Goed jeugdwerk sluit aan bij de actuele (jongeren)cultuur en de specifieke ontwikkelingsfase van de deelnemers. In een aantal afleveringen brengen we enkele ontwikkelingsfases van jongeren in kaart, zodat we het jeugdwerk beter op de verschillende groepen kunnen afstemmen. De vorige aflevering was gericht op jonge tieners (12 tot 15 jaar). In deze aflevering kijken we naar jongeren, de tieners in de leeftijd van 15 tot 19 jaar.

Tieners hebben een voorlopig wereldbeeld opgebouwd en een eigen ik ontwikkeld. Dit eigen ik is vooral zelfgericht. Tieners hebben het gevoel dat iedereen een mening over hen heeft en hun activiteiten zijn dan ook vooral bedoeld om in de smaak te vallen bij leeftijdgenoten. Op een gegeven moment moet hun zelfgerichtheid overgaan in meer naar buiten gericht zijn. Dit gebeurt wanneer tieners ergens tussen hun 14de en 17de de tienertijd afsluiten (meiden doen dit overigens meestal eerder dan jongens).

Jongeren worden zelfbewuster en krijgen – bij een gezonde ontwikkeling – een positiever beeld van zichzelf. Mensen in de omgeving van de jongeren zijn daarbij cruciaal, omdat jongeren zich steeds meer verdiepen in de levens van anderen. Tegelijkertijd weerspiegelt het eigen ik vaak nog de invloed van de ouders.

Wanneer jongeren zelfstandiger worden en zich minder op het eigen gezin en meer op anderen richten, komt het ontwikkelde ik onder druk te staan. Dit is een gezonde ontwikkeling, maar ook spannend voor de ouders (en voor jeugdwerkers). Zo’n periode kan confronterend zijn, omdat er – na de tienertijd – een tweede aanpassing plaatsvindt waarin jongeren los kunnen komen te staan van de kerk.

Kritisch

Anders dan tieners zien jongeren echte personen als ze vrienden, klasgenoten en docenten ontmoeten. Als tiener zagen ze anderen vooral als hulpmiddel voor de ontwikkeling van het eigen ik, nu zien ze de persoonlijkheid van de ander. Daardoor worden ze ook geconfronteerd met andere gezichtspunten en met andere meningen. Jongeren beginnen hun eigen mening te vormen doordat ze in staat zijn zichzelf van een afstand te bekijken en door de ontmoetingen met anderen.

Daarbij zijn jongeren niet zozeer kritisch op de ideeën van de ander, als wel op diens persoon: is die ander betrouwbaar of niet? Als de jongere de ander ervaart als betrouwbaar, kan hij de mening van die ander accepteren, voor zichzelf beargumenteren en mogelijk overnemen. Jongeren leren gaandeweg de verschillende meningen met elkaar te vergelijken, waarbij ze zowel kritisch zijn op zichzelf, als op de mensen om hen heen. Dit is echter een langzaam proces en jongeren zijn nog lang geneigd de dingen vooral vanuit hun eigen perspectief te bekijken.

Verantwoordelijk

Dit proces van het vormen van een eigen mening kan ertoe leiden dat jongeren overtuigingen die ze thuis en in de kerk hebben geleerd, niet meer als vanzelfsprekend aannemen. Of sterker nog, dat ze zich daar juist tegen gaan verzetten. Dit komt doordat jongeren in deze fase steeds minder gevoelig worden voor groepsdruk. Terwijl tieners vooral ergens bij willen horen, willen jongeren vooral uniek zijn.

Dat unieke moet op de een of andere manier vorm krijgen en dat kan tot gevolg hebben dat ze gaan shoppen bij allerlei subculturen (en niet alleen christelijke). Op die manier zullen ze ook hun eigen geloof vorm gaan geven. Jongeren leven tegenwoordig in een supermarkt van stijlen, ieder van hen is uniek op basis van de eigen keuzes.

Jongeren kunnen steeds beter leren te reflecteren op zichzelf en kunnen de gevolgen voor de langere termijn beter inschatten en laten meewegen in de keuzes die ze maken. Ze zullen zich steeds meer verantwoordelijk gaan opstellen, naar zichzelf en naar anderen.

Gezien

Voor het jeugdwerk in de huidige ‘ondertussenheid’ (zie OnderWeg nummer 16) betekent dit dat we jongeren moeten helpen bij die reflectie op wie ze zijn in relatie tot zichzelf, tot de maatschappij en tot God. Help hen bij het maken van keuzes, bij het beoordelen van die keuzes en van de gevolgen die deze keuzes kunnen hebben op de langere termijn. Help ze bij het vormen van een eigen mening door ze op een positieve maar kritische manier te bevragen. Dat helpt hen om zich in te leven in de beleving en standpunten van anderen.

Als jeugdwerker zul je vooral betrouwbaar moeten zijn. Klopt je houding met wat je zegt en wie je bent? Maar je zult als jeugdwerker ook een klik moeten hebben met de jongeren. Die komen alleen als ze de jeugdwerker van een activiteit leuk vinden.

Daarnaast vraagt deze fase ook om kwalitatief goed jeugdwerk, zeker op het moment dat jongeren shoppen bij allerlei subculturen. De activiteiten moeten van hoge kwaliteit zijn en op een goede manier worden begeleid, waarbij de jongeren zelf ingeschakeld worden.

Ten slotte is het belangrijk dat de jeugdwerker de jongeren ziet. Juist omdat jongeren de mensen om hen heen ook voor het eerst echt zien. Dit betekent dat de jeugdwerker een plek moet bieden waar de jongere zich thuis voelt en waar het veilig is, zodat hij of zij eerlijk kan zijn over zichzelf.

In de volgende aflevering staan we stil bij de jongvolwassenen.

Dit artikel is gepubliceerd in het blad OnderWeg #18 3 oktober 2015 en maakt onderdeel uit van de serie over geloofsontwikkeling die Paul Smit, Karen Scheele en Anko Oussoren gezamenlijk hebben geschreven.

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko