Ik kan hem herkennen aan zijn puntmuts, mailt Luut. Als hij komt aanlopen in de stationsrestauratie, herken ik hem meteen. Een grote narrenmuts van fleece heeft hij op. Hij komt zitten en begint bijna direct te praten. Hij excuseert zich alvast voor zijn warrigheid, ‘ik kan wat van de hak op de tak zijn’, en vertelt zijn levensverhaal.

Luut‘Ik ben heel gelovig opgegroeid, ging mee met projecten van Jeugd met een Opdracht. Ik ben bij mijn moeder opgegroeid. Mijn vader is overleden toen ik anderhalf was, hij kreeg een auto-ongeluk. Mijn oma heeft nog een krantenknipsel met een foto van het wrak bewaard. Ik raakte rond mijn achttiende aan de drugs, en hoorde later stemmen in mijn hoofd. Toen ben ik in de psychiatrie terecht gekomen.’ Luut vertelt dat hij een tijd op straat heeft geleefd en het leven soms niet meer zag zitten. Hij is blij dat die periode nu achter hem ligt. ‘Het leven is net een kerstpakket: alle leuke- en niet leuke dingen zijn erin gestopt. Daar hebben we mee om te leren gaan.’ Luut heeft er gevoel voor om te vertellen en vertelt zijn verhaal op een boeiende manier, met details, pauzes en retorische vragen tussendoor. Een paar avonden in de week oefent hij met een toneelgroep, ze studeren samen een stuk in: Lazarus. ‘Luister eens,’ citeert Luut dramatisch, ‘we hebben allemaal een weerwolf in ons. De vraag is: rijd jij op hem of hij op jou?’
Inmiddels gaat het een stuk beter met Luut en heeft hij zijn eigen huisje. Elke donderdag bezoekt hij De Aanloop, een christelijk eetcafé dat gerund wordt vanuit de Plantagekerk in Zwolle. ’Ik vind het heel gaaf dat ze beginnen met gebed. Het geloof komt toch door het horen van het woord. Het is er hartstikke gezellig. Ze doen er ook wel Bijbelstudie. Het is een warme club, ik ben erg blij dat dit initiatief bestaat. Ik ben met het geloof opgegroeid. God is de rijkdom van het leven. Soms test Hij ook of je echt geloof hebt. Ik moest een keer in Bennekom zijn, omdat ik een plek in het Evangelisch Begeleidingscentrum had aangevraagd. Omdat ik geen kaartje kon kopen, zei ik tegen God: dan moet u er maar voor zorgen. Toen de conducteur kwam stak ik mijn handen al in de lucht om te vertellen dat ik geen kaartje had. Toevallig had de man met wie ik zat te kletsen – hij was regisseur en ik vertelde dat ik acteur wou worden – een kaartje teveel!’
Wanneer ik Luut vraag met welke verwachting hij De Aanloop bezocht, noemt hij in eerste instantie het lekkere eten. En hij hoopte er een leuke vrouw te ontmoeten. Maar nu komt hij er ook voor een goed gesprek. In de kerk hoopt hij gevuld te worden met Gods heerlijkheid. ‘Ik heb multiple sclerose, maar soms zit ik in de kerk en dan word ik helemaal warm. Want door met God bezig te zijn zie ik ook meer de waarde van het leven. Want waar je naar kijkt, daar ga je naar toe.’