Jongeren kunnen allerlei problemen ervaren in het leven. Keuzestress, afwijzing, ruzie thuis, gebroken relaties… Ze hebben daarbij nog weleens het gevoel dat hun problemen niet worden erkend, dat hun onrecht wordt aangedaan. Misschien delen ze hun problemen met jou. Hoe zorg je er dan voor dat ze leren omgaan met die ervaring van onrecht?

‘Iedereen heeft recht op zijn eigen jeugdtrauma.’ Dit is een uitdrukking die ik al jaren gebruik. Ik bedoel daarmee dat iedereen wel iets in zijn jeugd heeft meegemaakt dat – ook jaren later nog – een vervelend gevoel kan oproepen. Het gaat dan om ervaringen die geen plek vinden, die pijn blijven doen.

Jongeren hanteren daarin geen rangorde. Voor de ene jongere kan het grootste probleem zijn dat zijn ouders zijn gescheiden, terwijl voor een andere jongere het grootste probleem is dat ze op zaterdagavond eerder thuis moet zijn dan haar vriendinnen.

Een gevaar voor volwassenen is dat we de verschillende problemen met elkaar vergelijken en het ene probleem misschien belangrijker vinden dan het andere. Maar voor beide jongeren geldt dat hun probleem – of dat nu de scheiding van de ouders is of eerder thuiskomen – het grootste issue is in hun leven. Dat wil zeggen een probleem waarin gevoelens van machteloosheid, oneerlijkheid en onrecht meekomen.

Destructief

Op de een of andere manier maken we het ervaren van onrecht allemaal weleens mee. Als dit wordt veroorzaakt door een persoon dan is er vaak sprake van schuld, maar het kan ook zijn dat iets ons overkomt zonder dat we direct een schuldige kunnen aanwijzen. Welke vorm van beleefd onrecht het ook is, de meest voor de hand liggende reactie is het zoeken naar een manier waarop het onrecht hersteld kan worden.

Jongeren hebben daarbij – vaak meer dan volwassenen – de neiging om dat herstel te zoeken in het straffen van de schuldige. Maar wat te doen als er geen schuldige is of als de schuldige verantwoording ontwijkt? Of als de ‘schuldige’ om pedagogische redenen de jongere zijn of haar zin niet geeft? Dan kan het gevoel van onrecht zich uiten in destructief gedrag.

Daarin zijn drie niveaus te onderscheiden. In de eerste plaats individueel destructief gedrag: de jongere reageert het af op zichzelf. Bijvoorbeeld door nagelbijten, roken, drinken, eetgedrag, drugs, automutilatie. In de tweede plaats relationeel destructief gedrag. Hierbij richt de jongere zich op zijn directe omgeving, bijvoorbeeld door zich terug te trekken uit vriendengroepen, door te gaan pesten of schelden, of door gewelddadig te worden. Ten slotte kan het destructieve gedrag zich ook anoniem uiten, waarbij de jongere zich afreageert op de hele omgeving, bijvoorbeeld in vandalisme of asociaal weggedrag.

In welke vorm het destructieve gedrag zich ook uit, het beleefde onrecht wordt beantwoord met nieuw onrecht, waardoor weer iemand anders onrecht wordt aangedaan. Er is sprake van een roulerende rekening.

Erkennen

Het is erg belangrijk hoe jij kijkt en reageert als een jongere zijn of haar problemen of destructieve gedrag met jou deelt. In veel gevallen lopen jongeren namelijk rond met problemen die door volwassenen niet als onrecht worden gezien. En jongeren vinden het erg lastig om op een constructieve manier te reageren op beleefd onrecht.

Wij kunnen hen helpen door te beginnen met het erkennen van het onrecht dat ze beleven. Bijvoorbeeld met de reactie: ‘Je voelt jezelf schuldig omdat je ouders zijn gescheiden’ of ‘Jij voelt je buitengesloten als je eerder thuis moet zijn dan je vrienden.’ Op deze manier geef je aan dat je het probleem erkent. Tegelijk blijf je neutraal en geef je een gevoelsreflectie, waarbij de jongere wordt uitgenodigd om eerlijk naar zichzelf te kijken. Je kunt vervolgens doorvragen naar oplossingen die ze zelf al bedacht hebben of naar manieren waarop ze met hun probleem kunnen omgaan.

Als er echt sprake is van een schuldige, trap dan in ieder geval niet in de valkuil van het praten over vergeving; daarvoor moet de dader eerst zelf schuld bekennen. Je kunt daarin als vredestichter uiteraard wel proberen te bemiddelen.

Schokkend

Realiseer je dat je de problemen vaak niet kunt oplossen. Sterker nog, jongeren kunnen problemen met je delen die voor jou erg schokkend zijn. Wat moet je dan doen? Ook in dat geval erken je eerst het probleem van de jongere. Tegelijkertijd moet er in dat gesprek ook ruimte zijn voor jouw gevoelens. Laat duidelijk weten wanneer iets jou raakt, bijvoorbeeld als je geschokt bent door wat de jongere vertelt. Geef je gevoelens eerlijk weer, maar reageer niet te heftig en wees niet veroordelend. Als je dat namelijk wel doet, kan de jongere uit een schrikreactie het contact verbreken.

Als een jongere je in vertrouwen neemt bij een voor hem of haar bedreigende situatie (misbruik, pesten in de kerk, ongezonde thuissituatie of op school), neem dan contact op met een vertrouwenspersoon in de kerk. Wil je het helemaal anoniem houden, of weet je niet goed wie je kunt benaderen, neem dan contact op met het Praktijkcentrum of het NGJ. Ook als je de jongere beloofd hebt om het voor je te houden, is ons advies om er altijd met een deskundige over te praten – uiteraard zonder namen te noemen – en daarbij te bespreken hoe je verder kunt gaan.

Dit artikel is geschreven door Paul Smit i.s.m. Anko Oussoren en Karen Scheele. Gepubliceerd in OnderWeg  

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko