadres op hun website staan waardoor interactie mogelijk is zonder dat anderen meelezen. Kerken kunnen ook mogelijkheden bieden te reageren op websiteberichten, een meer zichtbare vorm van conversatie. Lezers kunnen discussiëren, auteurs reageren. Met behulp van ‘huisregels’ kunnen kerken grip houden op de interactie, die vaak beperkt blijft.
2. De individuele route. Het meepraten kan ook worden uitbesteed aan individuele leden van de kerk. Kerkleden houden op persoonlijke titel een weblog bij, twitteren of chatten. Ze zijn ambassadeurs van de kerk in hun persoonlijke contact met anderen.
3. De open route. Gemeenteleden hebben niet alleen toegang tot de website, maar ook tot de Facebookpagina of het Twitteraccount. Ze dragen bij en praten mee binnen een vooraf vastgesteld kader. Deze open route vraagt onderling vertrouwen, de gemeenschap wordt online zichtbaar en leidt offline tot nieuwe contacten en versterking van onderlinge relaties.

Conferenties en symposia met titels als ‘Kerken moeten ook op Hyves’ en ‘Kerk zijn op het web’ halen steevast de (christelijke) media. Kerken staan niet echt bekend als ¬internetpioniers. De ‘twitterende pastor’ Boele Ytsma stelde vast dat internettende kerken zich meestal beperken tot een website met informatie over de kerk en de diensten en tot het online publiceren van preken (tekst: Martijn Arnoldus / beeld: NASA-images).

Kerken kunnen op een aantal manieren participeren op internet. Ze kunnen ‘zenden’: zichzelf en hun boodschap presenteren zonder zich te bekommeren om de ontvanger. Kerken kunnen ook ‘verbinden’: relaties aangaan en relaties mogelijk maken met andere internetgebruikers. Als kerken actief communiceren met internetters is er sprake van ‘converseren’. Het is belangrijk dat kerken zich verdiepen in de ontwikkelingen op het web. Internet biedt kerken mogelijkheden anderen met het evangelie te bereiken.

Kerken die het internet op gaan zullen moeten starten met zelfreflectie: hoe kan en wil de kerk zich presenteren. Wie websites van kerkelijke gemeenten bekijkt ziet vaak foto’s van lege kerkgebouwen en meldingen van activiteiten. Maar een kerk is een gemeenschap van levende stenen, van mensen die delen in de genade van Vader, Zoon en Heilige Geest, om elkaar en de buitenwereld lief te hebben. In die verrijkende context staat het zenden, verbinden en converseren van kerken op internet.

1. ZENDEN: PRESENTATIE VIA INTERNET
GtB-404Bij de eerste vorm van participatie op internet, het zenden, laten kerken zien wat hun drijfveren zijn en welke boodschap ze hebben zonder dat er interactie ontstaat tussen zender en ontvanger. Deze vorm, die niet statisch hoeft te zijn, stamt uit de begindagen van het internet. Toch is in een interactieve internetomgeving, waar bezoekers reacties plaatsen en met elkaar in gesprek gaan, juist behoefte aan een vaste webstek; een website, weblog, Hyves- of Facebookpagina. Kerken zijn zelf de baas over zo’n plek.

‘Welkom op de website van…’ is een typische opening van een ‘kerkelijke’ website. De informatie op websites varieert. Het -vaak lege- gebouw wordt gepresenteerd. Bij veel websites ontbreekt het aan informatie waarvoor de kerk staat of wat zij verkondigt. Andere websites worden juist volledig in beslag genomen door het evangelie. Kerken publiceren op hun website vaak hun activiteiten, maar weinig kerken staan stil bij de mensen die in een kerk actief zijn.

Ook brengen de sites nieuws voor insiders, in kerkelijke taal. Op sommige websites wordt uitvoerig de organisatiestructuur beschreven. En af en toe lijkt het alsof je op de persoonlijke website van een voorganger terecht bent gekomen in plaats van op de website van een kerk.

Tips voor presentatie
De kerk kan zich op twee manieren ¬presenteren: gemaakt en authentiek. Die twee gaan goed samen. De kerk is op internet een afspiegeling van de levende gemeenschap offline, waarbij de webmaster zich steeds bewust is van de gewenste uitstraling, het zogenaamde gemaakte online gezicht van de kerk. Er kan worden verteld dat de kerk een geloofsgemeenschap is van christenen die onderweg zijn met God. Nog beter is het om onder een kopje ‘over ons’ te vertellen hoe de kerk een gemeenschap wil zijn, waarom ze gemeente is en wat gemeenteleden delen. Plaats foto’s en video’s met gemeenteleden in de basis-opmaak. Publiceer (geschreven) portretten van gemeenteleden op de website. Maak op internet gebruik van de wij-vorm: ‘Wij komen zondag bij elkaar.’ Vergeet niet dat de website openbaar is, dus niet geschikt voor vertrouwelijke zaken. Vermijd kerkelijk jargon dat buitenstaanders niet begrijpen.

