De kranten staan elke dag weer vol van machtsmisbruik. Het gebeurt in oorlogsgebieden maar ook dichterbij, tussen mensen onderling. Wat is de aard van macht, en hoe werkt het? Henk Geertsema verbindt inzichten uit de sociologie met de Bijbelse figuur Esther.

In ons gezin hebben wij de Bijbellezing altijd gedaan vanuit de gedachte van de Lectio Continua: beginnen met lezen direct na het gedeelte waar je de vorige dag geëindigd bent. Deze wijze van Bijbellezen heeft soms nadelen, bijvoorbeeld dat je door lastige teksten uit de profeten ‘moet’ worstelen.
Maar het heeft als voordeel dat je door de hele Bijbel heenkomt en niet slechts datgene leest wat passend is bij de eigen tijd, plaats en voorkeuren. Soms ontstaan daarbij boeiende interferenties tussen het gedeelte dat aan de orde van behandeling is en de dagelijkse werkelijkheid.
Bij de opleiding Godsdienst-pastoraal werk aan de hogeschool Viaa te Zwolle ben ik verantwoordelijk voor de module ‘Cultuurfilosofie: Macht en conflict’. In die module verkennen we de aanwezigheid, risico’s en mogelijkheden van macht. Over hoe macht werkt en kan worden onthuld en tegemoet getreden.
We gebruiken als basis het boek van emeritus hoogleraar sociale psychologie Mauk Mulder, De logica van de macht, aangevuld met onder andere een bespreking van de opvattingen van de Franse filosoof Michel Foucault, en een artikel van hoogleraar Praktische theologie Ruard Ganzevoort ‘Haatbaarden, kleuterneukers en een pannetje soep’.
Mulder beschouwt macht als iets positiefs, mits het in goede banen wordt geleid. Macht is relationeel, moreel en afhankelijk van de acceptatie van de minder-machtigen. Macht kan misbruikt worden, maar de minder-machtigen staan daar niet werkeloos tegenover: door gesprek of door het gebruik van tegenmacht kunnen zij misbruik van macht verminderen of beëindigen. Volgens Foucault is macht niet iets dat je zo maar ergens kunt aanwijzen, maar zit macht in alle vezels en verbanden van een samenleving. Macht is dan ook niet per se slecht, maar kan, omdat het relatief onzichtbaar is en zo diepgaand ingebed in het dagelijks leven wel tot onderdrukking en uitsluiting leiden. Als voorbeeld bespreekt Foucault onder andere de uitsluiting van psychiatrisch patiënten in de loop van de Westerse geschiedenis.

Esther
Ganzevoort bespreekt hoe macht met bepaald taalgebruik wordt ondersteund. Wie het heeft over ‘haatbaarden’ zet een ‘frame’, een ‘omlijsting’ neer waarin een bepaalde groepering in de samenleving getypeerd wordt (de diagnostische functie), waarin tegelijk een impliciete voorspelling over hun opvattingen en te verwachten gedrag wordt uitgesproken (de prognostische functie). Als derde element heeft het frame, de ‘schilderij-lijst’ de uitdaging om tot actie over te gaan (zoiets kunnen we toch niet laten gebeuren, de motiverende functie).
In de periode dat deze module draaide lazen we thuis de geschiedenis van Esther. Het verhaal begint in het derde jaar van koning Ahasveros. Iedere manager zal het herkennen: in je eerste jaar ben je bezig rommel op te ruimen en potentiele tegenstand onschadelijk te maken; in je tweede jaar ben je druk om de organisatie vorm te geven zoals jij het wilt; je derde jaar is het jaar van de oogst en de rust. En Ahasveros laat dat merken: ik heb nu de tijd om eens nadrukkelijk feest te gaan vieren, in het land en in mijn eigen paleis, ik heb de macht!
Het vervolg is bekend: koningin Wasti weigert om als vrouw voor de dronken koning en zijn dronken adel en ministerraad te komen showen hoe mooi ze is. Je kunt je haar weigering voorstellen: een groep mannen die zeven dagen lang onbeperkt aan de drank heeft gezeten is geen fraai en fijn besnaard gezelschap met poëtisch taalgebruik. De minder-machtige stelt de moraal van de machtige aan de orde en doorbreekt daarmee het relationele evenwicht (Mulder).
De staats-sociologen en staatsrechtgeleerden hebben dit feilloos door: als de koning dit door de vingers ziet, dan is het gedaan met de structuren in de samenleving, dan krijgen ‘die’ vrouwen de macht om hun mannen tegen te spreken en te weigeren aan hun wensen te voldoen. Want alle vrouwen zullen dan gaan weigeren hun man te gehoorzamen (Ganzevoort’s prognostische functie). Dat keert de hele boel om en dat kunnen de machthebbers (thuis) niet gebruiken. Daarom moet er direct voorzien worden in nieuwe wetten om deze ramp te voorkomen en de zaak weer netjes dicht te smeren (Ganzevoort’s motiverende functie). Sterker nog: wanneer de koning dreigt spijt te krijgen van zijn dronken gedrag (de machthebber lijkt enige moraal te hebben), dan zorgen de beleidsambtenaren ervoor dat de machtsverhoudingen nog dieper worden geconsolideerd: ieder mooi jong meisje wordt van de straat geplukt om te dienen als bevrediging van één nacht van de lusten van de koning. Twee vliegen in één klap: de koning rustig en de vrouwen volledig teruggedrukt (misschien nog wel erger dan eerder) in de rol van lustobject dat te allen tijde ter beschikking van de mannen-machthebbers staat (Foucault).

Geen sprookje
In die situatie wordt ook Esther van de straat opgepakt en voorbereid op haar rol om één nacht het seksspeeltje van de koning te zijn en dan te verdwijnen naar de harem en daar nog tientallen jaren feitelijk gevangen te zitten. Als zij bij de koning mag komen zijn er waarschijnlijk al honderden jonge meisjes door de koning gebruikt en weggedaan (de episode met Wasti wordt beschreven rond het derde regeringsjaar, Esther gaat naar de koning in zijn zevende regeringsjaar).
Esther blijkt in de smaak te vallen en wordt koningin. Eind goed al goed lijkt het. Zeker in het licht van de verdere geschiedenis waarin Esther de redder van het Joodse volk wordt. Een Bijbels sprookje in de vorm van een Assepoester-verhaal. Maar dan staat daar ineens Esther 2:19: ‘Toen nu voor de tweede maal maagden bijeengebracht werden …’ Dus Esther is de geliefde koningin geworden, met bruiloft en al, maar de koning blijft gewoon doorgaan met de ene na de andere jonge vrouw in zijn bed te nemen. Maar dan is Esther ook helemaal geen sprookje. Dan heeft de gelovige vrouw op de invloedrijke plaats helemaal geen aangenaam bestaan. Dan heeft ze als gelovige misschien wel een taak in het koninkrijk van God, maar dat betekent niet dat ze daarmee een prettig en blij leven kan leven: ze heeft het maar te pikken dat ze soms de koning mag plezieren in bed en dat hij daarvoor en daarna een bende andere vrouwen heeft gehad. En dat er niets aan die situatie zal veranderen.
Esther maakt zo een einde aan christelijk triomfalisme. De Heer is weliswaar opgestaan en regeert in de hemel, maar hier op aarde zijn de misbruikende machthebbers en onderdrukkende omstandigheden niet voorbij. Nog niet.

Dit artikel is geschreven door Henk Geertsema en gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 17 april 2015

The following two tabs change content below.
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk