Geen van de kleermakers van de keizer kon hem tevreden stellen. Wat ze aanleverden deugde niet. Toen deden ze alsof ze ragfijne kleding voor hem maakten, die hij aantrok en daarmee de stad in ging. Totdat een klein kind schreeuwde: de keizer heeft niets aan. Die prikte er door heen. In dat sprookje van Hans Christian Andersen gaat het om twee dingen: de inhoudsloze pretentie én de functie van dat kind.

Ik moest daaraan denken toen ik een tijdje geleden weer instemming met de belijdenis betuigd heb en beloofd heb als prediker niets te leren dat daarmee in strijd is. Het is ook weer de tijd dat ambtsdragers gekozen en bevestigd worden – en in het vervolg daarop ook hun handtekening moeten zetten onder het binnen de GKv nieuwe bindingsformulier. Je zegt daarmee dat je instemt met de leer van de Bijbel, zoals die beleden wordt in de belijdenissen. Grote woorden.

Ritueel
Het kan zomaar tot een inhoudsloos ritueel worden, dat verder geen functie heeft en er nu eenmaal bij hoort, zoals vroeger een zwart pak voor kerkenraadsleden. Je zegt ja en je ondertekent netjes, maar het functioneert verder niet. Dan roep je als kerk heel duidelijk dat je instemt met de aloude belijdenis en gewoon gereformeerd bent, maar in de praktijk ga je je eigen gang. Het klassieke verhaal vormt dan de onzichtbare kleding van de keizer. Bedoeld om mensen met een hang naar vroeger gerust te stellen.
Functioneert de belijdenis inmiddels zo? Dat wil ik niet zeggen. Ze is wel meer op de achtergrond gekomen: soms kom je als prediker na zes weken weer eens in een gemeente waar nog wel uit de catechismus gepreekt wordt en dan zijn ze toe aan de volgende zondag. En uit het hoofd leren van de catechismus is ook niet meer van deze tijd. Alleen daaraan merk je al dat er een andere omgang met de belijdenis is gekomen. Het gaat nu meer om de inhoud van wat we met elkaar belijden dan om de formulering ervan in die oude geschriften. En daarbij is het extra belangrijk om jezelf elke keer de vraag te stellen: waar staan we voor? Schrikbeeld hierbij is de Engelse detective op TV, waar bij elke gespeelde begrafenis de klassieke woorden uit de Anglicaanse liturgie klinken, maar waarin de betekenis van het geloof verder niet aan te wijzen valt.

Visie
Veel plaatselijke kerken hebben tegenwoordig hun eigen belijdenis. Die heet dan een visiedocument. Vaak op de website te vinden. Dat document geeft dan weer waar je als plaatselijke kerk voor staat. En dan kom je dezelfde spanning tegen. Misschien in de praktijk nog wel schrijnender, omdat het in zo’n visie vaak gaat over de omgang met mensen. Wat moet je als je in je visie zegt dat betrokkenheid op elkaar heel belangrijk is, maar er in de praktijk van het drukke leven van 2016 bijna niets van terecht komt? Of dat het pastoraat aan de gemeente teruggegeven is, maar de gemeente komt in meerderheid daarvoor niet in beweging? Dan gaan die grote woorden tegen je werken.
We hebben daar wat op gevonden. Net als in het sprookje van de nieuwe kleren. De keizer trapte erin omdat hem werd wijs gemaakt dat alleen slimme mensen die kleren konden zien. En we zijn slim: je kunt de kloof tussen je ideaal en de werkelijkheid met woorden overbruggen. Nu zit er altijd spanning tussen je belijden en beleven. Je christelijke kleren zijn aan de ruime kant, als het goed is. Maar met vijf maten te groot kom je niet weg.

Enfant terrible
In de kerk kunnen er dan mensen zijn die door die mooie verhalen heen prikken. Net als het kind in het sprookje. De keizer was daar eerst niet blij om. Maar het bracht wel ontnuchtering. Als iemand kritische vragen stelt, of kritische opmerkingen maakt, kan dat wrevel oproepen: hij of zij verstoort de mooie droom, prikt door de zeepbel heen die zo mooi glanst in de zon. Maar je hebt klokkenluiders nodig als gemeenschap. De Bijbel is vol van dat soort mensen, te beginnen bij de Heer Jezus zelf. Het is dan voor de gemeenschap heel verleidelijk om te suggereren dat je beter je heil elders kunt zoeken: er is in de diverse kerkelijke wereld vast wel een gemeente waar je beter past, binnen of buiten je eigen kerkverband. Maar wat belijden we ook al weer over de gemeente van Christus? Toch niet dat het een club is van mensen die het ontzettend met elkaar eens zijn.

Hoopvol
Ik besef dat dit allemaal wat cynisch kan overkomen. En zulke mensen kom ik ook tegen. Mensen die helemaal afgeknapt zijn op de mooie woorden die gesproken worden. Woorden die breken op de daden van de kerk, Liedboek (1973) 360. Toch brengt dat lied ook terug naar de kern van het kerkzijn: de viering van de gemeenschap met Christus in het avondmaal. Een belijdenis op zich: je voegen in die grote schare van mensen die etend en drinkend uiting geven aan hun vertrouwen op de Heer van de kerk. Dat bewaart voor cynisme en geeft hoop.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 30 april. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18