Je hoort erbij. Dat is vanouds de verbondsopvatting binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv). Maar wat als mensen liever niet meer horen bij een club, en al helemaal geen krimpende club? Hans Schaeffer van de Theologische Universiteit Kampen gaat op die vraag in tijdens het symposium over Kansen bij krimp, dat binnenkort plaatsvindt in Zwolle. “Succesvol zijn is geen doel van de kerk,” zegt hij.

Jongeren hebben minder met instituten en laten zich moeilijker binden aan een gemeenschap, stelt Schaeffer, die in zijn workshop toespitst op de krimpende kerk en de veranderende vrijgemaakte kerken. “De generatie twintigers van nu staat heel blanco tegenover kerk en geloof en voelt weinig druk om bij een kerk te horen. Wij, vrijgemaakte kerken, weten daar niet zo goed raad mee. Onze verbondsopvatting is vanouds dat je erbij hoort. Terwijl jongeren die de kerk over vijftien jaar moeten dragen helemaal niet weten of ze ergens bij horen en waar ze dan bij horen. Ouderen hebben deze vragen niet zo en ze snappen jongeren ook niet altijd. Doe maar gewoon mee, denken zij.”

De vrijgemaakte kerken hebben volgens Schaeffer tot op heden niet ingespeeld op deze ontwikkeling. “Ik weet niet of dat mogelijk was geweest. De kerk is geen organisatie die je met goede plannen en goed management wel even kunt besturen.” Toch is de GKv niet dezelfde gebleven. “Ik zie predikanten en jeugdwerkers hun uiterste best doen. Op allerlei manieren proberen ze jongeren erbij te houden. Ik denk dat we onbewust zijn uitgegaan van het bestaande paradigma: wij weten wat de kerk is en passen die wat cosmetisch aan. Maar weten wij wel wat kerk-zijn is?”

Die cosmetische veranderingen hebben de krimp niet kunnen tegenhouden.
“Je kunt jongerendiensten organiseren en hen actief betrekken door taken te geven, maar dat werkt lang niet overal. Er zijn genoeg veertigers die al jaren actief meedraaien in de kerk, maar zich ook niet thuis voelen. Het ligt dan meer dan vroeger voor de hand om dan te vertrekken.

Verder zie ik dat het vooral grote steden zijn waar pioniersprojecten opbloeien. ‘Gewone’ dorpsgemeenten op het platteland hebben het kerk-zijn niet zo aangepast. Dat zit ook niet in de volksaard. Jongeren die gaan studeren en naar grote steden trekken, worden volledig ondergedompeld in de cultuur van vandaag. Zij ervaren een enorme kloof tussen de kerk en het dagelijks leven.

De kerk moet geen vluchtheuvel zijn. Geen eilandje van rust waar we de boze wereld even achter ons laten en ons laven aan iets moois, wat daarna helaas weer voorbij is. Momenten in de kerk zou je juist moeten meenemen naar het dagelijks bestaan. Laten we met elkaar naar vormen zoeken om dat tot uitdrukking te brengen.”

Wat moet er veranderen in de kerk?
“Laten we meer beseffen dat een kerk geen organisatie is die moet inspelen op onze behoeften. De kerk is allereerst een plaats waar christenen samenkomen om God te dienen en Hem te eren. Worship is zo’n mooi woord daarvoor. De kerk is de plek waar ik kan uiten dat ik God nodig heb omdat ik Hem heb leren kennen. Laten we beseffen dat we afhankelijk zijn van God en dat het leven niet maakbaar is. Wij willen kerk-zijn omdat we aangeraakt zijn, omdat God ons gegrepen heeft.”

In zijn eigen kerkelijke gemeente was een tijdje terug een meisje dat ernstig ziek was. Er werd gevochten voor haar leven. “Tijdens een bidstond we riepen naar boven om hulp. Gewoon op een doordeweekse avond, maar er kwamen wel honderd mensen op af. Op zo’n moment begrijpt iedereen waarvoor kerk bestaat. De kerk zou momenten moeten creëren waarop duidelijk wordt waar het om draait.”

Hoe dan? Schaeffer: “Laten mensen in commissies en taakgroepen momenten van spiritualiteit kunnen inbouwen, zodat zij niet alleen bezig zijn met targets. Momenten waarop zij het geloof delen en tot elkaars hart spreken: waarom bestaan wij, waarom geloof ik, wat drijft mij. Dat hoort bij het kerk- en christen-zijn.”

Kunnen we daarmee een krimp tegenhouden of moeten we gewoon accepteren dat de kerk leegloopt?
“Dat zullen we zien. Ik denk niet dat we een strategie moeten bedenken om krimp te voorkomen. Dan zou de kerk uit zijn op met machtsbehoud. Toch zie je dat mensen graag bij een club willen horen die het goed doet en niet bij een groep die krimpt. Het is van belang om dat gevoel weg te halen. Succesvol zijn is geen doel van de kerk. Natuurlijk hoeven we niet lijdelijk toe te zien en moeten we steeds weer nagaan hoe we het goede kunnen doen. Maar niet als strategie. Groei is niet maakbaar, maar een zegen van de Heer. De krimp geeft wel aanleiding tot bezinning.”

‘Kansen bij krimp’ luidt het thema van het symposium. Wanneer kun je blij zijn met een krimp?
“Dan denk ik aan een vergrijzende gemeente in Drenthe. De toekomst ziet er niet rooskleurig uit: ze hebben 160 leden en jeugd is er nauwelijks meer. ‘Help’, denk je dan. Tegelijk ontstaan er mooie dingen door dat ‘help’ voor het aangezicht van God te brengen en te erkennen dat wij het niet weten. Dat hebben we gedaan tijdens een gemeenteavond. Toen ontdekten de leden hoe goed het is om met elkaar christen te zijn. Ze beseften weer: we zijn aan elkaar gegeven. Misschien wel op een diepere manier dan tien jaar geleden, toen krimp niet aan de orde was. Dat zorgt voor een ‘hoera’, want we weten weer waar het om gaat.”

In Zwolle vindt op vrijdag 18 maart het symposium ‘Kansen bij krimp’ plaats. Klik hier om je aan te melden.

Dit artikel is gepubliceerd op donderdag 3 maart op CIP.nl door Anne Vader

The following two tabs change content below.

Jannet de Jong

Adviseur Praktijkcentrum
Maakt graag samen nieuwe plannen die passen bij jouw gemeente. Doet dat het liefst in een duurzaam proces. Studeerde theologie en missionair gemeente-zijn met de vraag: hoe ben je kerk vandaag en wat heb je daarvoor nodig? Werkt aan gemeenteonderzoek en denkt na over krimpende kerken. mail Jannet

Laatste berichten van Jannet de Jong (toon alles)