Als we over een tijdje gaan verhuizen weet ik nog niet bij welke kerk we ons aansluiten”. Dat zei iemand laatst tegen mij. Een bekend refrein in veel kerkblaadjes. Je denkt dan al snel aan jonge mensen. Maar in dit geval ging het om iemand van, laten we zeggen, middelbare leeftijd.

En het had alles te maken met de besluitvorming van de laatste generale synode van de vrijgemaakte kerken. Tegelijk gaf ze aan: vroeger had je de drie kenmerken van de ware kerk en als je die toepaste op het kerkelijk leven kwam je als vanzelf uit bij de vrijgemaakte kerken. Maar wat doe je nog met dat gedeelte van de belijdenis? Zelf hoor ik ook nog net bij die generatie en het eerste wat ik dacht was: hoe wil je anders op zoek naar een kerk? Maar kennelijk spelen tegenwoordig een heleboel andere zaken een rol. De trouw aan het verband van de kerken is veel losser geworden. De invulling van de liturgie speelt een rol; de kleur van de plaatselijke gemeente is belangrijk.

Gemeentegrenzen vervagen

Onlangs is op de grens van Overijssel en Drenthe een bonk roest opgegraven. De eerste gedachte was dat het om een kanon ging, maar het bleek om een oude grenspaal te gaan. Wat eerst een duidelijke markering was, bleek verzonken in de grond. Illustratief voor de omgang met ook kerkgrenzen. “We waren eerst lid in gemeente x, maar we werden onrustig van de manier waarop de liturgie daar wordt ingevuld. Daarom zijn we, zonder verhuizing, lid geworden van de buurgemeente, waar er meer eenheid is in de eredienst.” Dat is heel gewoon geworden: “Er zijn mensen hier in het dorp komen wonen, maar die gaan naar de kerk verderop, die een stuk groter is en meer mogelijkheden heeft dan ons kleine groepje”. Zomaar wat geluiden die ik de laatste weken opving.
Ik doe niets af van de integriteit waarmee de mensen om wie het gaat hun besluit genomen hebben of hun koers voor de toekomst uitgezet hebben. En ik pleit ervoor om je als gemeente of predikant niet gepasseerd te voelen. “Liever zonder mij gered, dan met mij verloren”, zei een predikant toen een catechisant koos voor de groep van een collega. Het gaat niet om mijzelf; het gaat ten diepste om de relatie met de Heer van het leven.

Diversiteit binnen en buiten de eigen kerk

Even terug naar het eerste citaat, van iemand die aanvoelde dat er spanning zit tussen de manier waarop nog niet zolang geleden binnen de GKv over de kerk gesproken werd en de manier waarop mensen van nu daarmee omgaan. Volgens mij heeft het afscheid van het idee van de ene ware kerk ook alles te maken met deze omslag. Een van de dingen die mij daarbij bepaalde was het boekje van Agnes Amelink, over de Gereformeerden. Zij beschrijft wat er binnen de gereformeerde kerken in de twintigste eeuw gebeurd is en heeft daarbij het oog vooral op de kerken die gefuseerd zijn met de Nederlands Hervormde Kerk in 2004. Maar ze schrijft, als dochter van een vrijgemaakt predikant (later Nederlands Gereformeerd) ook over de vrijgemaakte kerken. Ze noemt daarbij de waarschuwing van prof. dr. Klaas Schilder aan het einde van zijn leven, een waarschuwing tegen verenging van de boodschap. En ze zegt daarbij: geen wonder, als je de enige ware kerk in een plaats bent, moet je onderdak kunnen geven aan al de gelovigen die daar zijn. In het denken van K.Schilder vraagt de belijdenis rond de ware kerk om ruimte. Die ruimte had hij zelf gevraagd voor de Vrijmaking, maar niet gekregen. Maar als die belijdenis niet meer vanzelfsprekend is, komt de kerk op die zijn eigen kleur heeft. Liturgisch bijvoorbeeld, of in het al dan niet toelaten van vrouwen in de ambten. Je krijgt dan een soort specialisatie, en bijna een concurrentie. Volgens Schilder is het eigene van de gereformeerde kerken dat ze niets eigens heeft, maar in de tegenwoordige praktijk heeft elke plaatselijke kerk zijn eigen identiteit waarin ze zich onderscheidt van andere – en waardoor je dus kunt kiezen: wat past bij mij?

Theorie en praktijk

Nu waarschuwde Schilder niet voor niets. Tekenend is de ervaring van de belijdeniscatechisante die met haar vriend zich wel bij de vrijgemaakte kerken wilde voegen en tijdens het gesprek daarover stevig ondervraagd werd door de ouderlingen over de geschilpunten van toen. Maar dat kon ze, tot verdriet van de ouderlingen, niet uitleggen en ze gaf aan dat het daar ook niet om ging. Uiteindelijk greep de predikant in: zr. X heeft gelijk; in de GKv gaat het niet om het onderschrijven van het juist geachte standpunt, maar om de ruimte binnen de belijdenis. Ik herinner me ook de opluchting onder kerkleden in de jaren zeventig, toen de scheiding met de Nederlands Gereformeerden er was geweest: nu kunnen we rustig verder gaan met de uitbouw van het gereformeerde leven zonder al die interne discussies. Achteraf beschamend genoeg.
Ik blijf graag luisteren naar de stem van K.Schilder, en die van de belijdenis rond de kerk, tegelijk merk ik op dat de praktijk van het kerkelijk leven heel anders geworden is. Moet je die diverse niveaus niet in de gaten houden? Waar gaat het ten diepste om en wat zie je daarvan in de praktijk.

Kerk en club

Niets is dodelijker dan een club van gelijkgezinden. Wim Vermeulen, predikant in de PKN Utrecht, wees daarop in het opinieblad De Nieuwe Koers. Ook als het gaat om een aantal modern gezinde mensen die elkaar vinden in hun afkeer van het traditionele, zegt hij. Dan wordt de kerk een clubje. En jouw manier van kerkzijn wordt, helemaal in de traditie van de vroegere GKv de enige juiste. Waar je echter mee blijft worstelen is de uitdaging om het geheim van Jezus Christus mee te dragen tot aan het einde van de tijden, het katholieke in de kerk, en de erkenning dat je niet anders kunt dan in een veelvormigheid als gemeente met een bepaalde samenstelling op een bepaald moment in de geschiedenis en op je eigen plek in de wereld daaraan vorm te geven. Dan blijft de verscheidenheid schuren, en tegelijk zie je de mogelijkheid elkaar te aanvaarden, op het diepste niveau van de belijdenis rond Christus. Soms zie je dat naar voren komen. Op een begrafenis bijvoorbeeld; of als je een buitenlandse kerk bezoekt en je ondanks de verschillen in kerkcultuur de eenheid in Christus beleeft. Dat relativeert de belijdenis niet, maar dat stimuleert om in al die vragen rond de vormgeving van het kerkelijk leven de belijdenis van de algemene, katholieke kerk, te laten doorklinken.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 16 september 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)