Op 22-8-2012 studeerde Mark Veurink af aan de Theologische Universiteit in Kampen. Hij schreef voor zijn missionaire master (bij Stefan Paas) een scriptie met als titel Gods-huizen een onderzoek naar huiskerken en celkerken in Nederland.

We starten met een citaat (pag. 17) over levenswijding in de relatie met de huiskerk

“Het eerste voordeel van kleine kerken is de onderlinge gemeenschap. Voor huiskerken en celkerken is dit de belangrijkste reden om in kleine groepen samen te komen. Onderlinge gemeenschap is voor kerken essentieel. In de definitie van kerk komt dat al naar voren: het is het samenzijn van gelovigen. Ook de theologische legitimatie via de sociale triniteitsleer laat het belang van gemeenschap zien.

In de hele bijbel speelt de gemeenschap tussen God en mens een belangrijke rol. In het Nieuwe Testament komt dat zo dichtbij dat God zelf onder de mensen komt wonen. Jezus vormt met de twaalf discipelen een gemeenschap. Jezus geeft hen niet zozeer onderwijs, maar stelt zichzelf als voorbeeld. Zo leren de discipelen om zichzelf te geven aan de ander.”

Bij dit fragment moest ik onmiddellijk denken aan de opzet van een oud boekje van Robert E Coleman: the masterplan of evangelism waarvan Billy Graham schrijft: “Few books have had as great an impact on the cause of world evangelization in our generation as The Master Plan of Evangelism“. Coleman schrijft dat evangelisatie via ‘the strategy of Jesus’ zou moeten gaan. En dat is:

  • Discipels were His method
  • He required Obedience
  • He Showed them how to Live
  • He Expected Results

De methode van evangelisatie? Volgelingen van Jezus: Discipelen die de boodschap zijn (1 Cor) en discipelen die anderen winnen voor Christus (Obedience & Living). Om hen vervolgens ook weer uit te zenden. (Fruits as Results)

Mark Veurink schrijft:

De gemeenschap van de discipelen wordt voortgezet in de kerk, als lichaam van Christus. De volgelingen van Jezus zijn aan God en elkaar verbonden. De onderlinge gemeenschap is in het Nieuwe Testament een steeds terugkerend thema. Volgens theologen in de beweging van kleine kerken kan de onderlinge gemeenschap in de traditionele kerken geen goede plaats hebben.
Volgens Ralph Neighbour, vertegenwoordiger van de beweging van celkerken, is er in de traditionele kerk eenvoudigweg geen goede structuur om de gemeenschap te beleven. Gemeenschap kan pas in de kleine groep echt beleefd worden. Groepen die groter worden dan 15 tot 20 personen kunnen niet meer informeel functioneren. Er zijn dan te veel communicatielijnen. Een groep van 20 personen kan elkaar nog kennen, daarna wordt het al snel onpersoonlijk. In plaats van een gedeeld leven ontstaan dan structuren. Gemeenschap gaat juist buiten de structuren om, de gemeenschap wordt dagelijks beleefd.

Een ander deel gaat dan in op discipelschap in huiskerken:

“Een discipel is een leerling. Christen zijn is niet iets statisch, het is een proces van voortdurend leren. Juist dat leren zou in een kleine kerk veel gemakkelijker kunnen dan in een grote kerk. In een kleine groep kunnen mensen elkaar helpen discipel te zijn, er is dan sprake van wederzijds discipelschap. Discipelschap is daarmee een verbijzondering van gemeenschap. Omdat je elkaar goed kent, weet je ook van elkaar wat voor iemand nodig is. Daardoor komt onderwijs heel dichtbij, wordt het heel concreet. Je kunt niet op de achterste rij gaan zitten, het uur uitzitten en vertrekken alsof er niets is gebeurd. Je bent zichtbaar en kunt je niet verstoppen. In een grote kerk kan dat wel.Dat maakt dat mensen in een kleine kerk snel kunnen groeien in discipelschap. Dit beperkt zich niet tot de momenten dat de kerk bij elkaar is.
In de kerk worden christen toegerust om als discipel in de wereld te staan. De gemeenschap moet hem sterker maken om ook in zijn eigen omgeving discipel van Jezus te zijn. Van een dubbelleven van zondag en door de week kan geen sprake zijn. Discipelen houden ook toezicht op elkaar. Ze zijn aanspreekbaar op hun gedrag. De kleine kerk is hiervoor de geschikte plaats. In liefde kunnen de leden elkaar vermanen. Tucht krijgt daardoor een natuurlijke plek.”

Veurink schrijft dan meteen erna dat deze huiskerken typische ‘believers’ churches’ zijn. Want wie lid is van de kerk kiest daar zelf echt voor. En persoonlijk geloof is zeer belangrijk. Dit persoonlijk geloof wordt gevoed door de discipelschapstraining in de kleine gemeenschap. In de scriptie staat een conclusie en een aanbeveling voor vervolgonderzoek waar ik graag dit stuk mee besluit:

“De potentie van de huiskerk (N.B. met een gereformeerde aanpassing in haar ecclesiologie) zit met name op een aantal functies van kerkzijn die in huiskerken goed behartigd worden. Onlosmakelijk verbonden aan het model van huiskerken is de onderlinge gemeenschap. In de onderzochte huiskerken kwam steeds naar voren dat hun leden sterk op elkaar betrokken zijn. Deze betrokkenheid komt tot uitdrukking in het met elkaar meeleven, maar ook in het elkaar stimuleren in discipelschap. Discipelschap is het groeien als christen om als christen in de wereld te staan. Omdat je in een huiskerk niet anoniem bent, kunnen huiskerken daar een grote bijdrage aan leveren.”

En

“Een spannende theologische vraag is die naar de normativiteit van gemeenschap. Moet elke christen idealiter in een kleine groep opgenomen zijn? Of kunnen christenen ook buiten zo’n intensieve geloofsgemeenschap functioneren? Hieraan verwant is de vraag: moet de kerk altijd dichtbij komen, of mag je in de kerk ook anoniem zijn? Hoe moet de kerk omgaan met mensen die helemaal niet zitten te wachten op een kerk die dichtbij komt?”

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko