Onderling pastoraat en diaconaat in Zwolle-West (2)
In de vorige DIENST heb ik het bezinningsproces beschreven dat in Zwolle-West op gang kwam, toen steeds duidelijker werd dat de bestaande organisatie en structuur onwerkbaar dreigden te worden. In de bestaande structuur was sprake van groeiende onduidelijkheid over wie waarvoor verantwoordelijk is. Het werd ook  steeds moeilijker om ambtsdragers te vinden. De continuïteit van pastoraat en diaconaat kwam onder druk te staan. Bovendien namen de klachten over (het gebrek aan) communicatie toe. Met het oog op de nieuwe structuur en organisatie is consequent uitgegaan van het gemeenteleven dat het hart van alles vormt. De onderlinge zorg in de miniwijk staat centraal. In dat kader is de sectie-indeling aangepast (van 2 naar 7), is er een raad van oudsten ingesteld (een ‘afgeslankte’ kerkenraad) en is de nieuwe functie van pastoraal diaconaal werker geïntroduceerd. Als opvallende punten heb ik genoteerd:

  1. In de nieuwe structuur wordt ‘bottom-up’ gewerkt – er wordt inderdaad vanuit de gemeente gedacht. Er waren twee secties omdat er twee predikanten zijn. Dat is veel meer gedacht en bedacht vanuit het ambt van predikant (‘top-down’).
    Nu zijn er zeven secties omdat die indeling aansluit bij wat bij zo’n grote gemeente als de Fontein past en bij wat zij nodig heeft.
  2. Juist vanwege de behoefte om te  investeren in het geleefde (geloofs-)leven in de straten en buurten van Zwolle-West is ook die nieuwe functie van pastoraal diaconaal werker gecreëerd. Bij deze nieuwe structuur en organisatie in Zwolle-West maak ik graag enkele kanttekeningen waarmee ik reflecteer op de uitkomsten van de bezinning.

Geestelijke moed
Het eerste artikel sloot ik af met de opmerking dat het van geestelijke moed getuigt dat een kerkenraad, in samenwerking met de gemeente, zo’n stap durft te zetten: een nieuwe structuur en organisatie invoeren met het oog op het welzijn van de gemeente. Ik vind dit een mooi staaltje van geestelijk leiding geven. Toen in toenemende mate werd ervaren dat de bestaande situatie onwerkbaar was geworden, heeft de kerkenraad het initiatief genomen voor een bezinningstraject. Want er kon niet maar volstaan worden met een paar cosmetische vernieuwingen van het bestaande beleid. De veranderingen vroegen erom dat fundamenteel nagedacht zou worden over de vraag wat het inhoudt en wat het betekent om vandaag kerk te zijn. Wat is de visie op de Fontein – wat is haar missie?

Op weg naar zijn koninkrijk in definitieve vorm geeft Christus ambtsdragers aan zijn gemeente, die de weg van dat koninkrijk wijzen. Het wijzen van de weg is herderswerk. Voorop-lopen en richting-geven. Dat zijn de twee sleutelwoorden van geestelijk leidinggeven. Want geestelijk leiding geven is voorop lopen om anderen richting te geven in een christelijk leven dat in het teken staat van het dienen van God en de naaste en dat gericht is op de terugkeer van Christus. In leiderschapstermen: samenbindend sturen en constructief coachen. Die taak heeft de kerkenraad van Zwolle-West opgepakt.

Nieuwe functie (pdw)
Met het oog op de concrete, specifieke situatie waarin de kerkelijke gemeente van Zwolle-West zich bevindt, is ervoor gekozen om een nieuwe functie in het leven te roepen: de pastoraal diaconaal werkers. De bedoeling is dat zij het gemeenteleven aan de basis, in de miniwijken, zo veel mogelijk ondersteunen. Daarnaast doen zij bezoekwerk, dat zowel pastoraal als diaconaal gekleurd kan zijn. De pdw-ers worden in een kerkdienst bevestigd, met gebruikmaking van een daarvoor
vastgesteld formulier. Zij worden benoemd voor een periode van drie jaar, zo mogelijk in opeenvolgende jaren. Daarbij hebben ze de rechten en plichten binnen het bezoekrecht die te vergelijken zijn met die van de huidige ouderlingen en diakenen als het gaat om privacy-gevoeligheden. Over deze nieuwe functie is goed nagedacht.
Ik wijs op twee aspecten. Aan de ene kant gaat het om een functie die een zeker gewicht heeft en die ervoor moet zorgen dat de continuïteit van pastoraat en diaconaat gewaarborgd wordt (juist die continuïteit liep in de bestaande situatie gevaar). Dat gewicht zie ik terug in het veiligstellen van de geheimhouding en ook in het gebruik van een ‘aanstellingsformulier’. Ik proef dat eraan gewerkt is om deze nieuwe functie te vrijwaren van vrijblijvendheid. Het gaat wel ergens over als iemand pdw-er wordt! Aan de andere kant gaat het ook om een functie die opgekomen is uit de concrete behoeften van de gemeente. Dat laat meteen zien dat de nodige flexibiliteit nodig blijft. Het zou kunnen dat op basis van de ervaringen van de komende jaren een zekere bijstelling in de taakomschrijving van een pdw-er nodig is.
Het is zelfs mogelijk dat de functie over tien jaar weer afgeschaft wordt omdat de situatie van de gemeente daarom vraagt.

Pastoraat en diaconaat samen?
Mijn aarzeling heeft niet te maken met zo’n nieuwe functie op zichzelf, wel met de invulling ervan. Ik constateer dat pastoraat en diaconaat sterk naar elkaar toegetrokken worden en in de persoon van de pastoraal diaconaal werker samenvallen. Op een bepaalde manier worden ze als één werksoort gezien. Zelf denk ik dat beide ’praktijken’ een zodanig eigen werksoort zijn dat ze juist onderscheiden moeten worden. Ik vraag me af of niet het risico aanwezig is dat juist door de combinatie van beide werksoorten in één functie het eigene van elke werksoort gaat verdwijnen. Ik zou het betreuren als vooral het diaconaat daar het slachtoffer van wordt (zoals de ervaring leert?). Dat zo’n risico niet denkbeeldig is, blijkt volgens mij al enigszins. In het ‘bevestigingsformulier’ (of aanstellingsformulier) van de pdw-ers wordt het diaconaat niet expliciet genoemd en beschreven, hoogstens indirect. Dat komt ook omdat een formulier voor de installatie van pastoraal werkers als basisdocument heeft gediend. Maar het lijkt te weinig aangepast en uitgebreid richting diaconaat.

Ook in de nieuwe structuur komt het diaconaat er toch wat bekaaid af. Er is op allerlei manieren geborgd dat bepaalde doelgroepen en aandachtsgebieden vertegenwoordigd zijn in de raad van oudsten (waar de verantwoordelijkheid ligt voor de geestelijke leiding en herderlijke zorg van de gemeente!), maar het diaconaat is er niet vertegenwoordigd, bijvoorbeeld via een afvaardiging vanuit de diaconie.

Wat is dan het eigene van pastoraat en diaconaat? Wat is het onderscheid? Hoezo zou je daar moeilijk over doen? Ik probeer dat zo kort en bondig mogelijk onder woorden te brengen. In het pastoraat gaat het erom dat de persoonlijke leefsituatie van mensen in het licht van Gods evangelie gezet wordt. Juist die aandacht voor de persoonlijke situatie en het levensverhaal van mensen is typerend voor pastoraat. Centraal staat iemands relatie met God (‘verticaal’). In het diaconaat gaat het om
het doen van barmhartigheid en gerechtigheid binnen en buiten de gemeente. Diaconaat geeft handen en voeten aan het evangelie in concreet dienstbetoon aan mensen en aan de samenleving (‘horizontaal’).

Het gaat om verschillende geloofspraktijken met hun eigen inhoud en kleur. Ik vind het een verarming van het gemeente-zijn als die beide praktijken min of meer in elkaar geschoven worden. Ze verdienen juist hun eigen plek in het gemeenteleven. In de komende jaren zal moeten blijken in hoeverre die eigen inhoud en kleur van pastoraat en diaconaat in het functioneren van de pdw-ers in Zwolle-West blijven bestaan. Op dit punt vind ik de nieuwe structuur het meest kwetsbaar.

Afgeslankte kerkenraad
Binnen de nieuwe organisatie is de raad van oudsten de voortzetting van de kerkenraad in de oude structuur, maar dan wel in afgeslankte vorm. De ‘smalle’ kerkenraad telde 34 ouderlingen. Als we daar de beide predikanten en de ‘bijzondere’ ouderlingen (voorzitter en scriba) bij rekenen, komen we op 38 kerkenraadsleden. Voor de ‘brede’ kerkenraad komen daar nog eens 34 diakenen bij, waardoor het totaal op 72 kwam.

De raad van oudsten telt negen oudsten: zeven oudsten vanuit de secties, aangevuld met twee oudsten vanuit bepaalde aandachtsgebieden. Ook daar rekenen we de beide predikanten en twee bijzondere oudsten bij (voorzitter-communicator en scriba), waardoor het totaal op dertien komt. In het rapport ‘Structuur 2014’ wordt, denk ik, terecht opgemerkt dat de omvang van de raad van oudsten klein genoeg is voor slagvaardige besluitvorming en groot genoeg voor evenwichtige besluitvorming. Mijn inschatting is dat bij deze ‘knoop’ winst geboekt wordt: door de gemeente(-leden) meer in te schakelen bij pastoraat en diaconaat, kan een kleiner leiderschapsteam zich concentreren op geestelijk leiding geven en het geloofsleven van de gemeente behartigen.

Vrouwen inschakelen
Het rapport ’Structuur 2014’ wijst er subtiel op dat de nieuwe functie van pastoraal diaconaal werker de mogelijkheid biedt om vrouwen in te schakelen voor pastorale en
diaconale taken. Nu kan dat ook zonder zo’n functie en dat gebeurt in tal van kerken. Maar dan is er meestal geen sprake van een officiële aanstelling, in een kerkdienst, met een daarvoor vastgesteld formulier. De functie van pdw-er biedt de mogelijkheid om vrouwen structureel en ’officieel’ in te schakelen. Dat is een creatieve manier van omgaan met landelijke besluitvorming door de Generale Synode (die wordt gerespecteerd), terwijl tegelijkertijd naar wegen gezocht wordt om de
pastorale en diaconale kwaliteiten van vrouwen te benutten. Om het rapport te citeren: ’In tegenstelling tot de aanstellingen voor de ambten van oudste en diaken ’waar we ons nadrukkelijk conformeren aan de huidige standpunten binnen het kerkverband ’zien we voor de functie van pastoraal diaconaal werker juist ruimte voor de inzet van man en vrouw vanuit de gemeente. Hiermee doen we optimaal recht aan de aanwezige gaven van alle gemeenteleden ’man en vrouw’ binnen de Fontein.’ Het is eerlijk en zinvol om ook op dit aspect van de nieuwe structuur en organisatie in Zwolle-West te wijzen.

Passende structuur
Voor Zwolle-West ben ik een buitenstaander. Ik ken de gemeente ook alleen ’van de buitenkant’. Ik heb redelijk uitvoerig met één van de predikanten gesproken. Ik ben benieuwd hoe er door verschillende kerkleden tegen die nieuwe structuur wordt aangekeken en hoe die ervaren wordt. Ik ben ook nieuwsgierig naar de ervaringen met de pastoraal diaconaal werkers. Maar daar is het nu nog te vroeg voor. In elk geval: op basis van wat ik nu gehoord, gelezen en gezien heb, vind ik dat Zwolle-West inderdaad in de specifieke situatie van de gemeente een passende structuur heeft gevonden. Het water van de Fontein kan blijven stromen, tot eer van de drie-enige God!

Het artikel is geschreven door Peter van de Kamp en is gepubliceerd in ‘Dienst 2015‘.