Tafelmanieren zijn in de loop van de eeuwen enorm ontwikkeld. We graaien niet langer met een oerkreet de kluiven van het vloerkleed ( cd Kinderen voor kinderen, nr 14), maar eten wel met mes en vork. Alleen in het barbecueseizoen komt het stenen tijdperk bij sommige mensen weer wat naar boven. Als je dat nagaat, zit daar een ontwikkeling in. Het begon met een mes, later kwam een lepel en nog veel later een vork. Het belang zit daarin dat je leert eten op een manier waarbij je een ander niet stoort en ook de kans geeft de geëigende portie te nemen. Geen zinnig mens wil blijvend terug naar de oertijd waarin het recht van de sterkste gold rond de etenspot. We profiteren van de ervaring van ons voorgeslacht. En niet alleen op dit punt.

Omgang met de Bijbel

Laten we dat eens meenemen naar een ander punt. De uitleg van de Bijbel. Onlangs was er in Kampen een conferentie over de bekende term sola scriptura. Voor wie geen latijn kent, of de boekjes van dr. C. Van der Waal met deze titel niet meer in de kast heeft staan, dat betekent: alleen de schrift. Het principe is in onze belijdenis terecht gekomen in artikel 7, over de volkomenheid van de Bijbel en het verschil met alle menselijke geschriften, inclusief dus de belijdenis zelf. De traditie is geen bron van openbaring. Dat was toen de discussie met de kerk van Rome, die zich toespitste op de manier waarop je spreekt over Gods genade. Maar betekent dat dan ook dat je elke keer als iemand tot het geloof komt bij het nulpunt begint? Of profiteer je ook van de leeservaring van de mensen die ons zijn voorgegaan? Die schuif je toch niet opzij? Je leert een kind nu toch ook te eten met mes en vork.

Wegen in de tijd

Er zit nog een dimensie bij. De ontwikkeling van tafelmanieren ging ‘vanzelf’. Dat is iets van deze schepping en al staat dat niet los van het werk van de heilige Geest, Hij is er op een andere manier bij betrokken dan bij de ontdekking van wat God ons allemaal van Zichzelf liet weten in de Bijbel.
Liedboek (1973) 244, dat gaat over de heilige Geest, brengt dat zo onder woorden: de Geest schrijft wegen in de tijd. Stap voor stap heeft de kerk onder leiding van de Geest dingen ontdekt over God en onder woorden gebracht. Soms in een pijnlijk proces, waarbij ze stelling moest nemen tegen ideeën die tegen de Bijbel ingingen. Wij leven nu in 2015 na Christus. Dat betekent dat we heel wat ervaring in bijbellezen vanuit het verleden kunnen gebruiken. Als je de term sola scriptura, alleen de Schrift, gebruikt wil dat dus nog niet zeggen dat je dat allemaal kunt negeren. Integendeel, het helpt je verder. Samen met de kerk van alle tijden en plaatsen je geloof belijden is dan ook een wezenlijk onderdeel van de kerkdienst.

Nieuwe wegen

Zit je daarmee vast aan wat ooit onder woorden gebracht is en nu naar ons toekomt in een gestolde zeventiende-eeuwse vorm? Ik wil de vergelijking met de tafelmanieren nog even voortzetten. Op recepties blijft vaak de grote roomsoes op de schaal met het gebak liggen: hoe werk je die met goed fatsoen naar binnen? Alleen met een vorkje lukt dat niet zo goed. Maar in ’s Hertogenbosch, waar ze een supervariant hebben uitgevonden, de Bossche bol, hebben ze ook daar wat op gevonden: die eet je met mes en vork. (Tip voor de cateraars onder de lezers.) Er zijn in het oerwoud van bestekonderdelen dingen die je nu naar het museum brengt, er zijn dus ook nog steeds dingen die je gaandeweg  leert. Waarom zou dat dan niet zijn met de kennis die we in de loop van de eeuwen doorgeven over onze God? Of is de heilige Geest opgehouden met wegen in de tijd te schrijven? Kun je, om even in de lijn  van de vergelijking te blijven, dezelfde onderdelen ook anders gebruiken? Gebruikmaken van ervaring is dus nog niet hetzelfde als eenvoudig kopiëren, of napraten.

Blijven belijden

Let eens op de manier waarop de belijdenis geformuleerd is. Ze staat in de tegenwoordige tijd: ik geloof, wij geloven. En ook nog eens in de eerste persoon. Ze reikt woorden aan van lang geleden, maar verwacht dat we die nu ons eigen maken. Ze onderhoudt de band met de kerk van alle tijden, maar geeft tegelijk aan dat je niet onkritisch alles maar moet overnemen. Ze verzet zich zelf tegen een hantering ervan waarbij de woorden tot dichtgetimmerde formules kunnen worden. Dat was een van de dingen die op het hierboven genoemde congres een rol speelde: ook zo’n prachtterm als sola scriptura kan je op een bepaalde manier in de weg staan bij de omgang met de Bijbel. Er zit een dynamiek in die de kerk van alle tijden helpt om in deze tijd kerk te zijn. Ik kom daar graag nog eens op terug.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 27 juni. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18