Gevulde koeken verkopen of meedoen aan een muziekavond voor een hulporganisatie. Een kerstdiner voor ouderen organiseren. Honderd kilometer fietsen voor een sponsoractie. Het huis opruimen van iemand die hulp nodig heeft. Allemaal mooie voorbeelden van diaconale acties waar je als jongerenclub aan mee kunt doen. Maar hoe kom je van zo’n eenmalige actie naar een diaconale levenshouding?

In 2016 zijn de landelijke jeugdwerk- en diaconale organisaties van de CGK, de GKv en de NGK een werkgroep met de naam ‘Deel je leven’ begonnen. Het doel van deze werkgroep is om verbinding te maken tussen jeugdwerk en diaconaat. De werkgroep richt zich op de uitvoerenden: de jeugd, de jeugdleiders en de diakenen en ouderlingen.

Dat jeugdwerk en diaconaat heel goed bij elkaar passen is misschien een open deur. Het is voor de jongere generaties een kleine stap om samen met een groep bekenden mee te doen aan een grote actie. Zo zijn er jeugdgroepen die maandenlang met lokale acties geld hebben ingezameld om dat samen weg te brengen naar bijvoorbeeld het Glazen Huis, dat in december in Breda stond. Het is een voorbeeld van de vele acties die er zijn, misschien wel te veel om uit te kunnen kiezen.

Structureel

Diaconaat gaat echter verder dan het meedoen aan dergelijke acties. In essentie is het diaconaat een levensstijl waarin je de ander dient door te delen van de gaven (materieel en geestelijk) die je van God hebt ontvangen. In hoeverre dragen acties als het Glazen Huis bij aan een dergelijke diaconale levensstijl? Als het vooral om de kick van de actie gaat en de actie verder op zichzelf staat, is die bijdrage niet erg groot. Maar acties ver weg of dichtbij kunnen ons wel helpen te groeien als (levens)delende gemeenschap van Christus. Want zo’n gemeenschap worden we niet vanzelf, dat vraagt om oefening. En juist in het oefenen kunnen dergelijke acties helpen, zeker voor de jongere generaties. We leren immers het beste door te doen.

Het is dus belangrijk dat het niet alleen bij de kick van die ene actie blijft, maar dat jongeren worden geholpen om hun ervaringen met anderen te delen en erop te reflecteren. Hoe bewuster dat gebeurt, hoe meer jongeren van de acties leren. Het is zaak dat er samen geoefend wordt in allerlei diaconale acties en dat dit een structureel onderdeel wordt van de vorming van jongeren. Die structurele aandacht vraagt om planning, afstemming en voorbereiding.

Plannen

Jeugdleiders en diakenen hebben allemaal hun eigen agenda’s. Structurele aandacht voor diaconaat in het vormingswerk van jongeren vraagt dus om overleg, planning en afstemming. Bespreek hoe je hier samen aandacht aan kunt geven en hoeveel tijd ervoor nodig en beschikbaar is. Kerst-, veertigdagen- of paasacties sluiten aan bij het kerkelijk jaar en lenen zich goed voor diaconale acties, maar passen ze ook in de agenda van het jeugdwerk? Overleg hier als diakenen en jeugdleiders samen over.

Na de actie is tijd en gelegenheid nodig om te reflecteren

Persoonlijk ben ik als jeugdwerker terughoudend als het om kerstacties gaat. Vooral omdat de kersttijd als een periode voor het gezin en de familie wordt ervaren en daarnaast omdat het voor veel middelbare scholieren een periode is waarin ze vermoeid zijn. De herfstvakantie of de voorjaarsvakantie lenen zich veel beter voor een actie met jeugdgroepen. Een ander passend moment voor een actie is de afronding van het jeugdwerkseizoen. Er is dan een ruime voorbereidingstijd; ook dat versterkt het leereffect.

Leereffect

De draagwijdte van een diaconale actie kan worden vergroot door verder te kijken dan de actie zelf. Als de jeugd wordt gevraagd om alleen maar één bepaalde dag ergens te komen helpen, draagt dat minder bij aan het oefenen van een (levens)delende gemeenschap dan wanneer de jongeren ook worden betrokken bij de voorbereiding van de actie. Het leereffect en de betrokkenheid van de jongeren worden groter door hun inspraak en verantwoordelijkheid te geven bij de organisatie ervan.

Daarnaast is er ook na de actie tijd en gelegenheid nodig om te reflecteren. De actie zelf kan een succes of een tegenvaller zijn, afhankelijk van de verwachting die iedereen ervan had. Toch kan elke actie bijdragen aan het diaconaal besef. Het reflecteren op zo’n actie is misschien wel de belangrijkste oefening in het delen van je leven met elkaar. Diaconaal bewustzijn komt namelijk niet alleen tot stand door het helpen van hongerigen, vreemdelingen, zieken, gevangenen. Het ontstaat ook door in die actie te herkennen dat wij door God aan elkaar gegeven zijn als het lichaam van Christus, om zijn handen en voeten in deze wereld te zijn. Die herkenning komt niet vanzelf, daar zijn samenwerkingsvoorbeelden voor nodig. Zo kunnen diaconale acties jongeren helpen om hun geloof in Christus een plek te geven in hun dagelijks leven.

Dit artikel is geschreven door Paul Smit en Anko Oussoren en gepubliceerd in OnderWeg.

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko