“Sta op en schitter” Woorden uit Jesaja 60: 1. Maar een vermoeide moeder paste die op zichzelf toe toen haar kind voor de zoveelste keer die nacht om haar moeder riep. En ze vond de kracht om op te staan en te schitteren voor haar kind. Een voorbeeld uit een interview in het Nederlands Dagblad van begin 2017.
Je kunt daar twee dingen mee doen. Als afgestudeerd theoloog zeg ik meteen: dit slaat nergens op. In Jesaja is het een profetie over herstel voor Jeruzalem, over Gods grootse plan met zijn volk. Een bemoediging voor de mensen die verdriet hadden omdat het ook na de ballingschap nog steeds niet goed ging met de stad. Dat kun je niet zomaar toepassen op zo’n persoonlijke situatie. Deed ik dat in een preek, dan kwam er terecht kritiek. Daarvoor komen mensen niet naar de kerk.
Toch vond die moeder in deze woorden net de steun die ze op dat moment nodig had. Mensen kunnen met een kromme stok geen rechte slagen slaan, maar de heilige Geest kan het blijkbaar wel. Wat moet je daarmee?

Dit voorbeeld is van andere aard dan dat van de vrouw die in Lukas 1 de goedkeuring van haar make up vond in een tijd dat dit voor christenvrouwen not done was: ook Maria maakte zich op en ging naar Bethlehem (vers 39). Dan moet je wel de vertaling 1951 gebruiken; in de NBV uit 2004 had ze daar geen tijd voor. Deze vrouw bedoelde het als grapje, terwijl het de eerste volle ernst was. Het roept wel een vraag op: hoe spreekt God ons aan via zijn woord?

Raadplegen van God
Een stap verder ging de predikant die een beroep kreeg maar er niet uit kwam wat gods bedoeling daarmee was. Hij wilde het wel aannemen en zocht naar een bevestiging van Godswege en sloeg de Bijbel willekeurig open. Het was een predikant van een reformatorische kerk en hij las de Statenvertaling. Het gedeelte dat Hij aantrof gaf hem de vrijmoedigheid om het beroep aan te nemen. God had kennelijk plannen met die kerkelijke en burgerlijke gemeente. Van deze methode is altijd gezegd dat dit natuurlijk niet kan. De Bijbel is geen orakelboek. Laat dat maar aan de mensen over die bijvoorbeeld via tarotkaarten iets te weten willen komen over de toekomst. En dat wist deze predikant ook wel. Hij zou het zijn gemeenteleden nooit aanraden.
Dat is wat anders dan de ervaring van veel gelovigen dat je ergens mee zit, en dat opeens het Bijbelgedeelte dat je leest (of de preek die je hoort, of het gedeelte uit het dagboek, of…) opeens voor jou geschreven lijkt te zijn. Je hebt het honderd keer gezien maar opeens gaat het spreken. Dat is het bijzondere van dat boek. De heilige Geest gebruikt die oude woorden om je vandaag de weg te wijzen. En lang niet altijd kun je navertellen op welke manier Hij dat doet.
Weer even als theoloog: Zijn omgang met het woord is veel vrijer dan die van mij mag zijn. Wat ik in een soms moeizame weg mij eigen maakt, doet Hij in een sprong. Hij overbrugt de kloof tussen de woorden van toen en de situatie van nu. Dat is ook het spannende van geloof.

De dorsende os
In de Bijbel vind je daar ook voorbeelden van. In het Nieuwe Testament worden heel veel teksten uit het Oude aangehaald en toegepast op de situatie van de gemeente van dat moment. Lang niet altijd kunnen wij die sprong meemaken.
Een duidelijk voorbeeld daarvan is te vinden in 1 Korintiërs 9: 9. Daar haalt Paulus Deuteronomium 25: 4 aan: “u mag een rund bij het dorsen niet muilkorven”. Die dieren liepen met een slee achter zich over het geoogste koren en zo kwamen de korrels uit de aren. Misschien nemen ze ondertussen wel een hapje, maar dat moet je dan maar laten gebeuren. (Een paar jaar geleden was dat te zien op een plaatje dat De Verre Naaste liet zien voor een project in India. De koeien hadden een zak voor hun bek zodat ze al dorsend niet een hapje konden nemen.) En Paulus vraagt dan: bekommert God zich dan om runderen? Hij past het toe op het levensonderhoud van de voorganger.
Als ik naar Deuteronomium kijk, denk ik dat ik de vraag van Paulus bevestigend zou beantwoorden. Natuurlijk bekommert God zich om runderen. Gun die dieren hun hapje tussendoor. Eeuwenlang hebben Israëlieten het op die manier in praktijk moeten brengen. Maar ik vermoed dat Paulus een ontkennend antwoord verwacht zou hebben: nee, het ging God niet om die koeien. Het gaat om je houding tegenover ambtsdragers, met of zonder traktement. (Hij haalt de tekst nog eens aan in 1 Timoteüs’ 5: 18).
Eerlijk gezegd, hebben we geen idee welke overwegingen Paulus geleid hebben bij deze toepassing. Prof.dr. K.Schilder zag wel een doorlopende lijn: het gaat om Gods royaliteit in het verbond. Daar leef je zelf van en die laat je dus ook merken in de omgang met je vee en met je voorganger. Je vindt die uitleg in een van zijn schriftoverdenkingen. Maar dat is een verbinding die je achteraf wel kunt leggen, maar waar je vooraf niet zomaar opgekomen zou zijn. Ook niet omdat Paulus bijna een tegenstelling suggereert tussen de agrarische toepassing en die op het traktement van de predikant.
Deze toepassing staat wel in de Bijbel en is nota bene te vinden bij een degelijk opgeleid theoloog als Paulus. Hij schrijft iets waar je als theoloog anno 2017 niet mee weg zou komen. Toch heeft de Geest ons ook in dit gebruik van de tekst uit Deuteronomium veel te zeggen. De materiële regelingen voor predikanten binnen de kerk geven aan dat de hint van Paulus wel opgepakt is.

Toen en nu
Er zit dus spanning tussen de methode van de theoloog van de eerste eeuw en die van vandaag. Sinds die tijd is veel gestudeerd op de manier waarop je de eeuwenoude openbaring van onze God vandaag kunt laten spreken. In de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken is bekend hoe vooral in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog de Bijbelstudie systematisch en grondig opgepakt werd. De nadruk werd erop gelegd dat je de Bijbelwoorden in hun verband moest lezen. Vanuit Jesaja 60 zou je nooit bedacht hebben dat je die woorden kunt laten gelden voor een vermoeide moeder. En dit had gevolgen voor de prediking. Je moest je bij een Bijbeltekst gaan afvragen wat die te betekenen had in het geheel van Gods openbaring. Wat was de unieke betekenis van die tekst op dat moment en wat zegt die vandaag? Heilshistorisch hoort daarbij als term. Tot zeker in de jaren negentig was deze benadering leidend binnen de Gereformeerde kerken vrijgemaakt. En nog steeds is deze benadering waardevol, omdat die je behoedt voort toepassingen die je als predikant met het gezag dat hoort bij de prediking de gemeente zou voorhouden, maar die geen aanwijsbare grond vinden in de tekst.
Denkend aan de dorsende os: we kunnen niet terug naar Paulus en zijn omgang met de Bijbel. Maar we hebben er wel oog voor dat de heilige Geest zelf niet gebonden is aan de methodes die we als kerken en theologen bedacht hebben om te ontdekken wat Gods plan met ons leven is. Het woord is niet geboeid, zegt Paulus tegen zijn leerling Timoteüs, in tegenstelling tot hijzelf, en met een toepassing die hijzelf waarschijnlijk niet bedacht zou hebben, geeft het mij aanleiding om die bijzondere weg van de heilige Geest te erkennen.

De dag der dagen
Intussen kan het soms best lastig worden. Dat merkte ik toen ik een bruidspaar uitnodigde om een voorstel te doen voor een trouwtekst en ze aankwamen met Psalm 118: 24: Dit is de dag die de Heere gemaakt heeft. Hun bedoeling was duidelijk. Voor beiden was het een tweede huwelijk, nadat hun eerste partner overleden was en ze accepteerden hun liefde als geschenk van God. Maar de tekst van de Psalm wijst niet direct die kant op. In het Nieuwe Testament wordt die toegepast op Christus’ overwinning.
Ik heb toen niet de tekst verachtelijk terzijde gelegd, als de steen die de bouwlieden afgekeurd hadden uit dezelfde psalm, maar het was wel even zweten om de verbinding te leggen tussen Christus dag en die trouwdag. Of het op een overtuigende manier gelukt is, laat ik terzijde.
Eenzelfde spanning is te merken tussen het gebruik van de op dit moment heel populaire tekst uit Jeremia 29: “Ik heb uw geluk voor ogen” en het verband waarin die tekst voorkomt. De website van het evangelische blad Christianity Today noemt het een van de meest uit zijn verband gerukte teksten en prof.dr. Gert Kwakkel gebruikt die tekst als voorbeeld in zijn hoofdstuk over gereformeerde hermeneutiek vandaag in de nieuwe bundel over de omgang met de Bijbel vanuit Kampen.
Daarmee is het woord gevallen. Hermeneutiek. In de kerkelijke discussie een belast woord voor sommigen. En het mag zeker niet gebruikt worden om een Bijbeltekst te laten zeggen wat je zelf er graag in wilt lezen, zei een voorstander van de openstelling van de kerkelijke ambten voor vrouwen terecht. In dit artikel ging het erom dat je in de bezinning op het gebruik van de heilige Schrift er oog voor moet hebben dat de heilige Geest zijn eigen wegen schrijft in de tijd. Voor ons soms onnavolgbaar en ongedacht.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 29 juli 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)