Christenen op het platteland hebben dezelfde roeping als christenen in de stad, en andersom. Ze zijn door God geroepen tot vier dingen: Hem te prijzen, elkaar te helpen, dienstbaar te zijn aan de wereld en te getuigen van zijn liefde. En toch, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Dat komt onder meer omdat we van stad en platteland twee uitersten hebben gemaakt, elk met hun eigen ideaalplaatjes. Daar moet verandering in komen.

Stad en platteland zijn twee woorden die staan voor twee uitersten. Zo beleven wij, ook als christenen, onze werkelijkheid.
De grote stad wordt vanuit deze uitersten verschillend beleefd. Aan de ene kant boezemt deze smeltkroes van culturen en ervaringen door de eeuwen heen angst in. Als je daar woont, werkt of op bezoek gaat, sta je bloot aan allerlei verleidingen en gevaren. De stad staat voor zondigheid en afval van God.
Aan de andere kant oefent de stad ook een grote aantrekkingskracht uit. Daar gebeurt het, daar leef je echt, daar sta je in het brandpunt van nieuwe culturele ontwikkelingen, daar ontstaan nieuwe creatieve inzichten en levensvormen, daar krijgt de kerk de kans om nieuwe vormen aan te nemen.
Het platteland kan op dezelfde manier heel verschillend worden beleefd. Aan de ene kant staat het voor rust en vrijheid, stilte en natuur; aan de andere kant voor een bekrompen provinciale cultuur, voor stilstand en voor gesloten gemeenschappen waar je als buitenstaander nooit echt tussenkomt.

Het is echter tijd om deze ‘mythe’ over stad en platteland te ontzenuwen, juist wanneer we als christenen gaan beseffen dat in beide leefomgevingen dezelfde roeping geldt.

Hemelhoge toren

In Nederland woont sinds 1600 meer dan de helft van de bevolking in de stad. Wereldwijd leeft 54 procent van de mensen in steden en de verwachting is dat dat in 2050 bijna 70 procent zal zijn.
De eerste belangrijke steden in Nederland ontstonden in de elfde en twaalfde eeuw, soms al iets eerder. Ze ontstonden altijd op strategische plekken: aan een grote rivier of een zeearm. Dat was goed voor de handel en zo kon een machthebber een stevig bestuurscentrum opbouwen. Steden, handel, strategie en macht horen dus vanouds bij elkaar.

Het is tijd om de ‘mythe’ over stad en platteland te ontzenuwen

De eerste keer dat we in de Bijbel lezen over de stad, is in Genesis 11, in de geschiedenis van Babel. Daar klinkt hetzelfde in door. Mensen maken voor zichzelf een stad, met een groots bouwwerk dat hen moet verenigen en beschermen: een toren die tot in de hemel reikt. Maar zelfs deze hemelhoge toren is vanuit de hemel zelf nauwelijks te zien. God moet afdalen om te kijken wat de mens nu eigenlijk aan het bouwen is.
Beroemd worden, belangrijk zijn, rijkdom (voor de bovenlaag althans) en de samenballing van macht: dat is het beeld van de stad dat de geschiedenis oproept. En nog steeds zijn er veel van dit soort Babels.
De onlangs overleden Nobelprijswinnaar Günter Grass schreef in 1986 een verslag van een jaar wonen in Calcutta, ooit de hoofdstad van Brits-Indië. Hij schrijft over wrede armoede en overvloedige rijkdom, over een hete, vuile, chaotische heksenketel met een overdonderende dynamiek. De boeken van Charles Dickens beschrijven zulke steden vanuit Engels, negentiende-eeuws perspectief. Dat soort steden bestaan nog steeds.

Nomadenstam

Dan nu de andere kant van het verhaal: het platteland. Lees je de Bijbel vanaf hoofdstuk 1, dan lijkt het beeld eenduidig. Wat begon bij een idyllische tuin waarin alles goed was, vindt na de zondeval een voorlopig dieptepunt in Babel. De weg van paradijs naar stad lijkt een geschiedenis van verval.
Het paradijs is voor mensen gesloten (Genesis 3) en de schepping is het toneel van een ernstige strijd. Er moet geworsteld worden met de oprukkende chaos, die zwoegend en zwetend bedwongen moet worden om in land- en akkerbouw voldoende voedsel te vinden. En er moet ook geworsteld worden met de ander. De akkerbouwer staat op tegen de schaapsherder in een dodelijke strijd.
Daarmee komen we bij de kern van de Babelgeschiedenis. Na het verloren paradijs, de vloek over de aarde, de broedermoord en de zondvloed komt Babel. De bevolking van de wereld is inmiddels behoorlijk toegenomen, maar bij de menselijke machtsconcentratie in Babel komt die dynamiek tot stilstand. Daar dreigt de grote stad de gang van God en zijn plan met de wereld te stoppen. En dan grijpt God zelf in. De mensheid wordt verdeeld en verstrooid.

Het verlangen van mensen naar het paradijs, naar een gemeenschap van rust en liefde, is groot. (Hof van Eden, Creation Museum in de Verenigde Staten)

Vanaf dat moment verschuift vrijwel alle aandacht van de wereldstad Babel naar één nomadenstam: die van Abram. De verstrooiing van Babel is de opmaat voor Gods verhaal met Abram, omdat God te midden van alle grootsheid van mensen kiest en kijkt naar het kleine. De God van Israël, de God van de Bijbel, zoekt mensen – of ze nu in de stad wonen of niet. Niet het grote verhaal van mensen geeft de doorslag, Gods verhaal maakt gewone mensen groot. Of ze nou in de sloppenwijken in Calcutta wonen of in Kampen, in Amsterdam of in Rodeschool.

Intense roep

Dit verhaal van Babel en het paradijs is niet hetzelfde als het verhaal van de twee uitersten stad en platteland. Na Genesis 3, waarin we lezen over de zondeval, is zo’n onderscheid volstrekt onbijbels. De hele wereld, stad én platteland, is het voorwerp van strijd geworden. Overal wil de verwoestende kracht van Satan het reddende en scheppende werk van God tenietdoen. Christenen hebben dan ook sinds Pinksteren de opdracht om in alle verdeeldheid en in alle talen de grote, reddende daden van God in Christus uit te dragen en uit te leven.
Het verlangen van mensen naar het paradijs, naar een gemeenschap van rust en liefde waarin de schepping niet het toneel is van uitbuiting door mensen of levensbedreigende krachten, dat verlangen is groot. Mensen zijn geneigd om in de chaos van het leven te hopen op betere tijden of terug te verlangen naar vroeger, ‘toen alles beter was’. In dit opzicht zou je de wens van de mensen in Babel kunnen lezen als een intense roep om het herstel van Gods goede schepping: ‘dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken’ (Genesis 11:4). Dan zullen we niet aan onszelf zijn overgeleverd, eenzaam en verstrooid.

Stad noch platteland is ‘beter’ voor christenen

De filosoof Zygmunt Bauman schrijft ergens dat het verlangen en de zoektocht naar gemeenschap een ander woord is voor het verloren paradijs. De bouw van de grote toren van Babel is hiervan wellicht een sprekend voorbeeld. Mensen zoeken een gemeenschap waarin veiligheid en toekomst geboden kunnen worden. Alleen is dit in Genesis 11 een gemeenschap zonder God.
Met andere woorden: wanneer we de Babelgeschiedenis lezen in het perspectief van Gods goede schepping en de paradijstuin die na de zondeval voor mensen ontoegankelijk is geworden, blijkt het grote Babel niet zozeer een tegenstelling te vormen met het paradijs. Babel is eerder te zien als een menselijke poging tot herstel van wat in Gods goede schepping beleefd kon worden. Babel is het menselijke antwoord op het verloren paradijs. Een gemeenschap van mensen die pogen zichzelf te beschermen tegen de gevolgen van de zondeval. Een geseculariseerde poging om het paradijs terug te winnen.

Ganzendijk

Wanneer we doordenken over stad en platteland en de roeping van de kerk, moeten we dit Babelmotief vasthouden. Sinds de verstrooiing die op Babel volgde, zijn de verschillen tussen stad en platteland groot. Maar in al die verschillen is één gemene deler te ontdekken: hoe krijgen mensen veiligheid in een chaotische wereld?
Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft in 2006 en 2013 twee grote onderzoeken laten doen naar het platteland. Daaruit rijst een beeld op dat voor christenen van belang is. Er blijkt namelijk per saldo geen werkelijk onderscheid tussen stad en platteland te zijn. Hoogstens is er een glijdende schaal, van niet-stedelijk via minder- en meer-stedelijk naar zeer-sterk-stedelijk.
De socioloog en hoogleraar bestuurskunde Wim Derksen schrijft hierover: ‘Natuurlijk, men leeft in Ganzendijk in het oosten van Groningen op een andere manier dan in Amsterdam of Rotterdam. Maar ook in Ganzendijk wordt door de meeste mensen op RTL4, SBS6 of Nederland 1 afgestemd. En ook in Ganzendijk is het bereik van internet heel hoog en draaien vele jongeren mee in de virtuele gemeenschappen van Facebook, Twitter enzovoorts. En de ouderen mogen in Ganzendijk dan vaker een regionale krant lezen dan in de stad, ook de regionale kranten brengen veel nationaal en internationaal nieuws.’
Derksen wijst daarom op het verschijnsel van de ‘mentale verstedelijking’. Via de massamedia en sociale media, en door de toegenomen mobiliteit, is het verschil tussen stad en platteland verregaand kleiner geworden.

Aanscherpen

Wat betekent dit nu voor christenen vandaag? Allereerst dat we de ideaalbeelden van zowel stad als platteland moeten relativeren. De stad met zijn dynamiek en diversiteit kan mooi zijn, maar ook onuitsprekelijk vermoeiend. En het platteland met zijn verstilling en rust kan aansprekend zijn, maar ook saai en verstikkend.

Deze relativering betekent voor christenen ook dat ze geen valse tegenstellingen of karikaturen in stand moeten willen houden. Stad noch platteland is ‘beter’ voor christenen. Bovendien: de verschillen in mentaliteit tussen stad en platteland blijken niet zo groot te zijn als we soms denken. Er is sprake van een ‘mentale verstedelijking’ en die vindt zowel in de stad als op het platteland plaats.

In een grote stad vinden we zeventig leden heel wat,
waarom dan niet op het platteland?

In de tweede plaats moeten we simpelweg constateren dat christenen door allerlei omstandigheden en eigen keuzes ergens hun plaats vinden, in een stad of op het platteland. De kunst is om, waar je ook een plaats gevonden hebt, samen met je medechristenen je roeping waar te maken. Prijs de Heer, zoek elkaar als medechristenen op, dien je naaste en getuig in woord en daad van Gods reddende daden.
Dat klinkt als een open deur, maar het heeft vergaande gevolgen. Het platteland (voor zover dat bestaat) is veelal een krimpregio. Die demografische ontwikkelingen werken erg sterk door in de kerken. Zo is de vrijgemaakte classis Zutphen, waar de Achterhoek onder valt, opgeheven en zijn de kerken over andere classes verdeeld. Ook in Zeeland (Zeeuws-Vlaanderen) heeft zo’n ruilverkaveling moeten plaatsvinden. En in de regio Drenthe zijn vijf kleine, vacante GKv-gemeenten bezig met de zoektocht naar hun eigen, zelfstandige toekomst.
Kleine kerken in krimpregio’s op het platteland hebben de neiging om te blijven denken in oude patronen. Kleine kerken in stedelijke groeiregio’s zijn geneigd om dynamische nieuwe vormen uit te proberen. Beide zouden elkaar uitzonderlijk goed kunnen aanvullen en aanscherpen. Juist omdat de verschillen tussen stad en platteland wat betreft mentaliteit klaarblijkelijk niet zo groot zijn.
In dit scenario kan een kerk in Drenthe met zeventig leden een prima kans op overleven hebben. In een grote stad vinden we zeventig leden heel wat, dus waarom dan niet op het platteland?
Zo’n kleine kerk op het platteland kan vrij gemakkelijk kennis uitwisselen met een gemeente of gemeentestichtingsinitiatief in de stad, bijvoorbeeld door een partnerschap. Voortbestaan als een huiskerk, zonder betaalde predikant, is een reële optie. Alleen moeten we dan wel nadenken hoe zo’n ommezwaai praktisch gestalte kan krijgen. Maar op zo’n manier kunnen plattelandsvormen van ‘kleine kerk zijn’ misschien wel weer inspirerend worden voor gemeenten in de grote stad…

Kort en goed: wie de Babelgeschiedenis in het perspectief van schepping en zondeval leest, krijgt genoeg in handen om de tegenstelling tussen stad en platteland grondig te relativeren. De stad kent vaak dezelfde zoektocht naar het verloren paradijs als het platteland, en andersom. Wanneer christenen proberen zowel in de stad als op het platteland hun roeping met Gods hulp waar te maken, zullen ze voor medemensen een richting kunnen wijzen die werkelijk hoop geeft op Gods nieuwe schepping: de stad die uit de hemel neerdaalt, waarin God alles zal zijn in allen. Het nieuwe Jeruzalem.

Dit artikel is  gepubliceerd in OnderWeg van 13 juni 2015

The following two tabs change content below.

Hans Schaeffer

Post-doc onderzoeker Praktische Theologie Theologische Universiteit Kampen In het onderzoek richt ik me op de verzameling en analyse van empirische gegevens over de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Daarnaast houd ik me bezig met onderzoek in de deeldiscipline gemeente-opbouw. De analyse van kerkelijke praktijken geeft inzicht in de manier waarop kerkleden het kerk-zijn beleven. Door hierop theologisch te reflecteren kunnen de aandachtsvelden worden benoemd waarop verder moet worden doorgedacht.

Laatste berichten van Hans Schaeffer (toon alles)