Iedere christen krijgt wel eens te maken met collega’s, vrienden, internetcontacten en bekenden die vragen stellen over het geloof. Als je probeert antwoord te geven merk je dat het een hele toer kan zijn om argumenten te verzinnen die een ander iets te zeggen hebben. In de christelijke traditie is er een speciale wetenschap die zich hiermee bezighoudt: de apologetiek. Dit woord komt uit 1 Petrus 3:15, waar staat: ‘Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden.’ Het Griekse woord voor ‘verantwoording’ is apologia. Het gaat hier dus over de kunst om christelijke antwoorden te geven op vragen van een ‘buitenstaander’.

Apologetiek betekent vaak dat we redelijke argumenten geven om bijvoorbeeld aannemelijk te maken dat God bestaat, dat Jezus werkelijk uit de dood is opgestaan en dat het mogelijk is om te geloven in een liefdevolle God in een wereld met zoveel leed. Het gaat vaak om kernvragen die direct te maken hebben met wat we geloven over God, Jezus en de Bijbel. Natuurlijk is dit geloof uiteindelijk geen kwestie van redeneren. Wij geloven niet omdat het zo redelijk is. Maar andersom heeft geloof wel degelijk ook te maken met ons verstand. Het is een goede zaak als we proberen in een gesprek met een niet-christen te zoeken naar een gedeelde basis, om zo beter te kunnen uitleggen wat je gelooft.

Een paar opmerkingen hierbij zijn wel van belang:

1. Vragen vanwege je gedrag

De tekst in 1 Petrus gaat ervan uit dat mensen nieuwsgierige vragen gaan stellen, omdat ze geraakt zijn door de levenswandel van de christen. Dit laat zien dat je nog zoveel geweldige argumenten in je achterzak kunt hebben, maar dat dit allemaal niets waard is als je leven niets laat zien van liefde, blijdschap, vrede, geduld, belangstelling voor anderen, gebed, gul delen van je bezit, gastvrijheid en zorg om de schepping. De beste apologetiek wordt gevormd door een gemeenschap van mensen waarin het leven van de Geest zichtbaar is.

2. Niet willen bewijzen, maar aannemelijk willen maken: vertrouw op Gods Geest

Christelijk geloof is niet te bewijzen. We kunnen maar weinig dingen echt, ontwijfelbaar bewijzen in het leven. Bewijs maar eens dat je moeder van je houdt of dat de democratie voor Afghanistan het beste systeem is. Wat we wel kunnen doen is met behulp van argumenten laten zien dat bij geloven het denken niet ophoudt. Maar het is niet mogelijk om mensen met behulp van sluitende redeneringen van het ene geloof in het andere te loodsen. Er zijn geen absoluut beslissende argumenten voor of tegen het christelijk geloof, die voor iedereen overtuigend zijn. Om christen te worden is wedergeboorte nodig: een werk van de Heilige Geest. Onze argumenten kunnen daarin een plaats krijgen (zie 1 Kor. 14:24-25), maar zij zijn minder belangrijk dan we misschien denken.

3. Ga niet meteen zelf twijfelen bij vragen van de ander

‘Echte’ apologetiek is inmiddels een heel diepgaande studie geworden, waarbij je behoorlijk op de hoogte moet zijn van wetenschappelijke discussies. Zelfs een beroepstheoloog of christelijke filosoof kan dit niet meer allemaal bijhouden, laat staan iemand die het ‘erbij’ moet doen. Als we tegenwerpingen of vragen horen waarop we niet direct een antwoord hebben of die ons aan het twijfelen brengen, is enige nuchterheid dus op z’n plaats. Echte nieuwe vragen en tegenwerpingen zijn er niet meer, na zo’n 2000 jaar christendom. Het feit dat wij het antwoord niet weten en dat mensen in onze omgeving het ook niet weten, betekent niet dat er geen antwoorden zijn.

Niet alle vragen komen voort uit oprechte belangstelling, maar ik zou zeggen: ga er van uit dat iemand anders oprechte vragen stelt, totdat het tegendeel blijkt. Wij moeten anderen niet wantrouwig tegemoet treden, hoeveel reden we er ook voor denken te hebben. Ik denk hierbij aan het woord van Jezus dat wij ‘tot zeventig maal zeven maal’ moeten vergeven. Ook al heeft de ander ons gekwetst en bespot, laten we telkens opnieuw hem of haar vriendelijk en geduldig te woord staan. Anderzijds betekent dit niet dat we eindeloos moeten doorgaan met vruchteloze discussies. Jezus heeft ook gesproken over ‘het stof van je voeten schudden’ en verder gaan naar iemand die wel open staat. Geef vriendelijk antwoord en als iemand er duidelijk blijk van geeft niet serieus bezig te zijn, dan kun je het gesprek – op een goede manier – afbreken. Ik zeg soms iets als: ‘Ik merk dat ik niet slim genoeg ben om je te overtuigen, dus laten we het over wat anders hebben.’ Het is maar een voorbeeld, uiteraard.

Niet verdedigen maar verontschuldigen kan nodig zijn
Helaas zijn er ook veel vragen en opmerkingen die niet oproepen tot verdediging, maar tot verontschuldiging. Denk aan opmerkingen en vragen over de kruistochten, over gelovige terroristen, over een priester die kinderen misbruikt, over een kerkgemeenschap die vechtend over straat rolt, over ambtelijke fouten… Het christendom heeft inmiddels een lange geschiedenis, heel anders dan in de tijd van Petrus. Er is veel waar we niet trots op hoeven te zijn.

Op dit punt is het belangrijk dat wij ons niet vereenzelvigen met een kerk of traditie, die wij moeten verdedigen. Wij hoeven niet koste wat kost alles goed te praten of uit te leggen. Dat is ongeloofwaardig en ook onchristelijk. De christelijke traditie heeft altijd profeten gehad: mensen die de kerk zelf confronteerden met het evangelie en zo misstanden blootlegden. Als mensen terechte kritiek hebben, maak dan duidelijk dat je dit geheel ondersteunt. Bedenk je steeds dat er een mens tegenover je zit, een mens die geliefd is door God en die soms erg verwond is door Gods grondpersoneel. Veel mensen zullen menselijkerwijs gesproken nooit meer lid worden van een kerk – daarvoor is er teveel gebeurd. Maar het is mogelijk dat zij, misschien voor het eerst, weer een weg vinden tot God en zijn koninkrijk, wanneer christenen hen serieus nemen.

Probeer niet gelijk te krijgen, maar de ander te winnen voor Christus
Ten slotte: wanneer je jezelf als christen wilt bekwamen in de apologetiek, probeer je dan niet te mengen in elke discussie en probeer niet altijd gelijk te krijgen. Je zult niet de eerste zijn die een discussie wint, maar een mogelijke vriend verliest. Ik denk hierbij aan de aanwijzingen die Paulus geeft aan Timoteüs: ‘Roep de gelovigen dringend op om niet te redetwisten. Dat heeft geen enkel nut en leidt er alleen maar toe dat de toehoorders ten onder gaan (…) Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken, maar voor iedereen vriendelijk zijn; hij moet een goede leraar zijn en een verdraagzaam mens, en zijn tegenstanders zachtmoedig terechtwijzen. Dan brengt de Heer hen misschien tot inkeer, zodat zij de waarheid leren kennen…’ (2 Tim. 2:14, 24-25).

Laat ik deze boodschap zo samenvatten. Er is een manier van discussiëren die ertoe leidt dat je je eigen ziel en die van anderen beschadigt. De waarheid zeggen is één ding, leven vanuit de waarheid iets anders. Bedenk steeds dat je stijl minstens zo belangrijk is als de inhoud van wat je zegt. Mensen onthouden doorgaans niet veel van wat je gezegd hebt, maar wel wie je was.

tip 1 In alle redelijkheid / Tim Keller

Mooi boek van een gereformeerd predikant uit New York. Christelijk geloof voor welwillende sceptici. Zeer aanbevolen en heel eigentijds, maar niet eenvoudig.

tip 2 Brieven van een scepticus / Boyd & Boyd

Een zoon schrijft met zijn ongelovige vader. Hoewel op een enkel punt wel erg vrij in de leer, is dit een heel boeiend en bruikbaar boek, juist omdat hierin bijna alle moeilijke vragen ‘spijkerhard’ aan de orde komen. Jammer dat op de achterkant staat (informatie voor insiders!) dat het geschikt is ‘voor het gesprek met andersdenkenden’. Dat maakt het moeilijk om het boek als cadeautje weg te geven aan een niet-christelijke kennis.