Goed jeugdwerk sluit aan bij de actuele (jongeren)cultuur en de specifieke ontwikkelingsfase van de deelnemers. In de voorgaande afleveringen hebben we stilgestaan bij tieners en jongeren. In deze aflevering kijken we naar jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar.

Om te beginnen wil ik vaststellen over welke groep het hier precies gaat. Een deel van de jongvolwassenen is namelijk al aan het werk, terwijl de hogeropgeleiden net aan een studie zijn begonnen of nog studeren. Dit maakt nogal wat verschil. De werkenden zijn er vaak al aan toe om langetermijnkeuzes te maken, terwijl de studerenden dat meestal nog uitstellen. Ik wil in dit artikel met name inzetten op deze groep studerenden. Het volgende artikel zal over starters gaan en die vertonen meer raakvlakken met de werkende jongvolwassenen.

Op kamers

In het vorige artikel wezen we erop dat jongeren bezig zijn met het verzamelen van verschillende meningen (OnderWeg nummer 18). Daarbij zijn ze echter vaak kritischer op de persoon dan op de ideeën van die persoon. Bij de jongvolwassenen die gaan studeren, werkt dat anders. Ze zijn bezig zich los te maken van hun ouders – ze gaan vaak op kamers wonen – om zelf de wereld te verkennen. Daarbij onderzoeken zij juíst ideeën, meningen en mogelijkheden.

Ze ontmoeten veel verschillende mensen en verzamelen daardoor allerlei verschillende ideeën. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat de ‘jongerenfase’ voor hen langer duurt. Doordat deze jongvolwassenen langer bezig zijn met hun opleiding en zich later settelen, verzamelen ze veel meer informatie. Zo veel dat het voor hen steeds moeilijker wordt om een eigen standpunt te bepalen. En dat terwijl authentiek zijn bij deze doelgroep een belangrijke waarde is. Ze willen graag uniek zijn. Velen van hen ervaren dan ook stress bij het maken van keuzes. Hun keuzes zeggen immers iets over wie ze zijn en dat is nog niet altijd helder.

Wankelmoed

Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat jongvolwassenen in hun eigen ‘ondertussenheid’ leven. Veel oude zekerheden vallen weg. Alles is verbonden met alles en dat maakt onzeker. Maar het is ook een periode die kansen biedt, veel kansen. Er is ruimte voor nuancering, twijfel, verwondering en wankelmoed.

In dit kader is het opvallend dat nog veel kerken erop gericht zijn dat jongeren zo rond hun achttiende jaar belijdenis doen. En vaak gebeurt dat ook. Veel studerende jongvolwassenen echter zullen in hun studietijd die vroege keuze opnieuw overwegen en daarop reflecteren. Dat is aan de ene kant niet erg, ook als volwassene zullen ze wellicht blijven nadenken over hun geloof en de keuzes die ze daarin maken. Aan de andere kant is het jammer dat we als kerk zo gefocust zijn op dat moment van 18 jaar.

Veel jongvolwassenen zijn waarschijnlijk meer gebaat bij een eigen periode van ondertussenheid en de ruimte die dat biedt. De studentenperiode is dé periode om jongvolwassenen die ruimte te geven, tegenover de stelligheden van de kerk. Na deze periode zijn jongvolwassenen klaar om in het volwassen leven te stappen en vormen ze hun eigen weloverwogen stelligheden.

Ruimte

Het lastige is dat deze groep vaak niet in de kerk te vinden is, omdat ze juist vanwege hun studie elders zijn. Deze jongvolwassenen stellen hun keuzes uit en willen flexibel zijn en zich niet binden. Kerken kunnen dat als een probleem zien, maar het lijkt me dat we dat als kerken beter kunnen accepteren.

Kunnen we dan helemaal niets van hen verwachten? Zeker wel, mits we ons aanpassen aan hun flexibele schema’s en aansluiten bij hun behoeften. De kansen liggen in het bieden van rust en ruimte om alles wat ze ontdekken op een rijtje te zetten. Het is de tijd om slowcial te zijn: vertragen, menselijk contact hebben en betekenisgeving zoeken.

Regelmatig met elkaar in gesprek gaan helpt daarbij. Dat kan zowel in een groep als persoonlijk. De jongvolwassenen laten jou als jongerenwerker misschien los, maar jij hen natuurlijk niet. Ook als ze gaan studeren, blijf jij bij hun leven betrokken. Je bent benieuwd naar wat ze ontdekken en gooit er misschien zelfs nog wat vragen bovenop. Dat is waar jongvolwassenen behoefte aan hebben: iemand bij wie ze alles wat ze ontdekken kunnen overdenken en op een rijtje kunnen zetten. Het geeft ruimte en overzicht in hun hoofd.

Dat kan ook in een groep, maar omdat het lastig is om een groep jongvolwassenen bij elkaar te krijgen, is het aan te raden om dit met een andere bezigheid te combineren, bijvoorbeeld samen eten. Wie weet word je voor alle inspanningen beloond in hun volgende fase, wanneer ze starters zijn. Meer over die starters in het volgende artikel.

Dit artikel is gepubliceerd in het blad OnderWeg #19 17 oktober 2015 en maakt onderdeel uit van de serie over geloofsontwikkeling die Paul Smit, Karen Scheele en Anko Oussoren gezamenlijk hebben geschreven.

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko