‘Mijn ouders waren behoorlijk katholiek. We gingen naar de kerk en baden bij het eten. Zondag was echt een rustdag, veel tijd voor elkaar en uitgebreid eten. Nu denk ik: dat was eigenlijk wel mooi. Maar de kerk zei me niet zo veel. Ik vond het allemaal veel te zwaar. Het meeste begreep ik niet. Ook thuis werd het geloof niet uitgelegd. Het was gewoon zo.’

Beppie van de Veen (49) vertelt aan een grote eettafel haar persoonlijke geloofsverhaal. ‘Jezus zegt mij eigenlijk niet zoveel. Dat hoort voor mij meer bij vroeger, bij God en de kerk. Vergeving vind ik ook te gemakkelijk. Als ik iets verkeerds heb gedaan zeg ik een gebedje op en dan is het klaar. Nee, daar geloof ik niet in.’
Ook al is de kerk iets van vroeger, toch heeft Beppie wel een Mariabeeld in haar gang staan. ‘Dit vind ik echt een mooi beeld. Haar armen zijn open alsof ze wil zeggen: kom maar, wees welkom. Dat is ook wat ik probeer te doen in mijn huis. Een grote tafel waar iedereen welkom is om mee te eten.’ Beppie ziet God niet als een persoon. Ook gaat ze niet meer naar de kerk, maar dat wil niet zeggen dat ze alles heeft weggegooid. ‘Natuurlijk neem ik mijn opvoeding mee. De fascinatie voor rituelen, voor bewust leven en goed zijn voor anderen, dat blijft. Ik brand ook graag een kaarsje voor zieke of gestorven mensen. Dat geeft licht en tegelijk ook verlichting, in figuurlijke zin.’ In de serre aan het huis staat een knalroze stoel en een goed gevulde boekenkast, maar het gaat vooral om wat er niet staat. Geen televisie of muziekinstallatie. ‘Dit is mijn stilteruimte waar ik ‘mediteer’. Dan word ik rustig en probeer aan niets te denken. Ik vind het belangrijk om bewust te leven. Vaak denderen we maar door en gaan daardoor voorbij aan veel mooie dingen. De glimlach van een kind of een prachtige bloem, daar wil ik graag bij stilstaan. Die positieve energie wekt ook weer positiviteit op. Het is een wisselwerking. Wanneer ik klanten in de winkel positief behandel, dan krijg ik dat ook terug. Wanneer ik niet oordeel maar met verwondering kijk, dan wordt het blijer en luchtiger. Dat zware van de kerk past ook niet bij wie ik ben, bij wie ik wil zijn. Ik wil positief in het leven staan. Het leven is een feestje. Het is allemaal niet zo zwaar als sommige kerken je willen laten geloven. Ik hoorde eens een pastoor zeggen dat een klein kind al zondig is. Een kind is juist geboren uit liefde tussen een man en een vrouw, dan zeg je toch niet dat het zondig is? Van dat soort woorden kan ik heel verdrietig worden. In een hel wil ik ook niet geloven. Ik geloof in de goedheid van mensen. Als we allemaal wat beter naar elkaar zouden luisteren zou het hier heel mooi kunnen worden op aarde.’
Beppie staat niet negatief tegenover het geloof. Ze heeft veel respect voor haar moeder die een diep geloof had. ‘Soms lijkt het mij ook wel heel handig, zo’n geloof. Dan hoef je niet meer te zoeken. Wat je gelooft is duidelijk en dat is je houvast. Het geloof heeft mijn moeder geholpen bij het overlijden van mijn zus. Zij heeft veel verdriet gehad, maar is nooit boos geworden op God. Ze vond berusting in haar geloof en keek uit naar een hemel waarin ze mijn zus weer tegen zou komen. Volgens mijn man wordt het heel mooi na dit leven. Tijdens een ernstig ongeluk heeft hij een bijna-doodervaring gehad. Hij zag een poort met allemaal kleuren en heel mooie schitteringen. Ik hoop dat hij gelijk krijgt. Het is misschien raar dat ik niet geloof maar wel wil geloven in een hemel. Dat ik daar kom en mijn familie terugzie. Ik denk ook dat er wel een vorm van reïncarnatie moet zijn. Dat het leven hier op aarde niet voor niets is geweest. Ik geloof dat we hier dingen leren die je dan weer meeneemt naar een volgend leven. Soms heb ik het idee dat mijn moeder in de vorm van een duif naar me toekomt. Mijn moeder was gek op duiven. Af en toe komt er in mijn tuin een duif naar me toe en dan zeg ik: ‘hé ma, kom je er ook gezellig bij’. Dan voel ik heel sterk dat ze er is, dat ze over me waakt. Dat er meer is tussen hemel en aarde staat voor mij vast. Dat ik geloof in het goede van de mens ook. Hoe het precies allemaal zit, dat blijft voor mij een zoektocht.’

Wat een herkenbaar verhaal vertelt Beppie. De kerk iets van vroeger vinden, gehecht blijven aan bepaalde ‘beelden uit het verleden’. Een heel christelijke ethiek blijven houden. En (meer dan veel christenen doen!): ruimte maken voor ‘stille tijd’ en ‘mindfulness’. En ook: Niet willen oordelen en in het leven een feest zien.

Ik zoek in een gesprek met iemand altijd naar

  • leerpunten (L)
  • aanknopingspunten (A)
  • wrijfpunten (W)

Als je het verhaal van Beppie nog eens leest zou je er wat LAW’s bij kunnen zetten.
Wat kan je van haar Leren? Waar zie je Aanknopingspunten voor verder gesprek en waar Wrijft het christelijk geloof bij Beppie vooral? Die drie zaken zijn de basis voor een goed gesprek.
LAW is ook de afkorting voor Lange ­AfstandsWandeling.
En dat is meteen de laatste tip: zie getuige-zijn als samen een LAW lopen.
Als je het christelijk geloof wilt uitdragen ga dan met iemand onderweg:

  • samen zoekend naar antwoorden (in plaats van een antwoordmachine te willen zijn);
  • samen op zoektocht gaan (en de ander niet vertellen waar deze eigenlijk heen zou moeten);
  • treasure the questions! Zet mensen aan het denken. Zo deed Jezus dat ook vaak.

Wil je meer tips?
Lees Volg mij (Wierenga en Robbe), of En J­ezus vroeg ­(Conrad Gempf)