Eén van de trends in het jeugdwerk is dat generaties in de kerk meer met elkaar worden verbonden. Jongeren verlangen ernaar om samen gemeente te zijn. Ze willen goed en open contact tussen mensen van alle leeftijden. Maar praten wij wel met hen over dingen die er echt toe doen? Kunnen kinderen en jongeren aan ons zien dat wij Jezus volgen in ons leven?

Ouders en verzorgers nemen kinderen en jongeren mee op de weg van het geloof. Ze lezen hen voor uit de (kinder)Bijbel en leren hen bidden. Ze nemen de kinderen mee naar de kerk en kiezen voor christelijk onderwijs. Naast de eigen ouders en verzorgers spelen ook andere (jong)volwassenen (mentoren, catecheten, jeugdwerkers) een rol in het leven van onze kinderen en jongeren.

De kerk is een gemeenschap van mensen, een volk onderweg, alle leeftijden samen. Wat dat betreft is de reis van de Israëlieten door de woestijn niet alleen een stuk geschiedenis van ruim veertig jaar, maar ook een voorbeeld voor de kerk van vandaag. God leidde de Israëlieten en ze hadden verantwoordelijkheid voor elkaar. Ze waren samen op weg. Wij leven in een totaal andere tijd, waarin het individu centraal staat en generaties niet natuurlijk met elkaar verbonden zijn, maar ook wij mogen samen op weg zijn. God wil dat we ons aan elkaar verbinden en dat de geloofsverbondenheid tussen de generaties groeit.

Verbinders

Eén van de jeugdwerktrends voor 2015 was dat jeugdleiders verbinders worden van generaties. Karin Scheele en Marjorie Mulder (NGJ) schreven daarover: ‘Jongeren hebben mensen nodig die hun leven met hen willen delen. Volwassenen die laten zien waarom God relevant is. Dáárom zijn de verschillende generaties in de gemeente zo waardevol, want waar kom je ze nog tegen? Jeugdleiders worden wat ons betreft vooral “verbinders”. Verbinders van generaties.’

René Barkema, predikant in Amersfoort-Centrum (GKv) was één van de sprekers op de jeugdleidersconferentie over het thema ‘Generations’, stelt de vraag hoe de jongere generatie verbonden kan worden met God, ouders en ouderen, met elkaar en met zichzelf? Een veelzeggende vraag! Stel deze vraag maar eens aan jongeren in de gemeente. En ook aan jezelf. Moniek Mol merkte in het vorige nummer van OnderWeg op dat jongeren willen leren van ouderen, maar dat ze dat andersom vrijwel nooit ervaren…

ABC-geheimen

De verschillen tussen de generaties worden soms uitvergroot tot een generatiekloof. Hoe bereik je elkaar dan nog? Maar de generatiekloof bestaat niet. Het is namelijk een bewuste keuze om je niet te verbinden met de ander, vaak vanwege angst of wantrouwen. Dat heeft alles te maken met de manier waarop generaties communiceren.

Veel communicatieproblemen tussen mensen in het algemeen en tussen generaties in het bijzonder hebben te maken met XYZ-kwesties die tot ABC-dogma’s worden gepromoveerd. En vooral met het omgekeerde: ABC-geheimen die tot XYZ-puntjes worden gedegradeerd. We voeren talloze gesprekken over wat er op zondag in de kerk gebeurt: de gezongen liederen, de ouderwetse of juist te vernieuwende preek, de middagdienst, de kinder- of volwassendoop. Allemaal XYZ-kwesties. Terwijl we het weinig hebben over belangrijke doordeweekse ABC-vragen: heb ik de mensen om me heen lief, maak ik het verschil op het gebied van geld en seks, ervaar ik Gods aanwezigheid in mijn leven, bid ik, zie en weerspiegel ik Jezus?

Jezus stelt de grote vraag: wat kun jij uit liefde doen voor de ander? Welke kleur geef jij daaraan vanuit jouw geloof, jouw gewoonten, jouw generatie? Dat zou centraal moeten staan tussen de generaties.

Doorvragen

Nog belangrijker dan de manier waarop we communiceren, is oprechte belangstelling voor de ander. Het onderlinge contact is vaak oppervlakkig. EH-directeur Els van Dijk – eveneens spreker op de jeugdleidersconferentie – is niet direct tevreden als jongeren een sociaal wenselijk antwoord (‘Goed hoor’) geven op de vraag hoe het met ze gaat. Gaat het echt goed of gaat er eigenlijk getob achter schuil? Daar kun je alleen achter komen als je doorvraagt. Als je op dat moment geen tijd heb, bied dan een moment aan waarop er wel ruimte is om door te praten.

Doorlopen na een sociaal wenselijk antwoord is mogelijk een teken van een gebrek aan interesse. Dat voelt een jongere haarfijn aan. Als we echter door het sociaal wenselijke antwoord heen prikken en er bewust voor kiezen om een gesprek aan te gaan en tijd vrij te maken, ontstaat er verbondenheid.

Soms kan het even duren voordat een jongere de drempel overstapt en wil praten als het niet echt goed gaat. Laat dat geen belemmering zijn. Jongeren zijn nog volop in ontwikkeling en er komt veel op hen af. Jeugdwerkers (maar niet alleen zij) die oprechte aandacht hebben voor het verhaal van jongeren zijn goud waard. Die oprechte aandacht leidt tot verbondenheid.

Dit artikel is geschreven door Evert Jan Hempenius (predikant in de GKv en voorzitter van BGO Jeugdwerk) en Anko Oussoren. Dit artikel is gepubliceerd in het blad OnderWeg #01 9 januari.

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko