Mevrouw Wiersma (82) en Klaas de Vries (26) hebben op het eerste gezicht meer verschillen dan overeenkomsten. Een paar jaar geleden leerden ze elkaar kennen via gemeenschappelijke kennissen uit de kerk. Mevrouw Wiersma woont al veertig jaar in een Overijssels dorp terwijl Klaas regelmatig over de wereld zwerft. Op een druilerige zondagmiddag vinden ze elkaar in een missionaire levenshouding, vormgegeven vanuit hun geloof.

“Ik had een rationeel geloof”, vertelt Klaas. “Toen ik in Nederland verbleef, had ik veel zekerheden. Als er geen schokkende dingen gebeuren, word je niet voor de troon van God geleid. Dat veranderde toen ik een periode in Guatemala verbleef. Ik leerde me afhankelijk op te stellen van God.”

“De Here is altijd werkelijkheid geweest voor mij, dat besefte ik in de loop van mijn leven”, vertelt mevrouw Wiersma. “Juist in tegenslagen ervoer ik dat ik kracht kreeg van God. Geloof is niet iets collectiefs, het is niet alleen het ‘weten met je verstand’. Het is een geschenk als je geloof een persoonlijke beleving wordt waardoor je dichter bij de Here komt. Ik heb God persoonlijk leren kennen, Hij heeft zich in mijn hart geopenbaard.”

Mevrouw Wiersma is opgeleid als verpleegkundige. Vanuit haar vak en haar wens om als christen iets te betekenen voor anderen, ging ze aan de slag als activiteitenbegeleidster bij Welfare, van het Rode Kruis. Welfare richt zich op het bevorderen van het welzijn van ouderen en mensen met een handicap, in de vorm van extra aandacht, zorg en ontspanning. Zingeving en geloof kwamen hierbij wel ter sprake, maar mevrouw Wiersma vond het vaak lastig zelf een gesprek te beginnen over God. “Op een zonnige dag probeerde ik met mijn buurman een gesprek te beginnen over het christelijke blad Lichtstralen, om hem in contact te brengen met het geloof”, vertelt mevrouw Wiersma. “De buurman zag het blad en zei: ‘Ik heb lichtstralen genoeg!’. Helaas had ik toen niet meteen een vraag paraat: ‘Ja, maar waar komen die lichtstralen dan vandaan?’”

“Ik praat juist vrij gemakkelijk over mijn geloof, ook met studenten”, vertelt Klaas. “Dat is soms wat vreemd omdat juist studenten het vaak bizar vinden dat je in deze moderne tijd een in hun ogen star en ouderwets geloof aanhangt. Regelmatig gaan gesprekken die ik met niet-christenen heb dan ook over de vooroordelen die vaak gebaseerd zijn op ervaringen met gelovige ouders. Gesprekken gaan ook over ‘fundamentalistische trekken’ van de kerk, het wettische, de dingen die niet mogen of juist moeten, de ‘religie van regels’.

Helaas moet ik mijn gesprekspartners wel eens gelijk geven omdat veel kerkleden en soms zelfs hele kerkgenootschappen toch zo zijn en denken. En dat vind ik verkeerd, dat ga ik niet goedpraten. Ik zeg dan: ‘Ik denk er net zo over als jij, het klopt ook niet in Gods ogen’. Maar vooroordelen over de kerk blijken gelukkig ook vaak niet waar te zijn. ‘De kerk’ ervaar ik niet als een hindernis bij het praten over Jezus en God, maar juist als een aanknopingspunt. Het is een onderwerp waar mensen graag hun mening en negatieve ervaringen over willen delen. Ik verdedig ‘de kerk’ niet maar hoop dat ik het evangelie van Jezus verdedig en dat is nog wel wat radicaler dan kerken ervan maken. Het zou mooi zijn als de gesprekken met niet-christenen vaker over genade gaan.”

Mevrouw Wiersma en Klaas verwonderen zich beiden over het geloof dat je cadeau krijgt van God. “Ik wil graag dat anderen Jezus ook leren kennen”, zegt Klaas. “God heeft mij lief ondanks alles. Omdat dat zo’n realiteit voor me is, heb ik anderen ook lief en raak ik gemakkelijk met hen in gesprek. Mensen merken aan me dat ik het gaaf vind om een kind van God te zijn. Diezelfde God houdt ook van hen, ook zij kunnen een kind van God zijn.”