Onderling pastoraat en diaconaat in Zwolle-West (1)
Zwolle-West is een kerkelijke gemeente (GKv) in de Vinex-wijk Stadshagen. In tien jaar tijd is deze gemeente stormachtig gegroeid: van 400 naar 1800 leden. Niet alleen zijn veel mensen van buiten Zwolle naar deze wijk verhuisd (vanwege werk en onderwijs), in de hoofdstad van Overijssel is ook veel interne, kerkelijke migratie geweest. In januari 2006 werd de Fontein, een functioneel kerkgebouw, in gebruik genomen. Maar hoe geef je vorm aan gemeente-zijn als er 1800 leden zijn en als zo’n groeiverhaal je biografie is? Wat is een structuur die past?

In de Fontein zijn die vragen natuurlijk ook gesteld. En er is werk van gemaakt. Vorig jaar is een rapport verschenen, getiteld ‘Structuur 2014’, waarin een nieuwe structuur voor gemeente-zijn werd voorgesteld.
Die structuur wordt sinds september 2014 ingevoerd. De bedoeling van dit artikel is om die nieuwe structuur te beschrijven. In een volgend artikel wil ik er dan meer reflecterend en evaluerend over schrijven.

Hoe het was
In de eerste jaren van haar bestaan ging het in de Fontein zoals het in veel gereformeerde kerken gaat. Het is het bekende verhaal van een wat grotere stadskerk. Proberen om de ambten vervuld te krijgen, zoals dat in kerkelijk jargon heet. Maar de ervaring leerde dat het steeds moeilijker werd om ouderlingen en diakenen te vinden, helemaal omdat er steeds meer nodig waren in zo’n snel groeiende gemeente. In verschillende kerken in Zwolle was het werken met kringen (miniwijken) al langere tijd gebruikelijk. De Fontein nam die structuur over, inclusief de achterliggende gedachte van onderling pastoraat en diaconaat.
In de loop van de tijd kwam er ook een bestuursraad om het werk van de kerkenraad te faciliteren. In het rapport ‘Structuur 2014’ wordt opgemerkt: “De huidige organisatie en structuur binnen de Fontein is sinds het ontstaan
van deze gemeente niet ingrijpend gewijzigd.
Deze situatie heeft tot op heden niet tot grote en onoverkomelijke problemen geleid.
Toch wordt in toenemende mate ervaren dat de huidige situatie onwerkbaar is.”

Visie
De Fontein beschikte over een meerjarenbeleidsplan 2008-2011. Dat was uiteraard gebaseerd op de kerkelijke en maatschappelijke situatie van toen. Maar sinds die tijd is er het nodige veranderd, zowel in de kerk als in de samenleving. En zeker een kerk in een postmoderne Vinex-wijk snuift die veranderingen op en ondergaat
ze ook. Daarom concludeerde de kerkenraad dat niet maar eenvoudig volstaan kon worden met een paar kosmetische vernieuwingen van het beleidsplan. De veranderingen vroegen om opnieuw fundamenteel nadenken over de vraag wat het inhoudt en wat het betekent om vandaag kerk te zijn. Wat is de visie van de Fontein – wat is haar missie? Er is dan ook hard gewerkt aan een nieuwe visie, waarin duidelijk beschreven staat waar de gemeente voor staat en waar zij voor gaat. Met die nieuw-geformuleerde visie wil de Fontein een nieuwe stap maken in het gemeentezijn.

Centraal staat daarbij de missie-formulering: De Fontein is een gemeenschap van leerlingen van Jezus Christus. Geïnspireerd door Gods liefde in Christus delen wij in de gemeente ons geloof, brengen wij onze jeugd bij Jezus en willen wij van betekenis zijn voor onze leefomgeving.
Vervolgens moest nagedacht worden over een structuur die bij deze visie past. Daarom stelde de kerkenraad een structuurcommissie in om te adviseren over aanpassingen. Dat leidde tot het al genoemde rapport: ‘Structuur 2014’.

Knelpunten
Op welke punten begon de bestaande structuur vast te lopen? Welke knelpunten werden gesignaleerd? Bij de analyse daarvan duiken vooral drie woorden op: verantwoordelijkheid, menskracht en communicatie.

  • Er was groeiende onduidelijkheid over wie waarvoor verantwoordelijk is. Organisatorische zaken waren bij de bestuursraad ondergebracht (inclusief beslisbevoegdheid daarover), maar in de praktijk trok de kerkenraad deze zaken toch weer naar zich toe. En er zijn meer voorbeelden van onduidelijkheid over verantwoordelijkheid en eigenaarschap.
  • Het werd steeds moeilijker om ouderlingen en diakenen te vinden. Werkdruk en gezinsleven vragen veel van ouderlingen en diakenen. Ambtsdragers liepen op hun tandvlees. Regelmatig werd ontheffing gevraagd. Daardoor kwam de continuïteit van pastoraat en diaconaat onder druk te staan. En ook breder begonnen er ‘gaten’ te vallen in de bemensing van commissies en taakgroepen.
  • Er werd onvoldoende gecommuniceerd naar de gemeente en naar diverse commissies en werkgroepen. Bovendien was het vaak de vraag wat er wel en niet gecommuniceerd moest worden en wie deze zaken moest communiceren en op welke manier.

Hoe het is geworden
Een belangrijk uitgangspunt in de nieuwe structuur is dat het gemeenteleven het hart van alles vormt – de essentie van de gemeente. Daar ligt het begin van alles: gelovigen die in de straten en buurten van Zwolle-West met elkaar optrekken en van betekenis willen zijn voor hun leefomgeving. Vanuit dat begin kan er gesproken worden over micro, meso en macro.

Micro
In Zwolle-West (Stadshagen, Westenholte, ’s Heerenbroek en Frankhuis) functioneren de miniwijken (of kringen). Een miniwijk bestaat als regel uit ongeveer 10 tot 15 adressen. Het rapport: “De leden van de miniwijk kennen elkaar, groeien in discipelschap met elkaar door Bijbelstudie, hebben zorg voor elkaar en betrekken buitenkerkelijken uit hun buurt bij hun activiteiten. De miniwijk kenmerkt zich zo door verbondenheid, onderlinge zorg en werfkracht.”

Meso
De gemeente wordt ingedeeld in meerdere secties. Er waren twee secties, maar nu zijn er zeven (van elk ongeveer vijf miniwijken). Deze secties krijgen tijd om elkaar te leren kennen en om een gemeentegevoel met elkaar te creëren. De wijze waarop ze met elkaar gemeente zijn, wordt door de gemeenteleden zelf ingevuld. “Er is daarbij ruimte om in vormen en plaatsen te experimenteren. De secties worden uitgedaagd om dit samen vorm te geven. Dit kan tot gevolg hebben dat er straks verschillen kunnen ontstaan hoe secties invullen om samen gemeente te zijn. Dit zien we binnen de kaders van de nieuwe visie niet als een bedreiging maar als groeiruimte: zo kunnen we binnen de gemeente (nog meer) van elkaar leren en elkaar inspireren!’

Macro
De kerkdiensten zijn in principe op de hele gemeente gericht, ook al wordt in de Fontein al jaren gewerkt met dubbele morgendiensten. En verder zijn er de zogenaamde aandachtsgebieden. Dat zijn die onderdelen van het gemeenteleven die gedurende kortere of langere tijd speciale aandacht krijgen. Op dit moment zijn dat bijvoorbeeld ‘eredienst’ en ‘jeugd’. In de loop van de tijd kunnen er aandachtsgebieden bijkomen of afgaan. Binnen elk aandachtsgebied is ruimte voor een of meerdere werkgroepen. Elk aandachtsgebied wordt aangestuurd door een commissie die de diverse activiteiten binnen het aandachtsveld coördineert.

Ambten en taken
Als het nu gaat om ambten en taken in dit grotere geheel, dan is het goed om opnieuw vanuit micro, meso en macro te kijken.

