Kerk, dat ben je toch in je eigen leefwereld? Al dan niet geografisch bepaald. Het hart van de kerk klopt in de plaatselijke gemeente. Daar kom je samen om te luisteren naar Gods stem, Hem te aanbidden in lied en gebed en de liefde concreet te maken. Vrijgemaakte kerken hebben altijd hoog ingezet op de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk en in het Nederland van nu wordt die nadruk alleen maar sterker. Wie erbij wil horen haalt vlees bij de plaatselijke slager, gebruikt producten uit eigen streek en wil de kippen zien die voor jou eieren leggen. Het landelijk instituut wordt steeds minder belangrijk. Sterker: misschien is er wel een wantrouwen tegen wat verderop over ons besloten wordt. Een wantrouwen dat los staat van de concrete besluitvorming. En dan komt er een generale synode bij elkaar. Tweeëndertig mannen die via een getrapte verkiezing, ook dat nog, aangewezen zijn om over een aantal dingen die de plaatselijke kerken raken, besluiten te nemen. Wat moet ik daarmee?

Waar hoor ik bij?
Kenmerkend voor deze grotere nadruk op de plaatselijke kerk is dat (jonge) mensen lid zijn van De Voorhof of de Morgensterkerk of hoe ze ook maar heten en dat het daarbij helemaal niet interessant is dat het om een vrijgemaakte kerk gaat. Je merkt dat ook in het gemak waarmee kerken gaan samenwerken met andere plaatselijke kerken, met of zonder toestemming van het kerkverband. De onderlinge herkenning is snel groter dan de door landelijke voorschriften gereglementeerde erkenning.
Het is belangrijk om ergens bij te horen en een gemeenschap die de leden ervan dat gevoel geeft, heeft een duidelijk pre. Dat bij elkaar horen wordt anno 2017 minder bepaald door het onderling met elkaar eens zijn over van alles en nog wat dan door die ervaring van de gemeenschap. Er komt een andere manier van kerkzijn op en dat is van invloed op de houding tegenover het kerkverband.

Verwachtingen
Tegelijk zijn de verwachtingen hooggespannen. Zal deze synode een knoop doorhakken over de vrouw in het ambt? De net verkozen preses, ds. Melle Oosterhuis, merkte op dat er nu wel een besluit genomen moet worden, zonder zich daarbij uit te laten welke richting dat uit zou moeten vallen. Het raakt de verhouding met de zusterkerken in het buitenland die met argusogen volgen wat er in Nederland gebeurt en soms de GKv ook al de wacht hebben aangezegd. Heeft besluitvorming over de vrouw in het ambt gevolgen voor wat er tussen de drie gereformeerde kerken besloten wordt over de vorming van een gezamenlijke theologische universiteit? En laat je bij je eigen stellingname die strategische overwegingen meespelen? Je praat niet in het luchtledige, al zijn de synodeleden bij elkaar in een conferentie-oord, buiten de ‘gewone’ wereld. De verwachting dat de synode knopen zal doorhakken in de door jezelf gewenste richting kan haaks staan op de verwachting in het algemeen: ik vind een synode maar niks, maar als ze nou eens dit of dat zouden besluiten?

Schaduw van het verleden
Misschien speelt er nog iets anders. Via Facebook kwam ik een schuldbelijdenis tegen van een predikant, over zijn ware kerk ideologie van toen hij begon. En dat naar aanleiding van een gezang uit het liedboek: de ware kerk des Heren… Binnen de GKv gezongen als: de kerk van alle tijden. De verzuiling had een vrijgemaakte variant. En ook in pastoraat heeft het idee van de ene ware kerk, in de ogen van de gelovige van nu, veel schade aangericht. Het creëerde een afstand tussen mensen die van harte de verschijning van Christus liefhadden, maar wel lid waren van een verschillend kerkgenootschap. En juist synodes waren een exponent van dat denken. Daar werden bijvoorbeeld besluiten genomen die het uiteengaan van GKv en NGK consolideerden, die de verhouding met de Christelijke Gereformeerden raakten. Die schaduw achtervolgt de GKv, zelfs als nadrukkelijk onder woorden gebracht wordt dat ‘we’ er intussen anders over denken.

De kerk van alle tijden
Als je erover nadenkt, zit in ‘de kerk van alle tijden’, op zich al een correctie op het idee dat de werking van de heilige Geest gekanaliseerd is in één kerkverband. Het daagt immers uit om je eigen werken in de kerk te zien in het grote verband van Christus’ werk. Het bevat een zinspeling op wat Paulus schrijft in Efeziërs 4: één Geest, één doop, één roeping. Het lied herinnert aan de katholiciteit van de kerk. Het laat je beseffen dat jou misschien kleine gemeente opgenomen is in dat grote verband van de wereldkerk. Het gaat over het fundament van het kerkverband. Het geheim daarvan is de verbondenheid is Christus. Daarom heb je met elkaar te maken. In Nederland en daarbuiten. Natuurlijk moet een kerkelijke vergadering soms concrete besluiten nemen. Of het nu om een variant gaat van wat vroeger gewoon de kerkenraad heette en nu gepresenteerd wordt als de raad van oudsten of om een generale synode. Maar laten we die geestelijke eenheid vooropzetten.

Open gesprek
Het is niet mijn bedoeling de concrete vragen te relativeren. Dat is soms niet meer dan een manier om je eigen standpunt in ieder geval voor jezelf boven kritiek te plaatsen. En een gevoel van veiligheid te garanderen. Maar wat is dat voor veiligheid als er geen ruimte is voor kritische vragen? Daarbij zijn er twee richtingen: mag iemand nog ingaan tegen de algemene tendens? Als gewoon kerklid of – de andere kant – als kerkenraad of kerkelijke vergadering bijvoorbeeld? Hoe open is het gesprek? Of ga je discussies uit de weg omdat die alleen maar verwijdering scheppen?
Van een kerkelijke vergadering mag je verwachten dat ze zich inzetten voor de eenheid van de kerk. Dat is iets anders dan de kool en de geit sparen. Van een landelijke vergadering mag je hopen dat de besluiten die ze neemt goed zijn voor de lokale kerkgemeenschap. Want daar gebeurt het. Niet zozeer vanuit de mode van deze tijd om het vooral lokaal te zoeken, maar omdat daar een gemeenschap is die leeft bij het woord van de Heer.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 21 januari 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18