Wie boven de veertig is, heeft het nog meegemaakt: de tijd van de langspeelplaten. Maar eind jaren tachtig kwamen de eerste CD ‘s. Eerst nog als nieuwigheid, maar binnen vijf jaar wist je bijna niet beter. We waren met zijn allen overgestapt op een nieuwe manier om muziek op te slaan. Van analoog naar digitaal. Ergens in die jaren lag er een kantelpunt: op dat moment werd duidelijk dat de toekomst in het digitale lag. De muziek bleef maar de vorm veranderde. Zo’n verandering heet een transitie. En daarbij gaat het om veel meer dan wisseling van geluidsdragers. We maken die transities op allerlei gebied mee. Denk ook aan de veranderingen rond de energievoorziening.

Van verenigingskerk naar ….?
Ook binnen de kerk hebben we met zo’n transitie te maken. We kenden, in ieder geval binnen de GKv, een strak georganiseerde gemeenschap. Bijbelstudie deed je op een vereniging, van mannen of jongelingen. Later werden, wat schoorvoetend eerst, ook meisjes- en vrouwenverenigingen opgericht. Ze werden eerst samengevoegd, eind vorige eeuw, en sinds het jaar 2000 kun je merken dat ze nogal eens verdwijnen en dat Bijbelstudie op een andere manier moet worden ingevuld., al zijn er nog heel veel bijbelstudieverenigingen over.
Deze manier van kerkzijn paste heel goed bij de negentiende eeuw, toen mensen elkaar in de hele maatschappij ontmoetten in verenigingsverband. Maar langzamerhand verdwenen de verenigingen en kwamen er andere verbanden voor in de plaats: niet alleen de kerk als instituut heeft het moeilijk in deze tijd, maar ook nogal wat sportverenigingen hebben hetzelfde probleem. Fitness is in opkomst: wel elkaar in de sportzaal ontmoeten, maar individueel bezig zijn.
Elke kerk merkt hoe dingen veranderen. Soms met kleine stapjes tegelijk. Maar langzamerhand is een kantelpunt bereikt. Er is geen weg terug. Er komt een nieuwe manier van kerkzijn met elkaar. Dat gaat niet zonder pijn. Zeker nu we er nog middenin zitten

Het is goed om hierbij te beseffen dat de vorm van kerkzijn zoals we die tot nu toe kenden, ook alles te maken had met de cultuur van die anderhalve eeuw. Voor die tijd bestond de kerk ook en in de eeuwen van haar bestaan heeft ze al heel wat transities meegemaakt. Het boeiende en tegelijk spannende van onze tijd is de vraag op welke manier we vorm gaan geven aan de Bijbelse grondlijnen voor de kerk van Christus.

Verschillende niveaus
Een van de valkuilen bij het spreken over de gemeente van Christus is dat alles opeens heel principieel geladen kan worden. En zeker als het dan gaat over de manier waarop je gemeenschap bent. Dan herinneren we ons de zinnen uit de Heidelbergse catechismus over de gemeenschap van de heiligen en krijgt alles wat we over gemeenschap opmerken opeens een heel zware lading. Je denkt er niet over als de koster nieuwe koffie moet aanschaffen (hoewel ook daaraan een principieel aspect zit), maar als het gaat om vormen van omgang met elkaar, is het goed om onderscheid te maken. Wat maakt dat je samen koffiedrinken na de kerkdienst ervaart als gemeenschap der heiligen? Is dat alleen het samenzijn? Of gaat het om het kader: het gebeurt in de kerk? Zijn het de gesprekken? Wat maakt dat je elkaar herkent als broers en zussen in de Heer? Wat is het geheim daarvan? Je gebruikt allerlei vormen die uit de schepping komen – en dat deed je dertig jaar geleden ook – maar waar zie je de vonk van de herschepping?
Misschien helpen deze vragen ook om te beseffen dat heel veel zaken niet zo principieel geladen zijn. God gebruikt de mogelijkheden van zijn schepping om nu al iets van de nieuwe schepping te laten zien. En niet alle niveaus hebben dezelfde principiële geladenheid.

Ruimte voor het experiment
Van elpee naar CD. Zo was de eerste stap van de transitie rond geluidsdragers. Maar inmiddels is de CD ook alweer bijna iets van vroeger. En onderweg zijn er ook andere systemen geweest, die inmiddels ook in het museum een plek hebben. Denk aan een minidiskspeler. Een prima systeem om zelf geluid op te nemen, maar het heeft het niet gehaald. Bij zo’n transitie horen dus ook experimenten: wat past bij de mensen van vandaag? Je komt daar alleen maar achter door het uit te proberen. En misschien zijn je investeringen achteraf voor niets.
In de kerk merk je hetzelfde. Daar kennen we pioniersplekken. En als je wat preciezer kijkt, is bijna elke gemeente bezig met pionieren: wat werkt? Hoe lang werkt het? Wat in een missionair initiatief uitgedacht wordt, hoeft nog helemaal niet te passen voor een wat traditionelere gemeente. Als gemeente zoek je je weg, en dat valt niet altijd mee. Dat kan zelfs pijn doen: broeder X heeft zich decennia lang ingezet voor het verenigingswerk en broeder Y schuift dat zomaar aan de kant en is vol van zijn manier van Bijbelstudie. Maar dat experimenteren, samen zoeken naar goede praktijken, hoort bij deze fase van kerkzijn. En daar hoort mij dat je niet alleen aloude praktijken weegt, maar ook het lef hebt om van nieuwe afscheid te nemen, omdat ze toch niet dichterbij de kern brengen.

Nieuwe vormen van gemeenschap
En juist op het punt van de gemeenschap zie je nieuwe manieren ontstaan om met elkaar contact te houden. Formele, je zou haast zeggen, officiële, manieren zijn op hun retour en netwerken gaan daar de plaats van innemen. Mensen ontmoeten elkaar in spontane groepjes, houden contact met de moderne middelen die daarvoor zijn. Dat geeft mogelijkheden voor kerken met leden verspreid over een groot gebied; het lost tegelijk ook kerkgrenzen op. Waarom zou je niet lid kunnen worden van de kerk waar je je om allerlei redenen beter thuis voelt, al ga je dan de dichtstbijzijnde gemeente voorbij?
Zo groeien er nieuwe vormen van gemeenschap binnen de kerk, waarbij het accent verschuift. De kerk was ooit te vergelijken met een treincoupé: je hebt elkaar niet uitgekozen, maar je moet wel met elkaar verder. Het wordt steeds meer het jaarlijks uitstapje van de club waar je lid van bent: nog steeds op reis, maar met je eigen gezelschap. Dat je je thuis voelt in de kring van de broers en zussen in het geloof, is een belangrijk punt, niet alleen voor jongeren, maar net zo goed voor ouderen. ‘Dit is mijn kerk niet meer’, is een veel gehoorde klacht van de laatsten. En daarbij komt de vraag naar boven waar het zwaartepunt ligt bij de gemeenschap van de heiligen: ligt dat in de herkenning van elkaar of in de gezamenlijk aan het avondmaal gevierde band met Christus? Of is dat een te scherp gesteld dilemma. Hoe verbind je de woorden uit de belijdenis met de praktijk van vandaag?

Slot
Waarom schrikken mensen terug van langdurige verplichtingen? Het heeft alles te maken met de cultuur waarvan we ook als christenen deel uit maken. De uitdaging voor de kerk blijft om bij al die veranderingen zichzelf te blijven: lichaam van Christus, herkenbaar aan de grondtrekken die de Heiland zelf meegeeft aan zijn gemeente.

Dit artikel is gepubliceerd in Wegwijs; mei / juni 2017 jaargang 71, nr. 2.

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18