Smaken verschillen, twee mensen met elkaar in gesprek over een stelling of vraag. Gert Slings en Jan Peter Kruigen delen hun mening over laagdrempelige kerkdiensten.

  • Naam: Jan Peter Kruiger
  • Favoriete eten: grieks en Wereld- gerechten
  • Muziek: Matheüs Passion en Kirk Franklin / Israel Houghton / Hillsong
  • Bijbelgedeelte: Gods menswording / kerst
Gert: Het bekeren van mensenkinderen is voorbehouden aan God. Of we als gemeente hoog of laag springen, doet er niet toe (Rom.9:15-16).
Dat betekent niet dat God onze inspanningen niet wil gebruiken. Onze diensten moeten gastvrij, warm en betrokken zijn. Tegelijk moet niveau van het taalgebruik en van de liederen in overeenstemming zijn met het karakter van onze eredienst, waarin de zondige mens de heilige God ontmoet. De cultuur van de gemeente moet een oase van stijl en kwaliteit zijn te midden van een boos en overspelig tv-geslacht. Overigens: verwachten onze gasten wel wat wij hun aanbieden met onze laagdrempeligheid? Weten zij veel?
Jan Peter: Eens. De diensten zijn al jaren lang veel te laag. Je stapt zo maar in en onveranderd uit, knipperend tegen het zonlicht, kuchend vanwege de rook. Binnen is nauwelijks een appel op je werkelijke ik gedaan. Oke, het wordt wat lastiger als het vertrouwde orgel wijkt voor harde drum maar de drempel gaat kilometers omhoog als blijkt dat het gaat om een relatie met Jezus. Huh? Het blijkt over jou nu en Hem nu te gaan. Jij de verloren oudste zoon omdat je de essentie nog steeds niet gegrepen hebt. Mag de drempel een stuk hoger en tien keer existentiëler?
Jan Peter: Het bekeren van mensen is een mogelijkheid van mensen. ‘Ga op weg en maak alle volken tot mijn discipelen.’ Hoogspringen lijkt me dan het beste. Jezus woordgebruik ‘er op uit gaan’ suggereert actie tenminste. Het karakter van de eredienst is het ongelooflijke feit dat God zelf aan tafel zit bij een boos en overspelig geslacht. Alle heiligheid en kwaliteit, stilte en stijl – hoe dan ook uitgevoerd en vormgegeven – verbleekt volstrekt en krijgt anderzijds een plek in Zijn koninkrijk. Jezus zelf is aanwezig, nodigt mensen met zware lasten uit, verwelkomt zondaren en heiligt ieder die bij Hem komt en met Hem leeft. Onze gasten verwachten niet deze Goddelijke aanpak. Wie wel? Gert: Ik mag lid zijn van een traditionele kerk van lammen en blinden (Jer.31), van kapotte levens, van verslaafden, van beschadigde mensen, van verdrietige en depressieve broers en zussen, kortom een kerk van zondaren en bedelaars. En de meesten van hen zijn in de kerk geboren en als kind gedoopt. God heeft hen al gekozen als zijn kinderen. Daar gaat het om. En niet om jouw keuze. Wie bepaalt dat zij de essentie niet hebben gegrepen? Ze zijn op mars in tranen. God móet Zich over hen ontfermen (weer Jer.31). Laten we ons wachten voor hoogmoedige oordelen. Wie is hier de verloren oudste zoon? Er is Één die oordeelt over het hart.
Gert: Ik kan op de slotreactie van J.P. Kruiger alleen maar Amen zeggen, als ik hem goed begrijp tenminste. Die voorkeursgroep zit naast me in de kerkbank en die ontmoet ik in mijn ouderlingenwijk in een gewone gereformeerde kerk. Wij mogen zaaien, maar God moet de wasdom geven. Jan Peter: Wat een zegen om met deze voorkeursgroep van Jezus onderweg te zijn en om Zijn liefde en kracht onbekommerd uit te stralen. Onze keuze is een gevolg van zijn roep en we zeggen: ‘Mijn Meester. Ik en mijzelf/gezin/vriendin/gemeente, wij zullen deze Here dienen en proclameren in daad en desnoods met woorden.’