Als kind, ik denk dat ik een jaar of negen was, maakte ik me er weleens zorgen om of mijn ouders wel gelovig zouden blijven. Ik had me stellig voorgenomen dat, mochten mijn ouders niet meer gelovig zijn en zodoende ook niet meer naar de kerk gaan, ik stug vol zou houden met de kerk. Wat er ook zou gebeuren: ik zou elke zondag blijven gaan! Want geloven en de kerkdienst hoorden voor mij onlosmakelijk bij elkaar.

Ik denk de laatste tijd weleens met wat sentiment terug aan die tijd. De tijd waarin veel dingen vanzelfsprekend waren en we elkaar konden houden aan duidelijke waarden en normen. Het leven met elkaar als gereformeerden leek daardoor overzichtelijk en op een bepaalde manier hanteerbaar.

Vooral in de afgelopen weken verlangde ik naar die duidelijkheid, toen ik met een aantal gebeurtenissen werd geconfronteerd die me in verwarring brachten: een bekende probeerde me te versieren, ook al wist hij dat ik getrouwd ben. Van een andere bekende kreeg ik uitgebreid uit de doeken dat hij wat opschudding in zijn huwelijks- of nou ja, zijn seksleven nodig had en nu een vrouw had ontmoet waar hij stapelverliefd op is. Na een paar van dit soort gesprekken vraag ik me oprecht af wie er nu gek geworden is: ik of de wereld om me heen? Wie bepaalt nu wat de norm is?

Panisch

Voor mezelf weet ik dat: God! God stelt voor mij de norm, waar ik me met vallen en opstaan aan wil houden. God geeft ons zijn norm in zijn wet en geboden. We kunnen weleens wat panisch doen over de wet, want alles in ons als autonome mensen komt daartegen in opstand, maar God heeft daarin ons behoud en onze bescherming voor ogen. Hij is niet voor niets een God van liefde.

Gods geboden houden ons een aantal duidelijke normen voor. Er blijven echter legio zaken over waar we letterlijk tot aan de eeuwigheid met elkaar over kunnen discussiëren. Ik vermoed dat de kerkdienst er één van is. Kunnen we wel spreken over de kerkgang als norm?

Dr. Monique van Dijk-Groeneboer (Universiteit van Tilburg) schrijft in haar onderzoek Kerk uit zicht? Jongeren inspireren…! (2013) dat voor nog maar tien procent van de jongeren ‘geloven’ en ‘deelnemen aan religieuze activiteiten’ met elkaar verbonden zijn. Het rapport Geloven binnen en buiten verband van het Sociaal en Cultureel Planbureau (2014) vermeldt letterlijk dat ‘het percentage ongelovige buitenkerkelijken steeg, maar het percentage religieuze niet-kerkgaanden nog meer’ (p. 76). Kerkgang en deelname aan religieuze activiteiten horen niet meer automatisch bij geloven.

Ontdekken

Voor mij als kind was dat nog wel zo: zélfs als mijn ouders niet meer zouden gaan, dan zou ik toch blijven gaan. Nu, zo’n 25 jaar later, ben ik deze norm aan het overpeinzen. Overigens net als zo veel andere gereformeerde normen die ik heb meegekregen. Niet om ze te verwerpen, maar juist om te onderzoeken wat de waarde achter die norm is.

Ik probeer bewust de norm van het moeten deelnemen aan kerkelijke activiteiten los te laten. Dat helpt me om die jongere waar Van Dijk-Groeneboer over schrijft te zíen. Niet door hem langs mijn (voor hem vaak onbegrijpelijke) meetlat te leggen, maar door te luisteren naar zijn verhalen en ideeën. Dat vraagt loslaten, nieuwsgierige interesse en een open houding van mijn kant. Om vervolgens samen iets te leren over de waarde van het samen groeien in geloof, het elkaar bemoedigen, het samen God mogen ontdekken. Eigenlijk gewoon kerk zijn, alleen dan als waarde in plaats van als norm!

Dit artikel is gepubliceerd in OnderWeg van 7 februari 2015

The following two tabs change content below.

Moniek Mol

Weet als enthousiaste en gedreven adviseur de verschillende kanten van een zaak te belichten. Heeft door diverse banen binnen kerkelijk én niet-kerkelijk jeugdland een brede kijk op verscheidenheid van generaties. Houdt van Zijn kerk en wil graag bijdragen aan een bloeiend Koninkrijk. Wil Hem volgen en ziet dit als een groot avontuur. Mail Moniek