Het internet is een verlengstuk van een gemeenschap waarin gemeenteleden zelf kunnen meewerken aan een site. Dat is het zogenaamde authentieke online gezicht van de kerk. Schrijf met verschillende personen teksten voor de website waarbij gebruik wordt gemaakt van pasfoto’s of eigen profielpagina’s. Maak het mogelijk te reageren op bijdragen. Geef de website een blog¬structuur waarop gemeenteleden hun bijdragen kunnen posten. Link op de website naar eigen groepspagina’s op bijvoorbeeld Hyves en Facebook of geef een overzicht van de laatste activiteiten op die pagina’s. Maak zichtbaar waar gemeente¬leden ¬namens de kerk actief zijn door een link op te nemen naar de nieuwste berichten.

2. VERBINDEN: ZICHTBARE CONNECTIES AANGAAN
GtB-wwwEen kenmerk van internet is de netwerkstructuur, een ondoorzichtige en complexe kluwen van knooppunten en verbindingen, waarbij de nadruk tegenwoordig ligt op sociale netwerken. Het begrip ‘vriend’ heeft hierdoor een bredere invulling gekregen.

De individuele internetgebruiker bouwt aan een online netwerk waarin hijzelf centraal staat. Hij bepaalt met wie hij connecties aangaat en of deze vluchtig of intensief zijn. Kwantiteit gaat vaak boven kwaliteit. Ook bestaan connecties met mensen waarmee al jaren geen contact is. Deze connecties zijn op internet zichtbaar voor anderen.

Het aantal kerken met een groepspagina op Hyves of Facebook groeit. Vaak zijn ‘de vrienden’ van de kerk de leden van de gemeente. De kerk maakt online zichtbaar dat zij een netwerk was nog voordat sociale netwerken op internet bestonden.

Sociale netwerken online zijn geen vervanging van offline contacten, maar een aanvulling daarop, die ook effect heeft op contacten in de fysieke wereld. Internetgebruikers verwachten trouwens niet dat hun sociale netwerkconnecties allemaal relaties zijn ‘van hart tot hart’.

Kerken die optreden als netwerkpartner gaan zelf actief connecties aan. Op internet lopen sterke en zwakke verbindingen tussen individuen en organisaties kriskras door elkaar. Dit vraagt een omslag in het denken, van formele verbindingen naar het verbinden van gemeenschappen of netwerken. Connecties van de kerk bieden kansen anderen met het Evangelie te bereiken.

Kerken die beseffen dat de kerk een gemeenschap is van mensen kunnen haar gemakkelijker zien als verbinder. Het is belangrijk dat er een breed draagvlak is om online connecties aan te gaan, dus ruggespraak is onontbeerlijk. Ook is openheid over de internetconnecties binnen en buiten de christelijke wereld belangrijk. Daarnaast lopen formele en informele connecties op internet door elkaar, dat maakt het netwerk van de kerk meer dan een optelsom van de netwerken van individuele leden.

3. CONVERSEREN: COMMUNICEREN MET INTERNETGEBRUIKERS
GtB-ServerrackHet internet is te vergelijken met een drukbezocht feestje waar gesprekspartners en gespreksonderwerpen elkaar snel afwisselen. Converseren op internet is een sociale bezigheid die niet per se een inhoudelijk doel heeft, en conversaties blijven lang bewaard. Er zijn altijd mensen die meeluisteren.

Spontaan converseren op internet is lastig voor veel kerken. Zo beperken kerken zich op Twitter vaak tot het aankondigen van een samenkomst. Kerken ‘volgen’ geen mensen, gaan geen contacten aan en reageren niet op anderen. Ze zenden en ze wachten of ze ‘volgers’ krijgen. Toch heeft juist de conversatie nut omdat je dan aanspreekbaar bent en je boodschap kunt verduidelijken.

Er zijn drie routes voor het converseren op internet:

  1. De veilige route, waarbij kerken op een afwachtende manier de conversatie aangaan en pas antwoorden als anderen contact leggen. Veel kerken hebben een antwoordformulier of mailadres op hun website staan waardoor interactie mogelijk is zonder dat anderen meelezen. Kerken kunnen ook mogelijkheden bieden te reageren op websiteberichten, een meer zichtbare vorm van conversatie. Lezers kunnen discussiëren, auteurs reageren. Met behulp van ‘huisregels’ kunnen kerken grip houden op de interactie, die vaak beperkt blijft.
  2. De individuele route. Het meepraten kan ook worden uitbesteed aan individuele leden van de kerk. Kerkleden houden op persoonlijke titel een weblog bij, twitteren of chatten. Ze zijn ambassadeurs van de kerk in hun persoonlijke contact met anderen.
  3. De open route. Gemeenteleden hebben niet alleen toegang tot de website, maar ook tot de Facebookpagina of het Twitteraccount. Ze dragen bij en praten mee binnen een vooraf vastgesteld kader. Deze open route vraagt onderling vertrouwen, de gemeenschap wordt online zichtbaar en leidt offline tot nieuwe contacten en versterking van onderlinge relaties.