“Wat God doet, dat is welgedaan”, zei een vader, toen zijn dochter hem het sterven van zijn zoon moest vertellen. Maar een paar weken was die ziek geweest. En de man meende het oprecht. Geen haar op zijn hoofd zou twijfelen aan Gods weg in dat bittere gebeuren. Maar voor hem begon de worsteling daarna. De spanning tussen wat je belijdend zou zingen, met een brok in de keel, dat wel, en de werkelijkheid waarin een van zijn kinderen hem voorgegaan was in de dood. Het was typerend voor zijn spiritualiteit, zouden we in de kerktaal van nu zeggen en dat was het tijdens zijn hele lange leven. Het was ook typerend voor zijn generatie. Alles kwam uit Gods hand en Gods hand was in alles. Zie zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus over Gods voorzienigheid.

Kostbaar
Er zit iets kostbaars in deze omgang met het geloof. Er spreekt vertrouwen uit in de Vader van Jezus Christus. Zou Hij die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard heeft…. Het doet ook denken aan die andere vader, de hervormde theoloog dr. K.H.Miskotte, die vanwege een complicatie bij een routine-ingreep zijn dochter verloor. En in verzet kwam tegen God. Maar tegelijk besefte hij dat de bodem onder zijn voeten weg zou zakken als hij het geloof/vertrouwen in Gods leiding op zou geven. Dan houd je niets over. Dan heeft het kwaad een plek in deze wereld. Wie garandeert dan dat God het daarvan zal winnen?
Ooit heb ik de begrafenis mogen leiden van een jong meisje, een jaar of achttien. Ze was met haar autootje te water geraakt en verdronken. Het moest van haar ouders gaan over een vers uit Romeinen 14: of we nu leven of sterven, we zijn van de Heer. De link naar zondag 1 van de catechismus ligt voor de hand. Heel het dorp was erbij. Later kreeg ik een reactie van een dorpsgenoot: gelukkig hoefde je in deze tijd niet meer te geloven in deze manier om Gods macht te erkennen Dat was voor haar een opluchting. En dat tekent de verandering in de manier waarop mensen van nu met de moeiten in het leven omgaan. Alle goede dingen komen van God, alle slechte dingen bestaan gewoon of, in een evangelische versie, komen van de duivel. Ik besef dat dit een karikatuur is, maar laat het voor de duidelijkheid staan. Maar als je er even over nadenkt: zo los je de spanning van het ene op maar krijg je een andere vraag terug.

Psalm 89
Midden in het boek van de Psalmen in de Bijbel staat een lange psalm. Een kunstig lied van de Erzachiet Etan, volgens het opschrift. Hij weidt uit over de trouw van God, over zijn beloften aan David, over Gods grootheid. Zo heeft hij God leren kennen. Hij citeert God: de belofte van trouw aan de dynastie van David. Maar dan kijkt hij naar de werkelijkheid van de verwoeste stad, van de verdreven koning en van de smaad van de vijanden over de verwoesting van Gods volk en van Gods gezalfde.
Er zit een spanning in die psalm. Etan komt er niet uit. De psalm zoals we hem kennen, eindigt wel met een lofprijzing, maar dat is er een in algemene zin: Zo wordt dit gedeelte van het psalmboek afgesloten. (Zie hiervoor de vertaling 1951: bij Psalm 90 begint het vierde boek van de Psalmen)
Ik vermoed dat die tweede helft van Psalm 89 weinig opgegeven wordt om te zingen. Je kunt er niet aan voorbij als je gewoon uit de Bijbel leest – en bij mezelf bespeur ik dan een lichte teleurstelling. Was nou gewoon geëindigd met die positieve lofzang op Gods beloften, denk ik dan. Maar die andere kant hoort erbij. Die laat in de Bijbel zelf de spanning zien van het geloof, waarmee we begonnen. We spreken grote woorden over God, in navolging van wat Hij over zichzelf doorgeeft. Is dat goed voor ons?

Triomfalisme
Uit de kerkgeschiedenis is bekend dat die Psalm 89 ook op een triomfalistische manier gebruikt kan worden. “Wij steken ’t hoofd omhoog en zullen d’eerkroon dragen”, berijming 1773. De psalm werd Abraham de geweldige toegezongen (dr. Abraham Kuyper) tijdens vergaderingen van de Antirevolutionaire Partij, die in die jaren deelnam aan de regering. Moet je eens kijken hoever die verachte gereformeerden gekomen zijn. In die traditie past het dat je alleen het eerste gedeelte van dit kunstig gedicht zingt.
In deze tijd stellen we aan evangelische gelovigen wel de vraag: leggen jullie niet een te groot accent op de overwinning van Jezus en op een overwinningsleven? Het is toch een en al strijd in ons bestaan? Maar als gereformeerden konden we er ook wat van.
Wat er dan gebeurt is dat je in feite de spanning van het geloof overschreeuwt. Dat je jezelf niet toelaat om je vragen te uiten. We kijken nog even naar die twee vaders uit het begin van dit artikel. De eerste sprak maar moeizaam over wat er in zijn hart aan vragen leefde. Dr. Miskotte schreef er publiek over. En hij gaf het een plek in zijn geloof. Hij integreerde zijn levensvragen en wat hij van God wist.

Zingen
Psalmen zijn bedoeld om te zingen. Het liefst in zijn geheel, of op zo’n manier dat het geheel tot zijn recht komt. Dat geldt ook van Psalm 89. Je kunt het begin net zo daverend zingen als meestal gebeurt met Opwekking 354 (Glorie aan God) Maar dan kom je in de moeite met het tweede gedeelte. Zit Etan bij de puinhopen neer? Laat die moeite maar staan. Je kunt dat met een kunstgreep oplossen door erop te wijzen dat Christus natuurlijk de gezalfde is om wie de psalm vraagt. En dat is natuurlijk zo. Maak maar een aanvulling op de psalm, zou je zeggen Maar ik denk dat die psalm in de oudtestamentische versie een eigen plek heeft. Etan helpt om jezelf boven je vragen over Gods bestuur uit te zingen. Net als de dichter van ‘Wat God doet dat is welgedaan’ dat deed in de op een na meest verschrikkelijke periode van de Duitse geschiedenis: de dertigjarige oorlog in de zeventiende eeuw. Op de puinhopen klinkt de belijdenis van Gods trouw. De psalm helpt dan ook om die spanning ter sprake te brengen. Verschuil je niet achter (te) grote woorden.

Meezingen
Dan moet je wel meezingen natuurlijk. Ik merk als rondreizend prediker dat het niet meer vanzelfsprekend is dat mensen in de kerk meezingen. Er ontstaat – nu vul ik even in en misschien ten onrechte – een gewoonte om je mond alleen open te doen bij wat je kunt meemaken. Dat is soms niet zo bar veel. En dan verlies je de spanning die er is tussen je eigen ervaring en wat God over zichzelf openbaart. Er zijn momenten in ene mensenleven dat die spanning heel groot is. Dat je je met je vingers vastgrijpt aan de rand van de afgrond waar je boven bungelt. Je weet niets meer zeker behalve dat ene, dat God er is. De rest van de geloofsleer kan je even gestolen worden.
Maar ook dan leef je vanuit die spanning tussen wat de Bijbel doorgeeft over God en wat jezelf ervaart. En het helpt om die grote woorden te zeggen en te zingen. Net als die vaders uit het begin dat deden, elk op hun eigen manier.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 29 juli 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)