Na Pasen was ‘de Grote Jezus Quiz’ van de EO een paar dagen het gesprek van de dag in de christelijke wereld. Mensen waren geschokt en boos, begrepen niet hoe de EO dit kon doen en dreigden hun lidmaatschap op te zeggen.

Een aantal van mijn Facebook-vrienden die het gemist hadden, waren druk om uit te vinden hoe ze de quiz terug konden kijken, maar de EO had hem al van het internet gehaald. Wat deze discussie vooral laat zien is de enorme kloof tussen wat er binnen de kerk gebeurt en de wereld om ons heen. Ik moest denken aan al die liturgiecommissies en andere commissies en teams die zich hebben uitgesloofd om iets moois te maken van Pasen. Die geprobeerd hebben om samen iets te maken van de veertigdagentijd, vespers in elkaar hebben gedraaid voor tijdens de stille week en feestelijke dingen hebben bedacht voor de Paasviering. Allemaal vast heel erg mooi en goed passend, maar hoeveel mensen hebben wij met al die inspanningen nu echt bereikt met het verhaal van Jezus’ opstanding? Ondanks al die mooie dingen die wij bedenken zijn we intussen als kerk het contact met het grootste deel van de mensen om ons heen volkomen kwijt.

Een van de dingen die ik het meest bewonder als ik naar Jezus kijk, is hoe hij steeds in gesprek is met zijn cultuur. Als hij mensen spreekt, komt hij niet met vaste riedels of ingesleten zinnetjes, maar komt het tot een echte ontmoeting waarin hij altijd de vinger precies op de zere plek weet te leggen. Het is geniaal hoe hij de wet van God weet te verbinden met de problemen van zijn tijd. Hoe hij steeds weer woorden en beelden vindt die mensen raken. Vormen om zijn boodschap in de praktijk te brengen die passen bij zijn cultuur. Zijn persoon en boodschap klopt met het ritme en de toonsoort van zijn omgeving en daagt die tegelijk uit. Dat maakte iets los in mensen. Lang niet alle mensen volgden hem, maar hij matchte wel met hun wereld.


Waar ik van droom is een kerk die daarin op Jezus lijkt. Die woorden en beelden weet te vinden die aansluiten bij de mensen om hen heen. Die vormen weet te kiezen die iets betekenen en verstaanbaar zijn voor mensen van vandaag. Een kerk waarin we ons als christenen een levensstijl eigen hebben gemaakt die anders en uitdagend is, zonder wereldvreemd te zijn. Een kerk die zich niet opsluit in zichzelf, maar die dynamisch verbonden is met de samenleving. Die in de muziek die ze speelt, het ritme en de toonsoort van de cultuur weet te vinden en uit te dagen. Niet eens een kerk die duizenden bekeerlingen maakt (hoewel ik niets liever zou willen), maar in elk geval een kerk die met beide  benen in de samenleving staat. Die de mensen om zich heen begrijpt en die daarom wordt begrepen. Dan zullen er altijd ook mensen zijn die getrokken worden, die geraakt worden, die mee gaan doen.

Boven alles droom ik daarom van een kerk die moed heeft. De moed om elkaar ruimte te geven. De moed om creatief te zijn. De moed om te experimenteren en dus ook de moed om te durven falen. De moed om de rug recht te houden als er kritiek komt. De moed om mooie en -succesvolle dingen uit andere tradities te -integreren. De moed om zich in alle veranderingen waar we nu midden in staan, vast te houden aan Jezus alleen en alle andere zekerheden los te laten.

 

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko