Op 22-8-2012 studeerde Mark Veurink af aan de Theologische Universiteit in Kampen. Hij schreef voor zijn missionaire master (bij Stefan Paas) een scriptie met als titel Gods-huizen een onderzoek naar huiskerken en celkerken in Nederland.

De vraag of huiskerken meer dan traditonele kerken niet-christenen kunnen bereiken is een aanname in veel boeken & artikelen. Mark Veurink schrijft:

Het laatste voordeel van kleine kerken is dat ze beter in staat zouden zijn om niet-christenen te bereiken. Uit onderzoek blijkt dat kleine kerken veel meer groei kennen dan grote kerken. Het groeipotentieel van kleine kerken is veel groter. Als een kerk groeit, wordt ze vanzelf grote kerk en het groeipotentieel is dan verdwenen. Daarom willen huiskerken en celkerken niet groeien maar vermenigvuldigen. Als de bovengrens van het aantal leden (rond de twintig), wordt gepasseerd vermenigvuldigt de kerk naar twee kerken. Zo blijft de kerk het hoge groeipotentieel houden. Tenminste één keer per jaar moet er zo’n vermenigvuldiging plaatsvinden. Het leiderschap moet dan ook mee vermenigvuldigen. Nieuwe groepen hebben nieuwe leiders nodig. Deze moeten constant worden opgeleid door de oude leiders. Zo kunnen nieuwe groepen ook weer zelfstandig functioneren.

Maar is het ook echt zo dat huiskerken meer groeien, of zijn het aannames, geruchten en PR-verhalen? Op dit punt  komen er zeer interessante onderzoeksresultaten tevoorschijn. Op pag 37 e.v. staan bijvoorbeeld, in een duidelijke indeling, een aantal kenmerkende citaten uit diepte-interviews met leiders van huiskerken. Huiskerken zijn niet automatisch missionair. In dit onderzoek staan een aantal ‘best practices’ van huiskerken. Een selectiecriterium voor deze best practices was het missionair karakter ervan. Want het is niet zo dat alle huiskerken vanzelf missionair zijn. Wel kent het model van huiskerken een aantal missionaire voordelen. Mark Veurink geeft een opsomming.

  1. Het model biedt de mogelijkheid mensen te bereiken die met het traditionele kerkmodel niet bereikt zouden worden:
    “Wil je verschillende lagen in de bevolking bereiken, dan moet je niet de illusie koesteren dat dat via een bestaand kerkmodel kan”
  2. Traditionele kerken hebben last van een negatief imago, huiskerken hebben dat niet:
    “Men heeft hier (N.B. in deze buurt) heel erg ervaren dat de kerken te veel gericht waren op regels en de kerk wordt niet als positief gewaardeerd, het geloof wel. (…) De kerk heeft hier al tijden meegewerkt met de machthebbers. Houd jij ze dom, dan houd ik ze arm. Win-win. Dat hebben mensen door.”
  3. De drempel om een huis binnen te gaan is voor niet-christenen lager dan de drempel een kerkgebouw binnen te gaan:
    “Veel mensen voelen zich niet zo op hun gemak in een kerk. Ik had dat in het begin ook. Ik kwam dan wel uit de katholieke kerk, maar ik ging nooit naar de kerk, alleen met begrafenissen. Dus je associeert de kerk met vervelend en dood en dat soort dingen. Dat is een hoge drempel, een huis heeft dat niet.”
  4. Huiskerken kunnen dicht bij mensen komen in hun eigen omgeving:
    “Als iemand tegen je zegt: ik zou wel eens meer willen weten, dan stel je de vraag: zou je eens mee willen naar de kerk? Sommige mensen zeggen ja, maar de meeste nee. Maar als je vraagt: zou je het leuk vinden als ik eens iemand meeneem, dan gaan we kerk bij jou houden? Kan dat dan? Dat is een heel ander gedachtegoed.”
    In een huisgemeente, van mensen die dicht bij elkaar wonen, kun je meer gericht zijn op de wijk waar je bent, omdat iedereen elkaar kent.”
  5. Nieuwe gelovigen krijgen in een huiskerk de persoonlijke zorg die ze nodig hebben:
    “De nazorg is belangrijk, dat iemand ter plekke tot God komt is één, maar de nazorg is belangrijk. Het is niet goed als iemand tot geloof komt en jij wegloopt alsof er niets is gebeurd. Eigenlijk ben jij verantwoordelijk om door te blijven bezoeken, en niet af te haken.” “Mensen die tot geloof komen en zich bij een kleine groep voegen, in een relatie met mensen, de kans dat zij hun geloof houden is veel groter dan mensen die dat niet doen.”

De onderzochte kerken (in de scriptie) hebben een duidelijke missionaire gerichtheid, daar waren ze ook op uitgezocht. Deze kerken zijn niet per se representatief voor alle huiskerken in Nederland. Huiskerken, schrijft Veurink, zijn vaak sterk gericht op hun omgeving en proberen daar relaties aan te gaan en iets voor de mensen te betekenen. Die gerichtheid is er in sommige huiskerken en in sommige traditionele kerken. Uit het onderzoek valt niet echt op te maken of er meer huiskerken dan traditionele kerken die missionaire gerichtheid hebben. Maar het is wel waarschijnlijk, want de onderzochte huiskerken groeien door toetreding van nieuwe leden. Dit gaat veel langzamer dan in de literatuur wordt voorgespiegeld maar meestal wel sneller dan in traditionele kerken.

Verder lees je in de scriptie dat

  • De meeste onderzochte huiskerken expliciet met zichtbaarheid bezig zijn, bijvoorbeeld door activiteiten voor de hele buurt te organiseren.
  • De kleinschaligheid en de ‘gewoonheid’ van de kerk aan huis vaak zorgt voor meer contact / relaties in de buurt.

Veurink schrijft

Huiskerken, celkerken en traditionele kerken hebben hun eigen missionaire kansen. Verschillende doelgroepen passen beter in verschillende kerkmodellen. Of een kerk missionair is of niet, wordt niet bepaald door het gebruikte kerkmodel. Het gaat veel meer om de achterliggende waarden, hoe christenen hun geloof in God invullen.

Hier wordt m.i. terecht iets beweerd over die achterliggende waarden. Hoe kan het dat de onderzochte huiskerken meer groeien, dat ze missionairder zijn? Dat lijkt te liggen aan ‘de invulling van het geloof in God van de leden’. Alle leden van een huiskerk zijn echte believers en  actief met hun geloof bezig, en ze zijn gericht op het uitleven en uitdelen er van. Dat is in traditionele kerken voor de ‘gemeente als geheel’ niet het geval, weet ik uit eigen ervaring.  Bij de onderzochte huiskerken treden relatief meer mensen van buitenaf toe dan bij gereformeerde kerken. Ik denk dat hier ten minste twee factoren een rol in spelen. Huiskerken stimuleren via discipelschap meer een missionaire levensstijl bij haar leden, en huiskerken evangeliseren via relaties. De reden ervoor is niet per se de huiskerk als model. Het blijkt te draaien om gezamenlijke gerichtheid en meewerken van allen: De hele (huis)kerk is missionair gericht is en alle leden werken mee in deze missie: Dat leidt tot groei! En dus bedenk ik dan… “Stel dat een traditionele kerk deze missionaire gericht ook zou hebben en ook dat alle leden daaraan zouden meewerken, wat zou er dan in en vanuit zo’n  kerk kunnen gebeuren? Zou er dan ook meer groei mogelijk zijn?” Een ding moeten we dan niet vergeten, denk ik… De training en groei in discipelschap die in huiskerken plaats vindt is zeker ook een ‘succesfactor’ die van invloed is op de andere. En ook op dit gebied laten traditionele kerken vaak veel kansen liggen. Het is de combinatie van eigen groei, discipelschap, missionaire gerichtheid en iedereen doet mee… dat missionaire  impact heeft en tot nieuwe gelovigen leidt. Wanneer een traditionele kerk dit ook wil bereiken vergt dat op veel terreinen verandering / verbetering.

Mark Veurink heeft in zijn onderzoek laten zien dat gereformeerde kerken veel kunnen leren van huiskerken over de effectiviteit van:

  • discipelschapstraining en vorming, 
  • kleine en persoonlijke gemeenschappen 
  • gestuurd vanuit missionaire gerichtheid
  • en deze drie met elkaar verweven

Dit leidt in de praktijk bij huiskerken tot meer nieuw-gelovigen en toetreders wanneer we dat kerkmodel vergelijken met het model van de traditionele kerk. Er zijn ook minder positieve aspecten bij het model van kerken als huiskerken. Onder meervraagtekens bij de kerkleer (ecclesiologie) van de huiskerk. Deze worden in de zeker scriptie behandeld, maar zijn geen onderwerp voor deze weblog. Een paar mitsen en maren zijn van belang als je met een huiskerk zou willen starten of er in je gemeente mee te maken krijgt. In de scriptie lees je hoe met deze aspecten in reformatorische huiskerken wordt omgegaan of veranderd.

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko