‘Maar dit doosje is leeg, helemaal leeg! Wat is dit voor cadeau? Wat heb ik hier aan? Je wordt bedankt!’ Stel dat ik als vader mijn dochter een cadeau geef. Al wekenlang heb ik het erover dat dit het mooiste geschenk is dat ze ooit zal krijgen: dit zal haar leven veranderen en het is ook het allerbelangrijkste in haar leven! Maar als ze het doosje dan eindelijk opendoet, blijkt het leeg.

Hoe vol zit ons doosje met geloofsinhoud en -ervaringen? En als het vol zit, hebben we dan geleerd om ervan uit te delen? In geloofsgesprekken worden vorm en inhoud van het geloof met elkaar verbonden. Ik versta onder geloofsgesprekken veel meer dan ‘praten over het geloof’. Geloofsgesprekken ontstaan in concrete levenssituaties van ontmoeting waardoor je merkt en ervaart wat geloven betekent voor jou en anderen. Het is daarbij belangrijk om geloof niet te smal op te vatten, als enkel kennis over God of de Bijbel, maar als ervaringskennis van het leven met de Heilige in de gebroken werkelijkheid van elke dag.

Leeg testament
Over hoe belangrijk dit delen van het geloof binnen en tussen de generaties is, schreef Piet van der Ploeg al in 1985 een doctoraalscriptie onder de veelzeggende titel Het lege testament. Hij studeerde af op een onderzoek naar kerkverlating onder jongeren binnen de Gereformeerde Kerken (synodaal). Uit zijn onderzoek bleek dat het zogenaamde ‘jongerenprobleem’ waarover het toen binnen die kerken ging, als zodanig eigenlijk niet bestond.
Dat jongeren de kerk verlieten, was slechts een symptoom. Het werkelijke probleem lag bij de oudere generaties die, zo bleek uit de interviews, niet in staat waren geweest om de inhoud en de waarde van het geloof voor te leven en vorm te geven. Men sprak over het geloof als over een ding dat van generatie op generatie moest worden doorgegeven. Maar op het moment dat de jongere generatie ging doorvragen, bleek dit grote geschenk een ‘leeg testament’ zonder inhoud. Voor jongeren en ouderen had het geloof daarmee zijn betekenis verloren.

Actueel
Wat Van der Ploeg toen constateerde, is bijna dertig jaar later nog steeds actueel. De kerk is er onder meer om het geloof door te geven aan nieuwe generaties christenen. Hierbij spelen allerlei factoren een rol, zoals eigentijdse en aansprekende voorbeelden, vormgeving, en een goede persoonlijke relatie. Maar uiteindelijk blijkt altijd dat het bij geloofsoverdracht vooral draait om inhoud. Welk verhaal hebben wij over ons eigen leven dat we graag willen uitdragen? Oftewel: wat zit er in het doosje dat we doorgeven? Uit recent onderzoek van de Gereformeerde Hogeschool, Jong en (goed)gelovig (2011), blijkt hoe essentieel de inhoud van het geloof in het jongerenwerk is. Niet de vormgeving van het jongerenwerk of de gezelligheid van de club geven de doorslag, maar het echte, doorleefde geloofsverhaal van de mentor of de catecheet. Met andere woorden: de geloofsgesprekken die onderling en tussen generaties gevoerd worden, blijken fundamenteel voor geloofsoverdracht.

Ontwikkelingen
Dat heeft alles te maken met culturele ontwikkelingen waarin we als kerk volop delen.

  • Allereerst hechten we tegenwoordig grote waarde aan authenticiteit. Het komt niet alleen aan op een rationeel kloppend betoog maar op een manier van leven die overeenkomt met de waarden en normen waar je voor staat. Alleen wanneer je zelf authentiek, eerlijk en transparant bent, zullen anderen aan je merken wat je drijft en waar je voor gaat. Je moet in je leven als ouder, catecheet, ambtsdrager
    en leraar kunnen laten zien dat datgene wat voor jou onopgeefbaar is, ook werkelijk verschil maakt in je leven. Pas wanneer je dat aan jongeren toont en hen dat
    laat meebeleven, komt voor het voetlicht waar het in geloofsoverdracht om gaat, namelijk dat het geloof geen leeg doosje is, maar werkelijk een grote schat, waarvoor we desnoods alles verkopen om hem in bezit te krijgen.
  • Een volgende waarneming is dat onze cultuur te maken heeft met een sterke drang om alles geweldig intensief te beleven (intensivering). We willen niet zomaar een verhaal of een leuk moment. We willen dat iets overweldigend, life changing en allesomvattend is. Dat geldt ook voor het geloof. We zijn er niet om af en toe eens iets moois of leuks mee te maken, maar het geloof vraagt in de ogen van velen om radicaliteit en toewijding, om een geloofsbeleving die werkelijk het centrum van het leven vormt.
  • In de derde plaats is er een roep om beleving. Geloof mag niet alleen iets van ons hoofd zijn, een kwestie van dogma’s of wereldbeschouwing. Geloven moet een way of life zijn, waar een leefstijl en de bijbehorende ervaringen integraal deel van uitmaken.
  • Ten slotte is er de tendens dat door de secularisatie kerken weliswaar krimpen, maar dat tegelijkertijd diegenen die in de kerk overblijven steeds orthodoxer en duidelijker worden in hun overtuigingen en levensstijl. Wie nu nog lid van de kerk is, heeft er toch echt zelf voor gekozen en dan mag je ook toewijding en overgave verwachten. Zeker voor jongeren betekent dit: toewerken naar een keuzemoment.

Praktijken
Deze trends beïnvloeden alle generaties. Ze vragen erom dat christenen onderling hun geloof delen door elkaar in de werkelijkheid van het leven met God te ontmoeten. ‘Je geloof delen’ is dus absoluut niet hetzelfde als
‘praten over het geloof’. Het is het samen deelnemen aan de praktijken van het kerk-zijn waarin het geloven vorm krijgt. Denk aan gemeentemaaltijden waarbij jong en oud elkaar ontmoeten, of aan een toerustingsdag van de kerkenraad waarbij bewust geluisterd wordt naar jongeren. Denk aan ontmoetingsmomenten tussen jongeren en ouderen binnen de gemeente, of aan avonden waarop een kring of wijk van (jonge) ouders over geloofsopvoeding doorpraat. Sluit als kerk bij het vormgeven van dit soort momenten helemaal en overduidelijk aan bij de behoeften van de kerkleden!
‘Je geloof delen’ is een onmisbare voorwaarde voor een levende kerk. Omdat vorm en inhoud sterk samenhangen, komt er veel aan op de vraag: hoe leer ik dat, mijn geloof delen? Dat gaat om meer dan tips en trucs. Hiermee komen we wat ik noem ‘vormende praktijken’ op het spoor. Door heel gewoon samen dingen te doen en te organiseren, leren we ons geloof te delen rondom de vraag: wat gebeurt er en hoe breng ik dat in verband met God? te delen.

Kringenwerk
In dit artikel wil ik tot slot duidelijk maken dat aandacht hiervoor niet de zoveelste hype is waarmee weer een gemeenteproject gevuld kan worden. Nee, aandacht vragen voor geloofgesprekken is een kristallisatiepunt
rond concrete ontwikkelingen binnen de GKv die mijns inziens met elkaar samenhangen. Allereerst het kringenwerk. In vrijwel alle gemeenten wordt momenteel nagedacht over het kringenmodel of een indeling in miniwijken; veel gemeenten zijn zelfs al in die vorm georganiseerd. Zo’n kring moet allerlei functies vervullen, waarvan onderling pastoraat tussen gemeenteleden vaak een belangrijke is. In de tweede plaats is het op veel plaatsen moeilijk om de ambten van ouderling of diaken te vervullen, en vaak ook functies als die van pastoraal bezoeker. Meer dan eens is het kringenwerk zelfs expliciet bedoeld als organisatorische oplossing om problemen
rond de talstelling het hoofd te bieden. Ten slotte blijkt dat daar waar het kringenwerk eenmaal is ingevoerd, jongeren in deze structuur maar heel moeizaam hun eigen plek kunnen vinden. Kennelijk zijn de vorm, structuur en inhoud van het kringenwerk niet geschikt om jongeren hierbij de nodige bedding te bieden voor zowel geloofsoverdracht als pastorale zorg.

Geloofsinhoud
Deze drie ontwikkelingen hangen nauw met elkaar samen en hebben alles te maken met het delen van het geloof. ‘Geloofsinhoud’ is zoals gezegd veel meer dan de uitleg van het Onze Vader of de apostolische geloofsbelijdenis. Bij geloofsinhoud gaat het over het geleefde geloof in de praktijk van onze levens en onze kerken. Geloofsinhoud gaat erover welke troost het feit dat Jezus Christus ons kocht met zijn bloed ons biedt in de praktijk van ons leven. Christenen mogen de inhoud van het grootste Godsgeschenk beleven in de praktijk. Moeite, geluk, tranen en een lach, eten en rouwen, verdriet en gezelligheid – zo is het leven van de christen. Dat leven is het waard met de schepper en je medegelovigen te delen.
Daarvoor is het nodig dat wij samen oude praktijken herontdekken en nieuwe praktijken ontwikkelen. Niet als verplichtende vormen waar iedereen altijd beslist aan mee moet doen, maar als hulpmiddelen om samen
de inhoud van het grote geschenk van God, namelijk het geloof, te beleven. Hoe belangrijk dat is voor de opbouw van de gemeente wil ik illustreren met voorbeelden op het gebied van de drie in de linkerkolom genoemde ontwikkelingen binnen de GKv.

Prachtig geschenk
Allereerst blijkt in het advies- en onderzoekswerk van het Praktijkcentrum hoe belangrijk het is dat kerkenraden hun taakuitvoering inbedden in het expliciete geloofsgesprek. De boeken van Marius Noorloos (Leven uit de
Bron en Groeien bij de Bron) geven hiervoor werkbare handvatten. Alleen het gezamenlijk delen van het geloof kan een vruchtbare basis zijn voor concreet beleids- en vergaderwerk. Wanneer daar binnen een kerkenraad geen ruimte voor is, tijdens de vergadering of daarbuiten, zal kerkenraadswerk verworden tot het uitvoeren van allerlei taken. Motivatie en inspiratie daarvoor zullen steeds moeilijker te vinden zijn.
Verder blijkt dat in het kringenwerk Bijbelstudie soms vervangen wordt door het praten over gevoelens. Daardoor krijgt het een vaag en inhoudsloos imago, dat bij heel wat gemeenteleden op weerstand stuit. Tegelijk
verwacht de kerkenraad soms enorm veel van het onderlinge pastoraat in de kringen, zonder dat de kringleden daartoe worden toegerust. Wanneer kringleiders en de verantwoordelijke ambtsdragers het belang gaan inzien van geloofsgesprekken als het delen van de praktijk van het geloof, kan kringenwerk heel goed werken. Dan moet er alleen wel een goede en breed gedragen visie aan het kringenwerk ten grondslag liggen, die de kerkenraad, de kringen en de gemeente als geheel zich eigen maken.
Ten slotte blijkt onder jongeren grote behoefte te bestaan aan integere geloofsvoorbeelden. Hun vraag is: hoe doen mensen dat, geloven? Wanneer in kringen niet alleen Bijbelstudieonderwerpen besproken worden maar ook gesproken wordt over momenten van geluk en weerstand in het geloofsleven, kan dat jongeren helpen hun eigen geloofsleven vorm te geven. Zij worden dan niet (alleen) in jongerenkringen of kinder- en tienerclubs gevormd,
maar komen dan in een ‘gewone’ kring in aanraking met het geloof in de praktijk.
Het doosje dat ze ontvangen, bevat dan een prachtig geschenk: doorleefd en gedeeld geloof.

Dit artikel is verschenen in De Reformatie nummer 13 /// jaargang 89 /// 21 maart 2014

The following two tabs change content below.

Hans Schaeffer

Post-doc onderzoeker Praktische Theologie Theologische Universiteit Kampen In het onderzoek richt ik me op de verzameling en analyse van empirische gegevens over de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Daarnaast houd ik me bezig met onderzoek in de deeldiscipline gemeente-opbouw. De analyse van kerkelijke praktijken geeft inzicht in de manier waarop kerkleden het kerk-zijn beleven. Door hierop theologisch te reflecteren kunnen de aandachtsvelden worden benoemd waarop verder moet worden doorgedacht.

Laatste berichten van Hans Schaeffer (toon alles)