Christenen kunnen verschillende keuzes maken

Hermeneutiek gaat over de vraag hoe we de Bijbel kunnen begrijpen en hoe we de Bijbel kunnen verbinden met ons eigen dagelijks bestaan. Hermeneutiek is niet enkel een zaak van theologen, maar ook (en misschien vooral wel) een zaak van gewone gelovigen. Want wat doe je als je werkgever van je vraagt op zondag te gaan werken?

Hermeneutiek is niets nieuws. Al de eeuwen door hebben gelovigen en theologen zich gebogen over de vraag naar de manier(en) om de Bijbel te begrijpen, daardoor God te leren kennen,
liefhebben en aanbidden. En het dagelijks bestaan als kind van God vorm te geven. Over hermeneutiek in de zin van ‘hoe kunnen we goed begrijpen wat er in de Bijbel staat’ zijn boekenkasten vol geschreven.

Hermeneutiek in de zin van ‘hoe begrijp ik de Bijbel voor mijn dagelijks leven’ is echter geen zaak van theologen of wetenschappelijke benaderingen (hoe zinvol die ook zijn).
Maar een zaak van zelf begrijpen wat de Here van mij vraagt in de vormgeving van mijn leven. Hermeneutiek is dan een praktische, dagelijkse bezigheid van iedere gelovige. En een bezigheid met een grote actualiteit en verantwoordelijkheid: ieder moet immers voor zichzelf overtuigd zijn in de keuzen die hij of zij maakt als christen. Dat die keuzen voor het aangezicht van God kunnen bestaan. In alle beperktheid die aan ons verstaan van God kleeft.

Familie Janssen

Een voorbeeld. Hans Janssen, 52 jaar, werkt als senior productiemedewerker bij een middelgroot levensmiddelenbedrijf. Zijn vrouw Jennie werkt anderhalve dag als verkoopster bij een groentewinkel. Samen hebben ze vier kinderen; twee studeren op het hbo, één zit op het mbo en de jongste op het middelbaar onderwijs. Ze hebben net voor de economische crisis een mooie rijtjeswoning gekocht, waar ze als gezin nog steeds van genieten. Hans en Jennie zijn meelevend lid van de gereformeerde kerk; Hans is enkele keren diaken geweest, Jennie is actief in het  jeugdwerk. Enkele weken geleden besloot de bedrijfsleiding dat het bedrijf ook in het weekend door ging draaien. De concurrentie in de branche was dusdanig groot dat het bedrijf anders failliet zou gaan, wat werkloosheid voor circa honderd mensen zou betekenen. Ook Hans moet in het weekend, dus ook op zondag regelmatig werken. Wel heeft de bedrijfsleiding het werk zo ingericht dat de gelegenheid bestaat één keer per zondag een kerkdienst te bezoeken. Hans vraagt zich af hoe het nu moet met de zondagsrust. Hij heeft er zijn ouderling over benaderd, die van mening was
dat hij het gebod om de rustdag te handhaven zou moeten gehoorzamen. Hans weet echter dat hij op zijn leeftijd met zijn opleiding en werkervaring waarschijnlijk nooit meer een betaalde baan zal vinden en hij vraagt zich af of dit nu is wat de Heer van hem verlangt.

Grote actualiteit

De vraag van Hans Janssen is een vraag met een grote actualiteit. Steeds meer bedrijven gaan over tot gedeeltelijke of gehele afschaffing van de zondagse vrije dag. Soms onder druk van de concurrentie, soms onder druk van aandeelhouders. Soms omdat de technologie het eigenlijk niet meer mogelijk maakt om de producten te fabriceren in korte productietijden.
Een voorbeeld van dat laatste zijn de grote chemische bedrijven, de olieraffinaderijen en complexere installaties voor energieopwekking. Niet altijd zijn christenen dan in staat om ander werk te vinden. In het voorbeeld van Hans speelt onder andere de leeftijd een rol: iemand van 52 jaar krijgt niet gemakkelijk ander werk. Ook het opleidingsniveau kan een rol spelen: iemand met een specialistische opleiding die echter alleen nuttig is binnen één bedrijf of bedrijfstak zal niet gemakkelijk werk vinden in een andere bedrijfstak. Of in ieder geval het risico lopen dan minder te gaan verdienen.

Medeverantwoordelijk

De vraag van Hans Janssen heeft ook consequenties voor zijn gezin. Als hij werkloos wordt, kan het gezin naar verwachting niet leven van de inkomsten van Jennie Janssen en de uitkering. Dan zal bijvoorbeeld het huis moeten worden verkocht en misschien een restschuld geaccepteerd. Mogelijk kunnen de kinderen niet blijven studeren of zullen ze een veel grotere studieschuld op zich
moeten nemen. Traditioneel zeiden we dat in zulke gevallen de diaconie dan zou ondersteunen. Maar de steun van de diaconie is zeer beperkt waar het de aanvulling op uitkeringen betreft en het is maar de vraag of de diaconie jarenlang het gezin vergaand zal kunnen onderhouden. De vraag van Hans gaat dus gepaard met allerlei vragen op het terrein van de persoonlijke verantwoordelijkheid en de mate waarin de gemeenschap medeverantwoordelijkheid moet dragen. Die medeverantwoordelijkheid speelt ook nog op een andere manier. Volgens de ouderling zou Hans Janssen ontslag moeten nemen. Het gebod op de zondagsrust gaat boven de concrete baan die Hans nu vervult. De ouderling volgt wat decennia lang de insteek is geweest van het gereformeerde leven. Werken op zondag was niet aan de orde, tenzij voor die beroepen die uit hun aard noodzakelijk waren, zoals politieagenten, medisch en verzorgend personeel, reddingsdiensten of militairen. Of beroepen waarin werken op zondag gewoon onvermijdelijk was, zoals voor zeelieden.

Schijnheilig

Verder doordenken over dit standpunt laat echter zien dat daaraan consequenties verbonden zijn die niet snel geaccepteerd zullen worden. Als alleen voor de noodzakelijke beroepen inperking van het gebod toegestaan is, waarom mogen christenen dan wel gebruik maken van elektriciteit, water, gas, plastic materialen, benzine, enzovoort. Al die producten worden op zondag gemaakt,
dan wel gedistribueerd. En voor dat produceren en distribueren zijn mensen aan het werk. Als christenen dan zulk werk niet mogen doen, mogen ze dan wel gebruik maken van de opbrengsten van dat werk als het door ’de heidenen’ gedaan wordt? Is dat niet ietwat schijnheilig? En is het überhaupt wel mogelijk om te leven zonder gas, elektriciteit, plastic, kraanwater en dergelijke, zonder dat je feitelijk uit de wereld weggaat en de levensomstandigheden honderden jaren terugdraait? Is dat dan wat de Here vraagt?
Hermeneutiek is dus niet enkel een zaak van theologen, maar misschien wel vooral een zaak van gewone gelovigen. En het is daarbij niet enkel een zaak van individuele gelovigen, maar van alle gelovigen in de gemeenschap van christenen. En niet alleen een zaak binnen de gemeenschap, maar ook een zaak van de dagelijkse levenspraktijk in het zicht van niet-christenen.

Vierde gebod

In het overdenken van zijn keuzen realiseert Hans Janssen zich dat de kwestie van zondagsrust verbonden is met de nieuwtestamentische invulling van het vierde gebod: het gebod om op de sabbat te rusten. Een gebod waarvan de Here Jezus zelf al zegt dat de sabbat er is voor de mens en niet omgekeerd. Het gaat niet om de formalistische handhaving van het verbod op activiteiten, maar om de toewijding aan de Heer God. Om de erkenning dat de dienst aan Hem ten grondslag ligt aan heel ons bestaan. Dat we niet afhankelijk zijn van eigen kracht, maar van de zorg van de Vader. Dat daarom God zo streng spreekt over het handhaven van de rustdag, omdat we anders dat belijden van afhankelijkheid kennelijk niet serieus nemen. Het gaat dan niet om de strenge handhaving, maar om de diepe erkenning van God als Heer van ons bestaan. Hans bedenkt dat de Heer Jezus zelf dus wijst op de wortel van de rustdag. En dat er al in het Nieuwe Testament sprake lijkt van een zekere verschuiving van de rust op sabbat naar de herdenking op zondag van de opstanding: het teken van de komende eeuwige rust en vrijheid van de zonde en gebrokenheid door het offer van Jezus.

Tijd en plaats

Anders gezegd: Hans Janssen betrekt bij zijn hermeneutische overwegingen (‘hoe begrijp ik de woorden van God voor mijn antwoord op de vraag of ik ontslag moet nemen’) de gang van de openbaring in de Bijbel door de geschiedenis heen. Hans realiseert zich dat die zondagse samenkomsten niet betekenden dat mensen die zondag dan ook vrij hadden. Uit de Bijbel krijg je de indruk dat er ook slaven en militairen onder de gelovige gemeenteleden waren. Slaven moesten gewoon werken en militairen zich houden aan de Romeinse (heidense) militaire inzetbaarheid.
Dat onze invulling van de zondagsrust als echt een dag waarop het werk in christelijk Europa werd neergelegd en mensen vrij hadden, een kwestie was van een christelijke cultuur met een christelijke invulling van de samenleving. Maar dat zoiets eerder een uitzondering genoemd kan worden dan dat die situatie geldig was door alle tijden en voor alle plaatsen. Anders gezegd: Hans Janssen realiseert zich dat de kwestie wel of niet werken op zondag om in je inkomen te voorzien, een vraag is die in een modern-westerse, door christendom gestempelde culturen aan de orde is,
maar niet daarbuiten. En dat christenen in andere tijden en culturen toch invulling gaven aan de nieuwtestamentische uitleg van het sabbatsgebod.

Gebed om wijsheid

Hermeneutiek is een zaak van iedere gelovige, in het midden van de gemeenschap van gelovigen. Tegen de achtergrond van keuzen van gelovigen uit de kerk van alle tijden en plaatsen. Inclusief de daarmee verbonden inperkingen (en kansen) die in tijd en plaats aan de orde zijn.
Hans Janssen realiseert zich nog weer eens te meer dat hij zijn afwegingen moet maken in gebed met de Heer om wijsheid hoe Hem te volgen. De keuzen die Hans Janssen maakt kunnen daarom anders zijn dan de keuzen die een andere broeder of zuster kan maken in vergelijkbare omstandigheden. Een vergelijkbaar afwegingsproces kan leiden tot verschillende uitkomsten. Dat ligt niet aan de hermeneutiek, maar aan de elementen die een rol spelen in de afweging. Elementen waarover theologen uitspraken doen, maar ook gewone gelovigen. Elementen waarover individuen uitspraken doen, maar ook gemeenschappen over meedenken. Elementen die in het heden spelen en tegelijk vragen naar situaties van de gelovige gemeenschap uit het verleden. Elementen waarin de Bijbel zich toont in haar diepe rijkdom en haar ontvouwing van het verstaan van het heil van God in Jezus Christus. Onderweg naar Zijn nieuwe koninkrijk.

Dit artikel gepubliceerd in Dienst en geschreven door Henk Geertsema. Henk is directeur van het Praktijkcentrum. Het Praktijkcentrum onderzoekt welke mogelijkheden er zijn om het vraagstuk van de hermeneutiek aan de orde te stellen op zo’n manier dat het ondersteunend is voor het leven van alledag van de gelovigen. Dit artikel is een eerste aanzet daartoe.

The following two tabs change content below.
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk