Voor deze special van ZOUT hielden wij een kleine ­enquête*. We vroegen kerken naar hun waarnemingen op het gebied van relaties tussen christenen en niet- of andersgelovigen.

Wat is de stand van zaken rond dit onderwerp?
Hieronder een aantal lijnen die wij opmerken op grond van het onderzoek en onze waarnemingen in de praktijk van ons werk.

  • Mensen met een niet-christelijke partner zullen er steeds meer komen. Het aantal christenen neemt verder af en het aantal andere culturen en religies neemt juist toe. Deze trend lijkt echter in de kerken nog niet duidelijk zichtbaar te zijn.
  • De kerken die meededen aan ons onderzoek hebben vaak geen duidelijk beleid rond gemengde verkeringen. Wel gaat men meestal het gesprek aan en wordt de niet-gelovige partner uitgenodigd mee te doen aan een Alpha- of Emmaüscursus.
  • Gemengde relaties zorgen er enerzijds voor dat mensen het evangelie omarmen, anderzijds is het een oorzaak van kerkverlating. De groep afhakers lijkt kleiner te zijn dan degenen die gaan geloven, maar wij vragen ons af of de kerken voldoende zicht hebben op de eerste groep en wat de werkelijke reden van hun vertrek is.
  • Wat opvalt in de portretten die je hiervoor hebt kunnen lezen, is hoe de band van de christelijk partner met God van grote betekenis blijkt. Marieke zegt daarover: ‘Toen ik Martijn leerde kennen was ik heel wankel in mijn geloof.’ Ook voor Laura leverde de relatie geloofsstrijd op ’… soms komt dat na een preek nog wel eens terug. Ik doe toch iets wat God niet wil.’
  • Opvallend veel mensen met een niet-christelijke partner hebben ook zélf allerlei vragen of worstelen met schuldgevoelens. Hun band met God staat onder spanning. Toch zien we ook mensen bij wie hun relatie met God zich verdiept, juist vanwege hun niet-christelijke partner!

* Aan ons onderzoek deden 63 kerken mee. Op grond daarvan kunnen we geen stellige ­conclusies trekken. We denken echter dat deze enquête wel een indicatie geeft voor de­ ­praktijk rond gemengde relaties binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).