Binnen jongerenorganisatie Landelijk Contact Jeugdwerk (LCJ) van de Christelijke Gereformeerde Kerk is men bezig zich te bezinnen op catechese. Een van de doelen is het ontwerpen van een professionaliseringtraject voor catecheten. In dat kader heeft het LCJ opdracht gegeven tot een onderzoek naar het pedagogisch-didactisch handelen van catecheten. In dit artikel wil ik de resultaten van het onderzoek weergeven en vanuit de onderwijskunde adviezen geven voor catechese.

Wat gaat goed en wat kan beter?

Uit gesprekken met jongeren en catecheten ontstaat de indruk dat de catecheten moeite hebben om de leerstof goed over te brengen. Om de manier van werken van catecheten in kaart te brengen, is in het onderzoek onder andere gekeken naar de manier waarop ze vragen stellen, kennis overdragen, ICT of andere hulpmiddelen inzetten, etc. In grote lijnen zijn alle onderzochte aspecten te verdelen in drie hoofdgroepen: zingeving, veilige leeromgeving en adaptief lesgeven.

Bij zingeving gaat het erom hoe nuttig catechisatie is voor het dagelijks leven. Een veilige leeromgeving vraagt naar de bekendheid met de jongerencultuur en respectvol gedrag. Bij adaptief lesgeven gaat het om het omgaan met verschillen in de groep. Allereerst worden voor zingeving, veilige leeromgeving en adaptief lesgeven de resultaten van het onderzoek weergegeven. Door middel van een grafiek wordt aangegeven wat er gemiddeld geantwoord is. Vervolgens worden opvallende antwoorden uit de enquête kort besproken met de reactie van de catecheet uit de  interviews. Tenslotte kom ik terug op de behoefte tot verandering en doe ik een aanbeveling rondom scholing van catecheten.

Zingeving

grafiek 1Grafiek 1 laat zien hoe catechisanten zingeving hebben gewaardeerd. Bijna driekwart van de catechisanten ervaren catechese als zingevend. Een kwart dus niet…
Er zijn vooral problemen met de actualiteit van catechese. Catechisanten bleken minder tevreden over de verbinding tussen actualiteit en geloof. Zo is er behoefte aan herkenbare voorbeelden. Catecheten herkennen dit wel. Een derde van de catecheten heeft moeite met het inbrengen van actualiteiten. Een catecheet zei: “Je vraagt je dan af hoe je iets met een voorbeeld duidelijk kunt maken”. Wel zeggen ze veel aandacht te besteden aan het waardevol en nuttig maken van catechisatie, maar blijkbaar komt dat niet (altijd) over.
Dat een christelijk leven positief wordt gewaardeerd, laat de opvallend hoge waardering zien voor het leven van de catecheet zelf. Jongeren noemen catecheten een voorbeeld voor henzelf. De catecheten zijn bescheidener: “Er zijn genoeg zwarte bladzijden die de jongeren niet kennen”. Dat een positieve christelijke levenswandel zinvol is, wordt door bijna alle jongeren onderschreven.
Catecheten hebben echter wel te weinig aandacht voor het concreet maken van het christelijk geloof bij beslissingen nemen in het dagelijks leven. Jongeren vinden de tijdsinvulling bij catechese efficiënt en zinvol. “Maar ja”, zegt de helft van de catecheten, “drie kwartier is zo voorbij”. Samenvattend laat dit zien dat tweederde van de jongeren positief is over zingeving tijdens catechese. Wel kan catechese actueler en kunnen de voorbeelden beter. Catecheten vinden dat moeilijk, waarbij ze tijdgebrek regelmatig als oorzaak noemen.

Veilige leeromgeving

grafiek 2Hoe catechisanten denken over de sociale veiligheid tijdens catechese is weergegeven in grafiek 2. Catechese is meestal een veilige sociale omgeving.
Toch vinden de jongeren dat de catecheet zich niet goed kan verplaatsen in de jongerencultuur. Driekwart van de catecheten liet dat ook merken in de interviews: “Je zou willen weten wat ze drijft, je weet dat gewoon niet”. Catecheten hebben weinig aandacht voor het stimuleren van zelfvertrouwen. Voor zes catecheten bleek dit geen punt van aandacht. Drie catecheten legden een ander accent: ”Wat ik probeer is ze Godsvertrouwen mee te geven. Te veel zelfvertrouwen maakt mensen stomvervelend.” Ze vinden dat een jongere zich beter afhankelijk kan weten van God, dan dat ze kunnen vertrouwen
op eigen kwaliteiten. Catecheten en catechisanten gaan respectvol met elkaar om. Catechisanten voelen zich op hun gemak, er is een ongedwongen sfeer met ruimte en respect voor elkaars
mening en je mag kritiek hebben. Dat herkenden alle catecheten: “Je moet je op je gemak voelen om elke vraag te kunnen stellen die je wilt”. Ook de kennis van de catecheet wordt hoog gewaardeerd. Catecheten beaamden dat: “Inhoudelijk weet ik het wel”. Overigens noemen catecheten een veilige leeromgeving belangrijker dan zingeving of adaptief lesgeven. Samenvattend heeft de catecheet veel kennis, aandacht voor de jongeren, gaat hij respectvol met hen om en doet zijn best om aan te sluiten bij de jongerencultuur, hoewel dat laatste punt voor verbetering vatbaar is. Tijdens catechese voelen de jongeren zich over het algemeen ongedwongen en op hun gemak.

Adaptief lesgeven

grafiek 3Je bereikt het meeste als je catechisanten op hun eigen talenten aanspreekt (zowel op niveau als leerstijl of aanleg). Grafiek 3 laat zien hoe catechisanten daarover denken. Voor adaptief leren is er geen waardering die eruit springt. De percentages geven aan dat elke score ongeveer even vaak gekozen is
door de catechisanten. Er wordt blijkbaar divers gedacht over het adaptief handelen van de catecheet. Vooral de vragen over afwisseling tijdens catechisatie en het gebruiken van werkvormen scoren laag. Dat betekent dat de catechisant er maar weinig van merkt als er aandacht besteed wordt aan de verschillen tussen jongeren. Op één na gaven de catecheten aan er zeker wel aandacht voor te hebben, maar dat differentiatie wel een onontgonnen
gebied is. Een catecheet zei: “De mogelijkheden voor differentiatie zijn voor mij beperkt. Ik doe wel wat met klassikale werkvormen, maar daar blijft het ook bij.” Catechisanten vinden dat er te weinig werkvormen worden ingezet. Catecheten reageren daarop door te benoemden dat ze er te weinig kennen: “Ik grossier niet bepaald in werkvormen”. Catechisanten vinden dat de catecheet goed kan uitleggen, alert is op aandachtvermindering en dat hij de leerstof kan koppelen aan de zondagse preek. Vier catecheten vinden kennisoverdracht belangrijker dan adaptief lesgeven: “We zijn toch vooral cognitief bezig”. Echter, het ene hoeft het andere niet uit te sluiten. Catecheten moeten wel bewust aandacht geven aan het betrekken van jongeren bij de catechese: “Die vmbo’ers: hoe betrek je die erbij? Daar heb ik wel zorgen over.” Catecheten willen niet ‘schools’ handelen. Zaken als het controleren van werk, stellen van doelen en leren leren, vinden ze minder belangrijk: “Leren doen ze maar op school”. Ruim de helft van de catecheten gaf aan er geen aandacht voor te hebben. Adaptief lesgeven werd door alle catecheten als het minst belangrijk gezien, maar wel als datgene waar de meeste winst is te behalen.

Samenvattend blijkt er verschillend over differentiatie te worden gedacht. Catecheten doen hun best de jongeren te betrekken bij de catechese, maar dat wordt niet ervaren. Zowel de catecheten als de catechisanten ervaren een tekort aan didactische kennis op het gebied van werkvormen en differentiatie.

Wat kan er anders?

grafiek 4In grafiek 4 is weergegeven hoe catechisanten denken over veranderingen in de catechese. De behoefte aan vermindering van de drie gevraagde aspecten blijkt overigens verwaarloosbaar klein.
Zingeving. Een kwart van de catechisanten wil dat catechese meer zinvol is, dat er meer actuele thema’s worden besproken en dat er meer (en betere) (bijbelse) voorbeelden worden gebruikt. Deze behoefte wordt (h)erkend door alle catecheten. Vier catecheten willen dat jongeren thema’s aandragen: “Het zou prettig zijn om van de jongeren te horen wat concreet de thema’s zijn waar ze tegenaan lopen”. Alle catecheten “ervaren een kloof bij het aansluiten bij hun belevingswereld”. Catecheten willen graag meer weten over wat er leeft onder jongeren en hoe je geloof actueel kunt maken. Catechese moet daardoor zinvoller en ‘bruikbaarder’ worden. Ruim de helft van de catecheten wil zingeving als aandachtspunt in hun professionalisering, liefst door middel van intervisie:
“Soms komt de kerkenraad achterin zitten en na die tijd hebben we een evaluerend gesprek. Uiterst zinvol.” Veilige leeromgeving. Hoewel catechisanten tevreden zijn over de veiligheid van de
leeromgeving zeggen zes catecheten te willen leren hoe je een veilige leeromgeving beter kunt borgen. Een kleine groep (minder dan tien jongeren) is wel heel belangrijk voor de onderlinge  betrokkenheid en rust. Hoewel er (bijna) altijd sprake is van een wederzijdse respectvolle omgang en de informele omgang met de jeugd hoog wordt gewaardeerd, willen catecheten meer weten van de jongerencultuur: “Het onderwerp ‘jongerencultuur’ leent zich voor een paar avonden doordenking”. Catechisanten geven dat ook als tip mee. Adaptief lesgeven. Catecheten blijken nauwelijks aandacht te hebben voor verschillen tussen de jongeren. Wel wordt onderscheid gemaakt op niveau (moeilijker of makkelijker vragen), maar nog lang niet altijd. Zowel catechisant als catecheet wil dat dan ook verbeteren. Jongeren willen meer variatie in werkvormen, maar ook dat deze afwisselend ingezet worden. Bijna de helft van de jongeren vindt dat de catecheet te theoretisch blijft en wil een verbetering in de toepasbaarheid van de kennis: “Als je iets vertelt, moet je dat kunnen koppelen aan het leven van alledag en de keuzes die daarin gemaakt worden”.
Catecheten willen daar zeker een professionaliseringsslag in maken middels een cursus (zaterdag of avonden) over praktische didactiek, gecombineerd met oefeningen. Intervisie wordt ook hier genoemd als een middel om in elkaars keuken te kijken.

En nu professionaliseren…

Over het algemeen zijn catechisanten tevreden, maar verbeterpunten zijn er wel degelijk. Zowel de catecheet als de catechisant noemt nagenoeg dezelfde punten: het betrekken op de actualiteit, goede voorbeelden, rekening houden met verschillen, meer werkvormen, afwisselende les, etc. Insteken op de onderwijskundige kant van catechese kan dan ook zeker meer rendement en meer
plezier opleveren. Professionalisering van catecheten is dan ook zinvol als die voldoet aan de volgende criteria:

  • Bevat vormen van intervisie en contactonderwijs: dus drie of vier bijeenkomsten waarin catecheten zich kunnen bekwamen, maar daartussen een paar weken om zo te kunnen oefenen met de materie en te evalueren.
  • Beslaat een langere periode waarin ‘geoefend’ kan worden: een totale cursus, inclusief de intervisie, zal dan ongeveer drie maanden duren.
  • Tijdens de bijeenkomsten (drie à vier dagdelen) dient het volgende aan bod te komen:
    – Jongerencultuur: vraag de jongeren zelf
    – Geloof en actualiteit: probeer Bijbel, geloof en actualiteit te koppelen. Werk voorbeelden uit met elkaar.
    – Werkvormen: vraag iemand uit het onderwijs wat je allemaal kunt doen. Er zijn ook prima boeken over.
    – Differentiatie: onderzoek met elkaar hoe je adaptief kunt zijn en hoe je dat effectief doet. Vraag iemand uit het onderwijs om daar dieper op in te gaan.
  • Denk na over andere vormen van catechese (bijvoorbeeld mentorcatechese) waarbij meer aandacht is voor de jongerencultuur. Een alternatief kan ook zijn het samenvoegen van jeugdvereniging (gericht op ontmoeting) en catechese (gericht op kennis). De vorm van catechese hangt nauw samen met de visie daarop.
  • Stel een gezamenlijke visie op en ontwerp dan je catechese, jeugdvereniging, etc. Een jeugdouderling of iets dergelijks is dan onontbeerlijk.
  • Ruim tijd in tijdens de bijeenkomsten om ervaringen uit intervisie te delen. Eventueel zelfs video-interactie.

Dit artikel is gepubliceerd in Dienst en geschreven door Henk Averesch is docent ICT en moderne media, Wetenschap en Techniek en natuuronderwijs aan de Gereformeerde Hogeschool te Zwolle. Voor zijn Masteropleiding Onderwijskundig Ontwerp en Advisering aan de Universiteit Utrecht heeft hij de praktijk van catechese onderzocht.

Om een evenwichtig oordeel te kunnen vormen, zijn zowel catechisanten als catecheten betrokken bij het onderzoek. Catechisanten. Er is een landelijke digitale enquête uitgezet waarvan er 214 volledig zijn ingevuld. De gemiddelde leeftijd bleek 19 jaar te zijn. Bijna 60 procent volgt de ‘gewone’ catechisatie en 33 procent zit op belijdeniscatechese. In vier op de vijf situaties bleek de predikant de catechese te verzorgen. Elke vraag in de enquête kon beantwoord worden met een cijfer tussen 1 (nooit of bijna nooit) en 5 (altijd of bijna altijd). Ook konden de catechisanten
bij elke vraag aangeven of ze datgene waar de vraag over ging, veranderd wilden zien of niet. Catecheten. Op grond van de enquête zijn catecheten geïnterviewd. Door heel Nederland heen zijn 22 catecheten binnen het LCJ benaderd om mee te werken aan een telefonisch interview. Daaraan gaven er negen gehoor, waaronder zes predikanten.