Eind september hield Steunpunt Kerkenwerk twee regioavonden. Steunpunt Kerkenwerk is een bureau in Zwolle dat door de vrijgemaakte kerken gezamenlijk onderhouden wordt. Het valt niet onder de generale synode, maar rechtstreeks onder een vereniging van kerken. Het houdt zich bezig met kerkelijk personeelswerk en op die manier hebben ze hun voelhorens heel direct bij de ontwikkeling van het kerkelijk leven. Daarom zijn die regioavonden belegd. Omdat er rond de ontwikkeling van het werk van predikanten en hun plek in gemeenten heel wat in beweging is. Of niet: het beroepingswerk bijvoorbeeld gaat traag. Maar dat was maar een van de aspecten die aan de orde kwam.

Flexibel
Opvallend was op de avond die ik bezocht heb het pleidooi voor meer flexibiliteit. Een andere invulling van het predikantschap wordt gezocht, in vormen die meer bij deze tijd passen. Ook gezien de krimpende aantallen leden binnen de kerk. Het wordt tijd voor een nieuw hoofdstuk in de ‘biografie van de dominee’ (boek van prof.dr. G.Heitink). Maar hoe komt dat hoofdstuk eruit te zien, zeg maar over tien jaar? Het wordt tijd voor meer samenwerking van predikanten en kerken. Ook in het licht van de groeiende samenwerking tussen kerkgenootschappen.
Wat opviel was dat het instituut van de kerk eigenlijk niet ter discussie stond. Maar daar was net, met de invoering van de nieuwe kerkorde per 1 juli 2015 al een hele bestuurslaag tussenuit gehaald: de particuliere synode in de oude vorm bestaat niet meer. Toch bleek over de functie van het instituut ook heel verschillend gedacht te worden: in de ene classis is de bedoelde samenwerking allang een feit; in andere classes is het bezoek van de vergaderingen een bezoeking. Aldus geluiden uit de vergadering. Overigens bestond die voor het merendeel uit 45-plussers. En dat kan het beeld vertekenen. Hoe denken bijvoorbeeld twintigers en dertigers over het instituut?

Afslanken
Op 1 oktober presenteerde de scriba van de Protestantse kerk van Nederland een nota over kerk 2025. Al eerder had deze kerk ingrijpende reorganisatieplannen aangekondigd. En die zijn nu uitgewerkt in een nota. Een van de punten daaruit is dat de kerkelijke structuur moet afslanken. En danig ook. Het past allemaal niet meer bij een kerk die tienduizenden leden per jaar verliest. Elk jaar publiceren ze daarover de statistische jaarbrief met een schat aan gegevens (waar ik als redacteur van het Handboek van de GKv jaloers op ben). Maar de scriba, Arjan Plaisier, kiest niet voor een vloeibare kerk, een kerk zonder structuur. Die experimenten zijn er ook. Hij rekent echterwel af met de burgerlijke vergadercultuur van vervlogen tijden. En ook het idee van de volkskerk moet verdwijnen. In een interview in het dagblad Trouw zegt hij dat je moet accepteren dat er witte vlekken op de kaart van Nederland zijn, waar geen kerk is. Maar waar het Woord is, is een weg. En hoop, voor de toekomst van de kerk. Dat betekent wel dat je niet bezig moet zijn met het runnen van het instituut kerk, maar met het evangelie. Dat bevrijdt de kerk van een naar binnen gericht zijn.

Organisatie
Er zal altijd iets van een instituut nodig zijn, ook voor de kerk. In het nieuwe testament zie je al hier en daar samenwerking en overleg tussen de plaatselijke gemeenten, die ook hun structuur kennen onder leiding van een college van ambtsdragers. Tegelijk is er door de eeuwen heen veel veranderd. Voor de tweede wereldoorlog duurde een generale synode van de gereformeerde kerken maar een paar weken, bijvoorbeeld. Nu heeft die regelmatig meer jaartallen nodig. Het is goed om daarover na te denken. Hoeveel en wat voor organisatie heb je nodig voor je core business: het evangelie. De organisatievorm is daaraan ondergeschikt.

Kerkbreed
Het is opvallend dat overal dezelfde thema’s aan de orde komen. Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken is in het begin van 2015 ook aandacht gevraagd voor het verloop van het ledental en de consequenties die dat heeft. Mijn vorige bijdrage wees op het themanummer van het blad Dienst over de krimpende kerk. Binnen de rooms-katholieke kerk rommelt het ook rond de opheffing van parochies. Op de achtergrond speelt dat over de kerk zelf op een andere manier gedacht wordt. Arjan Plaisier geeft de raad om bij opheffing van de PKN-dorpskerk ook eens te kijken bij de andere kerkgenootschappen. Dat is al praktijk bij de soms noodzakelijke opheffing van gemeentes binnen de GKv. De plaatselijke protestantse kerk is dan soms een alternatief. Maar dat roept dan toch weer vragen op. Wat betekent het als je bezig bent met je core business, het evangelie. En dan komt de vraag van de Heiland zelf weer direct op ons af: wie ben ik volgens jullie? Tegelijk met het antwoord dat zijn discipel Petrus geeft en waarin, volgens Jezus zelf, een belofte ligt voor de kerk van 2025 e.v.j. (Matteüs 16: 15-18). Geen belofte voor de kerk van Lutjebroek of Amsterdam, maar wel voor die van alle tijden.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 10 oktober. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18