  • Op micro-niveau zijn er de miniwijkcoördinatoren: gemeenteleden die zorgen voor het (goed) functioneren van de miniwijk.
  • Binnen die miniwijken wordt ook gewerkt door pastoraal diaconaal werkers. Dat is een nieuwe functie (!) die in het leven geroepen is om juist het gemeenteleven aan de basis zo veel mogelijk
    te ondersteunen. Zij doen bezoekwerk, dat zowel pastoraal als diaconaal gekleurd kan zijn. Deze pdw-ers worden op sectie-niveau benoemd, zodat ze in verschillende miniwijken bezig kunnen zijn. Per sectie worden drie pdw-ers benoemd, die daarom ook als een team kunnen optreden. Ook is hiermee de continuïteit in pastoraat en diaconaat geborgd.
  • Door deze nieuwe functie van pdw-er kan het aantal oudsten en diakenen relatief klein blijven. Per sectie is er één ouderling en één diaken. Ook de predikanten horen bij de raad van oudsten, evenals de scribaoudste en de voorzitter-oudste. Er zijn ook diakenen met een speciale taak, waardoor het aantal diakenen op negen komt.

Pastoraal diaconaal werkers
De pastoraal diaconaal werkers worden voorgedragen binnen de sectieraden, waarna de raad van oudsten samen met de diaconie bekijkt of er gegronde bezwaren zijn. De pdw-ers worden in een kerkdienst, met gebruikmaking van een daarvoor vastgesteld formulier, in hun dienst bevestigd. Zij worden benoemd voor een periode van drie jaar, zo mogelijk in opeenvolgende jaren. Er wordt naar gestreefd pdw-ers uit de eigen sectie te benoemen. In voorkomende gevallen kan ervoor gekozen worden leden uit andere secties te benoemen.
De pastoraal diaconaal werkers zijn gemachtigd door de raad om gemeenteleden te bezoeken. Daarbij hebben ze de gebruikelijke rechten en plichten binnen het bezoekrecht als het gaat om privacy-gevoeligheden.

Raad van oudsten
De leiding en herderlijke zorg van de gemeente liggen in handen van de oudsten en predikanten. Zij oefenen over de gemeente de kerkelijke tucht en waken over het geestelijke leven van de gemeenteleden.
Het rapport zegt: “De Raad van Oudsten (RvO) wil geestelijk leidinggeven aan de gemeente. Daaronder wordt verstaan dat de RvO op belangrijke thema’s door Bijbelstudie en gebed zoekt naar Gods wil en dat vertaalt naar de wijze waarop we daar als gemeente mee om dienen te gaan, rekening houdend met standpunten binnen het kerkverband en besluiten van de diverse synodes. (…) De RvO zal middels heldere en duidelijke informatie de gemeente toerusten. De RvO onderneemt niet slechts (re)actie op iets wat ontstaat, maar is juist op dit gebied proactief, aansluitend bij Gods Woord en de geformuleerde visie.”

Wat is opvallend?
Hiermee heb ik de belangrijkste aspecten van de nieuwe structuur van de Fontein wel genoemd. De eerste ervaringen lijken positief. Eén van de predikanten die ik erover hoorde, had het over ‘nieuwe energie’ die deze structuur geeft. In een korte, eerste reactie wijs ik op twee aspecten van deze structuur die ik in elk geval opvallend vind:

  1. Er wordt vanuit de gemeente gedacht. Anders gezegd: er wordt ‘bottom-up’ gewerkt. Er waren twee secties omdat er twee predikanten zijn. Dat is veel meer gedacht en bedacht vanuit het ambt van predikant (‘top-down’). Nu zijn er zeven secties omdat die indeling aansluit bij wat bij zo’n grote gemeente als de Fontein past en bij wat zij nodig heeft. Vanuit dezelfde manier van denken wordt het gemeenteleven zelf ook het hart van kerk-zijn genoemd en ligt alle nadruk op onderling pastoraat en diaconaat via de miniwijken.
  2. Juist vanwege de behoefte om te investeren in het geleefde (geloofs)leven in de straten en buurten van Zwolle-West is ook die nieuwe functie van pastoraal diaconaal werker gecreëerd, inclusief een bevestigingsformulier. In een vervolgartikel wil ik graag inzoomen op deze nieuwe functie. Nu gaat het mij er meer om dat die functie er gekomen is, vanuit de eigen specifieke situatie van de Fontein. Het getuigt van geestelijke moed dat een kerkenraad, in samenwerking met de gemeente, zo’n stap durft te zetten met het oog op het welzijn van de gemeente. Want het water van de Fontein moet wel blijven stromen…

Het artikel is geschreven door Peter van de Kamp en is gepubliceerd in ‘Dienst lente 2015‘.