De transitie, de wijzigende omstandigheden, van de kerken kan ook consequenties hebben voor de taken van de Generale Synode. Dat kwam aan de orde in een nabeschouwing op het symposium ‘Kerk onderweg naar morgen’. Ook de bemensing van de Generale Synode verdient aandacht.

De transitie waarin de kerken zich bevinden omvat vier grote onderwerpen: van ‘landelijk naar lokaal-regionaal’, van ‘organisatie naar gemeenschap’, van ‘zuilgericht naar omgevingsgericht’ en van ‘cultuurgericht naar zingevingsgericht’. Voor de kerken komt de eigen regio en de eigen woon-, werk-, leef- en geloofsomgeving
centraler te staan. Hoe een kerk bijvoorbeeld diaconaal actief is, zal mede afhangen van het beleid van de lokale
burgerlijke gemeente. En hoe een kerkelijke gemeente het evangelie verkondigt, zal anders zijn in een sterk geseculariseerde wijk dan in een wijk waarin veel moslims wonen. Voor het overleg tussen de kerken betekent
dit dat de classis een belangrijkere rol krijgt. De classis bestaat immers uit kerken die min of meer in dezelfde regio actief zijn

Grotere rol classis
Interessant is dat de nieuwe kerkorde, die in 2014 door de Generale Synode is aangenomen, deze grotere rol van de classis ook ondersteunt. In de verschillende artikelen en toelichtingen bij de nieuwe kerkorde, blijkt dat de nieuwe rol van de classis precies aansluit bij de bekendheid van kerken met elkaars omstandigheden.
De classis heeft daarbij allerlei taken van de Particuliere Synode overgenomen, waardoor dat orgaan vooral een functie heeft als organisatorische en kerkrechtelijke buffer tussen de classis en de Generale Synode.
De consequenties voor de activiteiten van de Generale Synode zijn eveneens goed inpasbaar in de nieuwe kerkorde. Al heel lang was de Generale Synode bezig om kritisch naar de toenemende werkdruk te kijken. En naar de toenemende verantwoordelijkheid die dit op de ‘meerdere’ vergadering legde en de risico’s voor de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente. Dit alles vormde een belangrijke achtergrond bij de terugdringing van het aantal deputaatschappen in de afgelopen jaren.

Zwaar en intensief
Ondanks alle wijzigingen in de taken van de kerkelijke verbanden blijft het werk van de Generale Synode zwaar en intensief. Synodeleden zijn vaak een aantal maanden uit het werk in de eigen gemeente: de vele stukken en de ingewikkeldheid van de onderwerpen vergen veel van de synodeleden. Wijsheid wordt hen toegebeden door de kerken en beloofd door God, maar wijsheid vraagt ook energie, overleg, afweging, hernieuwd studeren en luisteren en overleggen en teksten lezen of produceren. En ondanks alle professionaliteit en professionalisering van het ondersteunend apparaat door de Deputaten Administratieve Organisatie moet de voorgestelde vergadertermijn nogal eens worden aangepast. Regelmatig hoorde ik de afgelopen jaren predikanten hun zorgen uiten over deze situatie. Zo vergaand dat predikanten soms probeerden te voorkomen dat zij als afgevaardigde gekozen werden.
Dat gold voor jongere predikanten, die nog volop bezig zijn met de ontwikkeling van hun functioneren. Maar ook voor predikanten, die aan grote gemeenten of gemeenten met veel vraagstukken verbonden zijn. Sommigen zeiden openlijk dat ze er niet op zaten te wachten om onderdeel te worden van een werkdruk en procesgang, die nauwelijks vooraf te overzien of te sturen was.

Geen breed draagvlak
Het risico van deze situatie is dat de synode daardoor aan waarde inboet. Niet alleen waar het de onderwerpen betreft die aan de orde zijn, maar ook doordat de beleidslijnen geen breed draagvlak meer hebben: als een kleiner aantal kerkleden zich met het beleid bezig houdt, zal de dagelijkse gang van zaken in de gemeenten zich toenemend los van dat beleid ontwikkelen. De kans op het ontstaan van een kerkelijk-bestuurlijke elite die los raakt van de basis en die door de basis niet meer gezien wordt als representatief voor het geheel van de kerken is dan reëel.
Een van de manieren om dit te voorkomen, is om een wat andere invulling te geven aan de taken van de afgevaardigden. Nu zijn de afgevaardigden in principe afgevaardigd voor de gehele synode en alle onderwerpen. De afgevaardigden zouden echter aangewezen kunnen worden op grond van specifieke deskundigheid of betrokkenheid bij een aantal van de onderwerpen. Waarbij zij slechts voor die onderwerpen als afgevaardigde lees- en vergadertijd hoeven te reserveren. En de belasting voor henzelf en de gemeenten wordt daarmee stevig teruggedrongen. Dat betekent dat het stelsel van primi en secundi per onderwerp op de synodetafel wordt toegepast. Een andere mogelijkheid zou zijn om het verplichte aantal van vier predikanten en vier ouderlingen enigermate variabel te
maken, zodat in Particuliere Synoden zelf overwogen kan worden hoe de aanwezige deskundigheden zo optimaal mogelijk benut kunnen worden.

Voldoende ruimte
In principe lijkt er voldoende ruimte in de nieuwe kerkorde om zulke varianten gemakkelijk in te voeren. De oproep tot afvaardiging wordt door Deputaten Administratieve Organisatie gedaan, drie maanden voor het begin van een synode. Dan zijn in principe de beleidsstukken en rapportages binnen bij de synode. Vanuit de acta is duidelijk waar specifieke centrale vraagstukken aan de orde zullen komen. Dit geeft de Particuliere Synoden de ruimte om met behulp van de curricula vitae die de Particuliere Synoden mogen opvragen afgewogen keuzen te maken in koppeling tussen ‘dossier’ en afgevaardigden.
Om zoveel mogelijk gebruik te maken van de diversiteit aan gaven en inzichten is het wenselijk jongere en oudere synodeleden te hebben, vertegenwoordigers van grote en kleine gemeenten, stads- en plattelandsgemeenten, rijke en arme, intellectuele en ambachtelijke synodeleden; in een dynamische mix passend bij de onderwerpen die aan de orde zijn. Daarmee kunnen zowel continuïteit als ontwikkeling, specifieke deskundigheid en algemene verbondenheid, praktisch nut en helderheid zo goed mogelijk tot hun recht komen.

Dit artikel is gepubliceerd in ‘Dienst‘ nummer 4 2015

The following two tabs change content below.
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk